Maandag, 6 juni, 2005

Geschreven door: Burg, Bob van der
Artikel door: Klomp, Lisa

Camera

Melancholieke mannen en droeve dreumesen

Bob van der Burg (1949) is directeur en uitgever van Multi Magazines dat onder andere Rails ontwikkelde. Camera is zijn debuut. Het is een bundel van twaalf korte verhalen, waarvan twee eerder gepubliceerd werden in literair tijdschrift Bunkerhill. Het titelverhaal gaat over een freelance regisseur die van zijn vriend Tom de opdracht krijgt van diens ex-vrouw een pornografisch filmpje te maken. Tom is inmiddels hertrouwd en zijn ex mag niet weten voor wie het filmpje bestemd is. Het ongelukkig huwelijk is het thema dat Van der Burg in het gros van zijn verhalen aanroert, aangevuld met een variabel element.

‘Zoveel water voor niks’ verhaalt naast huwelijksperikelen ook de stroeve relatie tussen de verteller en zijn broer. Het verhaal is rijk aan atmosfeer maar Van der Burg verpest zijn mooie metaforen met misbaksels als: ‘We hadden allemaal teveel wijn gedronken die avond, maar dachten dat het goed was, omdat het dingen naar buiten bracht die anders misschien niet aan de oppervlakte zouden zijn gekomen.’
Dit doet denken aan een kind dat zijn uitvoering van Chopin onderbreekt om in de neus te graven. Weg vervoering.

In veel van de verhalen zit een onduidelijk element, dat zowel in Van der Burgs voor- als nadeel werkt. De hoofdpersoon van ‘Bakkertje’ is vijftienjarige Paul die worstelt met zijn ontluikende seksualiteit. Tot grote verontrusting van de lezer associeert hij deze lustgevoelens met geweld jegens vrouwen. Wanneer zijn vader hem aangesproken heeft op de bloedvlek in zijn pyjamabroek volgt de zin: ‘Daarna had zijn vader ook nog de vaas gevonden.’ De lezer twijfelt aan zichzelf, bladert terug, kan geen vaas vinden en besluit het even af te wachten. Er komt echter geen oplossing voor het raadsel. Het thema psychopaat in de maak werkt vervreemdend en vormt daardoor interessante stof voor literatuur. Van der Burg laat echter teveel aan gissingen over om de lezer werkelijk te treffen.

Ook in ‘Een nieuwe dag’ bevinden zich teveel open plekken. De gedachten van zesjarige Onno vloeien wegens Van der Burgs volstrekt willekeurig gebruik van dialooghaakjes samen met die van de verteller waardoor ze vaak verwarren of ongeloofwaardig overkomen. Zijn poging de gedachtewereld van een kind meeslepend te verwerken is beter geslaagd in ‘Zeepaardjes en kerstbomen’. Dit verhaal heeft met het andere in Bunkerhill geplaatste proza gemeen dat het niet handelt over uitgebluste veertigers. Charlene’s ouders zijn gescheiden en het elfjarige meisje doet haar best zich aan te passen. De nieuwe meneer neemt immers drop voor haar mee en dat haar vader vervolgens onaangekondigd mee komt eten ervaart ze als erg gezellig, al is mamma wel wat stil. Van der Burg geeft net voldoende informatie om de lezer de verhaallijn duidelijk te maken zonder dat Charlene teveel inzicht krijgt voor haar leeftijd.

Boekenkrant

In ‘Shirley’ ondergaat de gelijknamige hoofdpersoon een borstoperatie die haar man niet kan bekostigen. Hij sluit echter een akkoord met de dienstdoende chirurg dat mevrouw na herstel een avond langskomt en hem en zijne collega’s vermaakt met het geboekte resultaat. Omdat de chirurg de randvoorwaarden van de overeenkomst suggestief verwoordt bakt Shirley de vuilak een poets. Na het kort tonen van haar borsten laat ze het hitsige stel over aan hun welverdiende lot.

‘Afrika aan zee’ gaat over Marcels falende poging zijn echtgenote door middel van een vakantie te overtuigen van hun te herwinnen geluk:

‘De vrouw met wie hij bijna tien jaar is getrouwd, met wie hij heeft gelachen en gehuild, gaat van de ene op de andere dag naar de sportschool, wordt krankzinnig fanatiek, weigert iets anders te eten dan groente en rijst, valt tien kilo af, laat haar ogen liften, gaat uit tot diep in de nacht, begint een verhouding met haar dansleraar, stelt die op een middag aan Marcel voor en zegt dezelfde avond dat het voor hen beiden beter zou zijn als ze een tijdje uit elkaar gaan, omdat ze op zichzelf wil staan.’

Aan de midlifecrisis voegt Van der Burg hier twee stonede caddies, een vleugje corrupte agenten en een volgzame bediende toe en exporteert zijn clichés naar een land waarvan hij de hoofdstad niet correct weet te spellen.

Door de verhalen heen worden twee namen herhaald. Het is echter niet duidelijk of zij in de verschillende lijnen dezelfde personages voorstellen omdat ze slechts terloops worden genoemd. Dit is jammer want het aanbrengen van een dergelijke samenhang had de bundel een extra dimensie kunnen geven. Het enige wat de verhalen nu samenbindt is het motief van De Ongelukkige Man, dat door de eindeloze herhaling gaat vervelen.

Het gros van de verhalen in Camera lijkt de ultieme tegenhanger van de chick lit ; geschreven over, voor en door de man. Elk van de personages representeert een categorie man. De trouwe echtgenoot die verlangt naar zijn secretaresse, de pornoverslaafde, de homofiel met een slot op de kast, het moederskindje, de man die de opvolger van Ted Bundy dreigt te worden, enzovoort.

Opmerkelijk is dat het vertelperspectief op thematische grond lijkt te wisselen. De verhalen in ik-perspectief handelen op een uitzondering na over treurige mannen van middelbare leeftijd. De verhalen die in de derde persoonsvorm zijn geschreven gaan over belevenissen van kinderen en een koppel op vakantie in Kenia. Op deze manier krijgt de lezer de indruk dat Van der Burg zich dichter bij Amsterdam en de midlifecrisis voelt staan dan bij de jeugd of het exotische buitenland.

Camera is een aardig boekje voor in de trein, als de Rails even op is. Van der Burg ontbeert geen talent maar moet, net als het muzikale wonderkind, nog een beetje oefenen op de presentatie.


Eerder verschenen op Recensieweb