Maandag, 10 oktober, 2016

Geschreven door: Worldwatch Institute
Artikel door: Knoppers, Rijkert

Can a City Be Sustainable?

Deel 1: Hoe krijg je de gebouwde omgeving duurzamer?

Wetenschaps- en techniekjournalist Rijkert Knoppers las Can a City Be Sustainable? en behandelt in een reeks van drie artikelen verschillende aspekten van de duurzaamheid van moderne steden. Deel 1: Hoe krijg je de gebouwde omgeving duurzamer?

[Recensie] Tot 2023 zal het totale oppervlak aan gebouwen wereldwijd met 24 procent groeien, van 138 miljard vierkante meter naar 171 miljard vierkante meter. Met name binnen steden in ontwikkelingslanden neemt het aantal nieuwe gebouwen sterk toe, een verontrustende ontwikkeling want gebouwen behoren tot de grootste gebruikers van energie, water en materiaal, aldus Michael Renner, onderzoeker van het Amerikaanse Worldwatch Institute. In het onlangs verschenen lijvige jaarboek , dat geheel gewijd is aan de milieuaspecten van de stedelijke omgeving, stel Renner zich in dit verband de vraag hoe het mogelijk is om de ecologische voetafdruk van de gebouwde omgeving te verminderen. Het gaat daarbij in eerste instantie om eengezinswoningen en appartementen, verantwoordelijk voor driekwart van het energieverbruik van gebouwen, maar het energieverbruik van kantoren en andere commerciƫle gebouwen staat eveneens hoog op de agenda, want ook dit energieverbruik neemt sterk toe.

Certificatiesystemen

Tegenover deze verontrustende ontwikkelingen staat dat er inmiddels een heel scala aan maatregelen bedacht zijn, die de milieubelasting van gebouwen zouden kunnen minimaliseren. Illustratief voor deze positieve tendens is het feit dat er wereldwijd inmiddels bijna 600 certificatiesystemen zijn ontworpen, die onder meer verlichting, verwarming, waterverbruik en materiaalkeuze van een waardeoordeel voorzien. Een van de oudste beoordelingssystemen is de bekende Building Research Establishmentā€™sĀ  Environmental Assessment Method (BREEAM), dat inmiddels, net als Leadership in Energy and Environmental Design (LEED), wereldwijd is uitgegroeid tot de belangrijkste certificatie methoden.

Bazarow

Living Building Challenge

Een positieve ontwikkeling, vindt Renner, al vindt hij wel, dat bij deze oudere beoordelingsmethoden de lat wel eens hoger zou mogen liggen. Hij verwijst in dit verband naar de Living Building Challenge, die met name in de Verenigde Staten en Canada in gebruik is, en die veel verder gaat dan de andere gangbare systemen. Dit beoordelingssysteem stelt bijvoorbeeld de eis dat een gebouw evenveel elektriciteit moet opwekken als het verbruikt, uitsluitend dat water mag gebruiken dat op het betreffende gebouw valt, terwijl daarnaast de inzet van ernstig schadelijke materialen zoals asbest, koper en PVC verboden is.

Van de mogelijke milieumaatregelen binnen de stedelijke omgeving speelt in verschillende delen van de wereld het verwarmen met zonne-energie een opvallende rol. Terwijl in ons land de zonnecollector ten opzichte van het PV-panelen slechts een bescheiden positie inneemt, is de situatie in landen als China, Spanje en Braziliƫ radicaal anders. Een extreem voorbeeld is hierbij de Chinese stad Rizhao, waar de overheid de afgelopen 20 jaar het gebruik van zonnecollectoren sterk gestimuleerd heeft. Met veel succes, want momenteel verwarmt 99 procent van alle huishoudens hier het huishoudelijk water met zonne-energie. Inmiddels geldt voor alle nieuwbouwwoningen in deze havenstad van 2,5 miljoen inwoners de verplichting dat deze uitgerust moeten zijn met een zonnecollector.

Voldoende ?

Ook het bevorderen van woningen, die gebouwd zijn volgens het principe van passief bouwen, zet zoden aan de dijk. Met name in Duitsland zijn dergelijke woningen erg populair, de stad Freiburg bepaalde bijvoorbeeld in 2011 dat alle nieuw te bouwen woningen in nieuwbouwwijken aan deze principes moeten voldoen, in Hamburg volgde een jaar later het besluit dat alleen nieuwbouwprojecten volgens het principe van passiefbouwen op subsidie konden rekenen.

De vraag hoe het Nederlandse beleid ten aanzien van dit onderwerp scoort komt slechts sporadisch in dit, overigens uitstekend gedocumenteerde, jaarboek aan de orde. Dat zou wel eens ten onrechte kunnen zijn, al was het maar omdat uit de – ook door het Worldwatch Institute geciteerde – Arcadis Sustainable Cities Index, blijkt dat Europese steden in het algemeen op milieugebied goed scoren, met Frankfurt, Londen en Kopenhagen in de top drie. Met twee Nederlandse steden in de top vijf, dankzij Amsterdam en Rotterdam die op de vierde en vijfde plaats staan, maakt dat ons land toch behoorlijk goed vertegenwoordigd is. Is het zaak dat wij op het gebied van duurzaamheid internationaal wat harder aan de weg gaan timmeren?

Eerder verschenen in Duurzaam gebouwd