Vrijdag, 20 december, 2019

Geschreven door: Valens, Anton
Artikel door: Verplancke, Marnix

Chalet 152

De waarheid van de clown

De eerste zin:

“Een van de eigenaardigheden waarvoor de schilder van lantaarnpalen zich gesteld ziet is dat hij bij voortduring tegen het licht in kijkt.”

Recensie

Wanneer de tante van Djoeke van ’t Hull dement wordt, krijgt hij de vraag voorgelegd of hij op haar chalet wil passen die op een vakantiecamping ergens aan de Nederlandse kust staat. Djoeke heeft toch niets om handen, denkt iedereen, geen vrouw, geen werk en geen bestaansreden. Het zal hem goed doen. Maar dat doet het niet, toch de eerste maanden niet. Hij voelt zijn depressie groeien en ziet zijn masturbatiefrequentie krimpen. Maar dan krijgt hij Audrey d’Audretsch in het oog, de vrouw uit chalet 63, die spirituele seances organiseert en zegt dat hij lijdt aan stille opgefoktheid en ontreddering die zich verdoken onder de oppervlakte ophouden en er dringend ook een paar geblokkeerde chokra’s op het afwerpen van hun ketenen zitten te wachten. Terwijl hij maar een ding wil: seks.

Bazarow

De bewoners van camping ’t Ezeltje vormen een meelijwekkend allegaartje. Zo heeft Aiden iets seksueels met naar mannenzweet riekende rubberen laarzen en is Patrick overspannen geraakt door te veel naar de mindfulness te gaan. Wanneer coördinator Lex onder het motto “Met zijn allen tegen de negativiteit” een intekenformulier uithangt waarin de bewoners opgeroepen worden hun steentje bij te dragen bij het renoveren en verfraaien van de omgeving, is Djoeke de eerste en enige vrijwilliger. Hij gaat de lantaarnpalen schilderen die her en der verspreid over de camping staan, hoeveel precies weet niemand.

Valens bouwt zijn Chalet 152 op aan de hand van drie door Audrey georganiseerde ayahuasca-sessies waarbij een uit de Amazone overgewaaid plantenbrouwsel gedronken wordt waardoor je je lijf binnenstebuiten kotst en de metafysische waarheid te weten komt over jezelf en de wereld. Een waarheid trouwens die je niet altijd wil weten, ervaart Djoeke aan den lijve. Soms gaat Valens al te lang door in die psychedelische scènes, waardoor de schwung wat uit zijn roman verdwijnt, maar zelfs dan blijft hij qua vernuftig taalgebruik en humor tot de toptenoren behoren. Vooral ook omdat hij zo goed is in het blootleggen van de waarheid van de clown, dat de lach er alleen maar is om de traan te verdoezelen. De begrafenisscène waarin twee mannen na elkaar hetzelfde gedicht voorlezen dat ze allebei onafhankelijk van elkaar van het internet hebben geplukt, spreekt hier boekdelen.

3 vragen aan Anton Valens

Djoeke is een aan lager wal geraakte man, net zoals zowat alle hoofdpersonages in je boeken. Wat heb je daarmee?

Valens: “Dat weet ik niet precies. Wellicht omdat ik me zelf vaak ook zo gevoeld heb en ik sympathie heb voor dergelijke types. Zij zijn niet zo geschikt voor onze keiharde maatschappij, maar vaak hebben ze verborgen talenten. Ook in het echte leven kom ik vaak uit bij zulke mensen. Ik heb ooit nog in de thuiszorg gewerkt en ook daar had ik een voorkeur voor randgevallen. Die hadden gewoon interessantere verhalen dan de brave omaatjes met hun kopje thee en hun stukje taart. Ik was een van de weinigen die met die mensen overweg kon. Ik word gek van die kerels, zeiden de anderen, en op den duur werd ik er ook gek van, dus toen ben ik er maar mee gestopt.”

In een vroegere roman, Het boek ONT, stond een zelfhulpgroep centraal voor mensen die hun post niet durfden te openen. U had daar zelf ook last van. Is Chalet 152 ook uit zo’n autobiografisch detail ontstaan?

Valens: “Ik wou wel naar zo’n ayahuasca-sessie gaan, maar ik werd geweigerd omdat ik gezondheidsklachten heb. Dus heb ik er maar met een vriend over gepraat die er ervaring mee heeft, ook al zijn die sessies in Nederland inmiddels verboden. Het wordt tot de harddrugs gerekend, maar het is niet verslavend, en een partydrug is het ook al niet aangezien je er kotsmisselijk van wordt. En toch is het razend populair.”

Toch gek, vind je niet?

Valens: “Men zegt dat het een medicinale werking zou kunnen hebben op mensen met trauma’s. Ik denk dat mensen er zich aan overgeven omdat ze rust zoeken, of in een poging zichzelf te vinden. Ze zitten ergens mee in de knoop en zoeken naar de zin van het leven. Wat vaak terugkeert is dat mensen zich opeens een voelen met de wereld. In het dagelijks leven zijn we alleen nog met het materiële bezig, en dan zorgt ayahuasca voor de spiritualiteit. Er worden zelfs sessies opgezet voor managers die dan grote bedragen neertellen om in een emmer te kotsen. Zelf twijfel ik of het iets oplevert. Misschien is het gewoon zinsbegoocheling, een reactie op de kille en tot eenzaamheid leidende maatschappij van vandaag. Veel van die mensen waren vroeger misschien gewoon naar de kerk gegaan, of naar de Baghwan.”

Eerder verschenen op Knack