Vrijdag, 30 december, 2016

Geschreven door: Slimani, Leïla
Artikel door: Leppers, Ger

Chanson Douce

Griekse tragedie in Franse hoofdstad

[Recensie] In de Verenigde Staten vermoordt een kinderjuffrouw uit Porto Rico in koelen bloede de kinderen die aan haar zorgen zijn toevertrouwd, zonder dat ze ooit een verklaring weet te geven voor haar daad – weinig gebeurtenissen zijn zo moeilijk voorstelbaar.  De jonge Algerijns-Marokkaanse journaliste en schrijfster Leïla Slimani las er enkele jaren geleden over in de pers, het geval liet haar niet los. Ze wilde proberen de toedracht te doorgronden, en schreef er een meeslepende roman over waarvoor ze dit jaar de Prix Goncourt kreeg, de belangrijkste van de vijf grote Franse literaire prijzen die in het najaar, het traditionele prijzenseizoen in Frankrijk, worden uitgereikt.

Leïla Slimani heeft van haar verhaal niet de bloedstollende thriller gemaakt die je in eerste instantie geneigd zou zijn bij zo’n gegeven te verwachten. De lezer kent de afloop vanaf de eerste zin van het boek: “De baby is dood.” Wel zoekt de schrijfster naar de mogelijke beweegredenen voor een zorgvuldig beraamde moord op twee onschuldige wurmen die nog helemaal aan het begin van hun leven staan.

De lezer maakt kennis met een Parijs’ doorsneegezin. Vader Paul zit tot over zijn oren in het werk als geluidstechnicus, moeder Myriam heeft het niet minder druk als een steeds succesvoller advocate. Gelukkig vinden zij voor hun kinderen Adam en Mila de volmaakte kinderjuffrouw: Louise. Louise voedt hen op, maakt hun eten klaar, houdt ze bezig, ze klopt, veegt en zuigt, ze kookt, ze maakt de bedden op. Geen wonder dat Louise mee mag wanneer de familie de vakantie doorbrengt op een Grieks eiland. De ruimte van de zee, de verkoelende wind, het stralende licht, de schoonheid van het landschap alles overweldigt haar.

Maar Louise, afkomstig uit een heel ander milieu dan haar werkgevers, heeft steeds meer moeite om de twee tegengestelde werelden waarin ze leeft met elkaar te verzoenen vooral wanneer problemen uit het verleden haar beginnen in te halen.

Scènes

Slimani weet de wereld van de Parijse kinderjuffen, doorgaans afkomstig uit exotische landen, mooi op te roepen. Ze treffen elkaar, wakend over het welgestelde kroost, in parkjes en plantsoenen die ook worden gefrequenteerd door een treurige fauna: anderen die in de marges van de samenleving verkeren. “De parkjes, op winterse namiddagen. De druilerige regen veegt over de dode bladeren. Het ijskoude grint kleeft aan de knieën van de kleine kinderen. Op de banken, in de aan het oog onttrokken paden, stuit je op mensen voor wie er geen plaats is in de wereld. Ze ontvluchten hun kleine appartementen, hun treurige salons, de fauteuils die zijn doorgezeten als gevolg van het gebrek aan beweging en de verveling. Liever rillen ze in de open lucht, met gekromde rug, met over elkaar geslagen armen. Om 16 uur lijkt er geen einde te komen aan de dag vol ledigheid. In het midden van de namiddag kun je de verspilde tijd voelen, maakt men zich ongerust over de vallende avond. Het is het uur waarop men zich ervoor schaamt nergens goed voor te zijn.”

Slimani, zelf een welgestelde bankiersdochter die de beste scholen en universiteiten van Marokko en Frankrijk heeft bezocht, slaagt erin om het merkwaardige dubbelleven van haar hoofdpersoon en de uitzichtloze wurggreep waarin zij belandt, haar wanhoopsdaad die een vlucht uit de armoede is, overtuigend neer te zetten. Slimani’s zinnen zijn doorgaans kort – een onsje bijzinnen méé zo hier en daar was welkom geweest – maar ze stuwen het verhaal onweerstaanbaar voort. De onthullingen over haar hoofdpersoon komen beetje bij beetje, mooi gedoseerd, en in de laatste vijftig bladzijden van ‘Chanson douce’ begrijpt de lezer waarom Louise’s daad voor haar onontkoombaar was als in een Griekse tragedie.

De Prix Concourt

De beroemdste van alle Franse literaire prijzen wordt jaarlijks door de tien leden van de Académie Goncourt toegekend tijdens een lunch in restaurant Drouant, en levert de winnaar 10 euro op – maar doorgaans een kapitaal aan auteursrechten. De prijswinnaar van 1972, Jean Carrière, liet de cheque maar inlijsten in plaats van hem te innen. Zijn prachtige boek werd onlangs herdrukt door uitgeverij IJzer: de roman De Sperwer van Maheux, mooi vertaald door K. Jongenburger, over de strijd van de mens tegen de meedogenloze natuur van de Cevennen. Deze heruitgave bevat ook de reisnovelle In het spoor van de Camisards van Ton van Reen, die het decor bezocht waarin het verhaal zich afspeelt. Zo hebben wij dit boek nu in een nog mooiere uitgave ter beschikking dan de ruim twee miljoen kopers van de Franstalige edities.

Eerder verschenen in Trouw

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *