Vrijdag, 16 november, 2018

Geschreven door: Rodenbach, George
Artikel door: Trouwborst, Jannie

Brugge-de-dode

Rouw in Brugge

[Blog] Wie had ooit gedacht dat ik een 19de-eeuws, van origine Frans boek, met een dergelijke titel zou lezen en bespreken? Ik in elk geval niet. Maar toen¬†Literasa mij liet weten dat¬†Claudel¬†zijn¬†Rivier van vergetelheid¬†hierop gebaseerd heeft, was mijn nieuwsgierigheid gewekt. En eigenlijk ook wel een beetje omdat ik van Brugge houd…

George Rodenbach¬†(Doornik 1858 – Parijs 1898) was een Franstalig Belgisch schrijver en dichter. Hij was een van de eerste vooraanstaande Belgische letterkundigen die de¬†Franse symbolistische dichtkunst¬†omarmde en werd internationaal bekend. Ook in de hier besproken roman uit 1892 speelt het¬†symbolisme¬†een belangrijke rol. In¬†Brugge¬†‚Äďwaar zijn vader geboren werd- heeft de schrijver nooit gewoond en daardoor kon de stad voor hem gemakkelijk legendarische vormen aannemen. Rodenbach heeft de stad in Brugge-de-dode¬†(Bruges-la-Morte)¬†tot een innerlijk landschap omgevormd. Dat gebeurt doordat hij voortdurend een analogie legt tussen de stad en de dode vrouw die in het hoofd van het hoofdpersonage voortleeft.

Publicatie van  de roman Bruges La Morte vond eerst plaats in de vorm van een feuilleton in de Figaro van 4 tot 14 februari 1892 en kwam in juni dat jaar in boekvorm uit bij Flammarion. Hoewel de Bruggenaren het boek verafschuwden werd het in vele talen vertaald en bleek het een internationaal succes. Ook nu nog wordt het geregeld heruitgegeven. Men zegt dat het er toe bijgedragen heeft dat het kwijnende Brugge zich ontwikkelde tot een toeristenstad.

Samenvatting

Boekenkrant

“Hugues Viane is jong weduwnaar geworden. Hij vestigt zich in Brugge, woont alleen in een groot huis en wordt verzorgd door een oude dienstmeid, Barbe. De melancholie van deze oude, slapende stad verenigt zich met de weemoed en de droefheid om zijn overleden vrouw. Hugues cultiveert haar foto’s en spulletjes, die niet mogen worden aangeroerd. Dan ontmoet hij Jane, een danseres uit Lille, en in haar ziet hij zijn overleden vrouw terug. Na enige tijd bezoekt hij haar dagelijks, maar hij vertelt niets over zijn weduwschap, zelfs niet als hij enkele jurken meeneemt om ze door haar te laten aanpassen. Zij vindt ze uit de mode, lacht en danst ermee op tafel. Intussen weet de hele stad af van zijn voor die tijd (einde 19e eeuw) en voor die stad (het katholieke, Vlaamse Brugge) schokkende levenswandel. Stilaan groeit bij Hugues ook het besef dat Jane niet dezelfde is als zijn overleden vrouw, om wie hij nog steeds rouwt. Zij bedriegt hem en verspilt zijn geld. Toch kan hij het niet uit maken. Voor het eerst nodigt hij haar uit bij hem thuis, op de dag van de Heilig Bloedprocessie. Zijn diepgelovige huishoudster wil Jane niet bedienen en neemt ontslag. Jane, niet wetende wat al die foto’s en spullen van zijn vrouw voor hem betekenen, lacht ermee en daagt hem uit. Dan voltrekt zich een drama, terwijl de klokken luiden over de dode stad.” [zie ook: Wikipedia]

Leeservaring

De vertaling die ik las, is uit 1978. Dat zal er toe bijgedragen hebben dat het taalgebruik in de roman niet ouderwets overkomt. De stijl is uiteraard anders: die is duidelijk 19de-eeuws. Maar op de een of andere manier accepteer je dat gemakkelijk, als behorend bij dit specifieke boek met de stad Brugge als decor èn een van de hoofdpersonen.

“Er was een mysterieuze gelijkenis ontstaan. Zijn echtgenote was dood, en de stad waarin hij ging wonen moest ook dood zijn. Hij had het decor van een stad als Brugge ook nodig voor zijn diepe rouw.(…..) De stad die vroeger ook bemind en mooi was geweest, belichaamde het voorwerp van zijn verdriet. Brugge was zijn dode. En zijn dode was Brugge. Alles verenigde zich in eenzelfde lot. Brugge was de dode stad, die zelf in het graf lag van haar stenen kades, met haar reien die verkilde aderen waren geworden toen de krachtige hartslag van de zee was gestokt.”

In de hoofdstukken die volgen, zien we hem dwalen door deze stad, waarbij alles meewerkt om de diepe rouw weer te geven: het beschreven beeld van de stad met haar zeer oude huizen, duistere watervlakken in de reien, het sombere gebeier van de kerkklokken, kil en nat weer. Binnenhuis is het al niet anders. Alles is doodstil, hij heeft geen lust in lezen of visite, in alle kamers blijven de meubels en snuisterijtjes onaangeroerd en de foto’s en haar haarvlecht zijn kostbare relikwie√ęn geworden die op bijna religieuze manier worden aanbeden. Het liefst zou hij snel sterven om bij haar te zijn.

Maar dan denkt hij op een avondlijke dwaaltocht door de stad zijn vrouw te zien lopen: het blijkt een danseres te zijn die erg op haar lijkt. Hij volgt haar, vindt uit waar ze woont en legt contact. Aanvankelijk is hij ervan overtuigd dat wat hij doet geen probleem is: in deze vrouw eert hij zijn overleden vrouw. Maar de mensen in de stad zien dat anders. Steeds verder raakt hij verstrikt in deze verhouding en als hij begint te beseffen dat er iets niet klopt, dat deze vrouw een totaal andere is dan degene die hij verloor, maken de (bekende Brugse) zwanen hem op een donkere avond op mysterieuze wijze duidelijk dat er onheil opkomst is: er zal iemand sterven.

De symboliek blijft een rol spelen, ook in de Heilige Bloedprocessie die langs zijn huis trekt. Naarmate de schrijn met het relikwie dichter bij komt en de mensen knielen op straat voltrekt zich het drama.

Zo melodramatisch schrijft men tegenwoordig niet meer en toch, vreemd om te moeten constateren, ik las het met meer bewondering en genoegen dan¬†Rivier van vergetelheid van Philippe Claudel.¬†Het is duidelijk dat¬†Meuse l’oubli¬†er nauw aan verwant is. De uitwerking van de plot is echter totaal anders. Maar verrassender vond ik, dat ik er ook zaken in herkende die terugkomen in¬†De hemel boven Parijs van Bregje Hofstede, zij het veel subtieler dan de manier waarop Claudel er mee bezig is geweest. Fascinerend dus! Echt iets voor mij om dat eens allemaal uit te diepen in een volgende blog.

Georges Rodenbach ligt begraven te Parijs op het kerkhof P√®re Lachaise. Het grafmonument toont de dichter die uit het graf stapt met een roos in de hand. Op het onderste deel van het graf is een tempelierskruis gegraveerd. En verder de tekst: “Seigneur, donnez-moi donc cet espoir de revivre, dans la m√©lancholique √©ternit√© du livre.”

En zo geschiedde…..¬†

Eerder [2014] verschenen op Mijn boekenkast