Dinsdag, 16 maart, 2021

Geschreven door: Voos, Lammert
Artikel door: Ekeren, Philipp van

Canisius

Aan de verkeerde kant van de geschiedenis

[Recensie] Canisius, de laatste novelle van Lammert Voos, heeft er flink bij mij ingehakt. Rauw is het eerste woord dat in mij opkomt. Dezelfde typering kreeg Malterfoske, de eerste uitgave van dit drieluik, toebedeeld door het NRC Handelsblad. Het is uitgeklede taal gestript van overbodige woorden, werkelijk uitgekleed tot de essentie. De zinnen zijn hard en meedogenloos, totaal in de lijn met de karakters van de twee hoofdpersonen. Daardoor krijgt het verhaal een buitengewoon grote impact. Na deze novelle in Ă©Ă©n ruk te hebben uitgelezen moest ik twee dagen bijkomen.

“In de kerk van het dorp geen hemels licht door glas-in-loodramen. Geen beelden. Harde banken. Geen verwarming. Een asmatisch orgel. Bijbeltjes die naar schimmels en zwammen stonken.”

Het boek bestaat uit twee gedeelten. Het eerste deel ‘un perro rojo’ begint als een surrealistische film. Op een stacatto manier beschreven maken we kennis met de huiselijke kring van de verteller, een schrijver van beroep. Een milieu met weinig warmte, waar familie met de noorderzon vertrekt of onverbiddelijk wordt uitgedund door excessief drankgebruik. Zelfs de hond overleeft het niet. Toch werd er gelukkig in de familie wat afgelachen om de pijn van het gewone leven te verlichten. Vervolgens belandt de hoofdpersoon op de bonnefooi in het toeristenparadijs La Gomera. De enige waar hij op dat eiland een band mee krijgt zijn tequila en een rode zwerfhond Foxy Lady. Bij terugkomst raakt hij gefascineerd door het mysterie rond zijn oom Petrus. In een krant heeft deze dompteur van het Russische Staatscircus verteld dat hij zijn arm heeft verloren door een aanval van zijn favoriete leeuw. Een vermakelijk artikel dat de schrijver aanzet om de lotgevallen tussen 1940 en 1950 van deze oom op te gaan schrijven.

“Hij was een sterk verhaal in levenden lijve en als hij zijn leven verzon, waarom zou ik het dan niet mogen, dus ik was vastbesloten zijn verhaal te herschrijven.”

Ons Amsterdam

Een beladen familiegeschiedenis van mogelijke collaboratie waarover natuurlijk na de oorlog niet werd gesproken. Dit levensverhaal wordt verteld in het tweede deel ‘Wahrheit und Dichtung’. Het eerste deel eindigt met een citaat van Toergenjev “Omstandigheden kenmerken ons; dwingen ons op een of andere weg en dan straffen ze ons daarvoor”. Dit is het thema van de novelle. Er is geen beter citaat te geven voor deze maalstroom door het voorportaal van de hel waar deze oom Petrus doorheen wordt getrokken. Het gaat die dingen die je niet kan uitkiezen. Familie krijg je en honden kiezen hun baasje. Onmacht. Zo simpel is het. Toch kan je het boek amper meer wegleggen als je eenmaal bent geraakt. Je wordt als lezer gewoon meegetrokken in het verhaal. Geen ontkomen aan. En het komt dichtbij; eerlijk en geloofwaardig. De hardheid van het bestaan voor een ongewenste bastaard, een krappe honderd jaar geleden. Van de criminele oom van zijn stiefvader krijgt hij de benodigde levenslessen.

“En je zorgt ervoor dat nooit, maar dan ook nooit of te nimmer iemand je uitlacht! Als ze je uitlachen, sla je er direct op los! Een Canisius laat zich nooit uitlachen!”

Overleven in elke situatie. Als een rots in de branding. Dat Petrus ‘rots’ betekent in het Grieks kan duiden op het feit dat alle narigheid van deze ‘rots in de branding van de geschiedenis’ ogenschijnlijk afglijdt. Als lezer begin je te snakken naar warmte, genegenheid en (een beetje) geluk.

Het verhaal speelt zich grotendeels af rondom de Tweede Wereldoorlog. NaĂŻviteit en onnozelheid vieren hoogtij. Petrus kiest nooit, slaat nooit een weg in, neemt nooit een standpunt in. De omstandigheden sturen hem verder. Meer wil ik niet verklappen. Pas later kan Petrus concluderen dat bepaalde richtingen niet goed voor hem hebben uitgepakt. Petrus deed me gelijk denken aan de hoofdpersoon Billy Pilgrim uit ‘Slachthuis 5’ van Kurt Vonnegut. Meegetrokken of eerder verzwolgen door de geschiedenis. In het verhaal blijven honden als een rode draad hun opwachting maken. Zij accepteren oom Petrus onvoorwaardelijk en blijven hem trouw (uitgezonderd de laatste viervoeter).

De zorg die is besteed aan de vormgeving van het boek is een waar genoegen. Typografisch tot in de puntjes verzorgd door Martien Frijns. De twee gedeeltes zijn prachtige gescheiden door een hardblauwe pagina met titel. Dat is uitgeverij AfdH wel toevertrouwd. Hun uitgaven zijn altijd een genot voor elke typograaf en ontwerper. Zorgvuldig gekozen papier, lettertype, bladspiegel tot een mooi kapitaalbandje in de rug. Het grappige is dat ik bij ontvangst niet gecharmeerd was van de afbeelding op de voorzijde. Nu ik het boek heb gelezen weet ik dat deze tekening perfect gekozen is.

Natuurlijk zijn er verleden jaar weer veel boeken verschenen maar het heeft mij werkelijk verbaasd dat dit boek niet meer in de publiciteit is gekomen. Voor mij is Lammert Voos dé ontdekking van 2020. Wat kan die man schrijven! Deze schrijver verdient echt een groter publiek. Denk sowieso dat deze spannende en bondige novelle ook veel jonge lezers kan bekoren. Ik kan in ieder geval niet wachten totdat het derde deel van deze trilogie verschijnt.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken