Dinsdag, 9 februari, 2021

Geschreven door: Brouwers, Jeroen
Recensie door: Ekeren, Philipp van

Cliënt E. Busken

Opgesloten in de wereld van Jheronimus Bosch

[Recensie] Vooral de beklemming en tirannie door kloosterlingen in het jongenspensionaat zijn mij bijgebleven uit de voorlaatste uitgave Het hout van Brouwers. Ontroerend en mooi geschreven. Maar de nieuwste uitgave Cliënt E. Busken is, naar mijn bescheiden mening, het magnum opus van Jeroen Brouwers. Zelden zo gelachen, zo genoten van sublieme en hilarische taalvirtuositeit. Zo enthousiast dat ik het boek opnieuw ben gaan lezen. Diep respect voor deze tachtigjarige Nederlandse schrijver.

De gehele roman speelt zich af in de gedachtewereld van een dementerende man tijdens zijn gedwongen verblijf in een psychiatrische inrichting. Of zoals hij het zelf noemt “de gijzelaarsbewaarschool”. Daar is hij terecht gekomen omdat hij thuis is gevallen en hard met zijn hoofd op de stenen vloer terecht is gekomen. Nu zit hij vastgebonden in zijn rolstoel omdat hij niet meer kan lopen van de rugpijn, naast het feit dat hij zijn ledematen niet meer stil kan houden. Gevangen in zijn eigen lichaam. De hoofdpersoon, de heer E. Busken, heeft na een uitval tegen de “zielenwringster” Carola “de harpij van psychiatrie met haar soldatenkop”, vanwege zijn gedwongen opname uit principe besloten niet meer te spreken. Dat beweert hij althans in deze innerlijke monoloog. Of dat de waarheid is wordt niet echt duidelijk. Hij reageert überhaupt niet op zijn omgeving. Alleen schrikt hij steeds als hij plots wordt aangeraakt.

Het enige wat hij kan doen is afreageren op zijn omgeving in zijn geest. “Denken. Piekeren. Malen. Bedoelen.” Maar zijn geest is niet altijd scherp meer en het verhaal bestaat, naast het vilein fileren van alle medewerkers en cliënten, uit flarden jeugdherinneringen, neuroses en de meest bizarre fantasieën. Alle onderdrukte kwetsuren uit zijn jeugd komen aan de oppervlakte. En dat alles met een eloquentie die zijn weerga niet kent. Juweeltjes van zinnen. Zoals na het verschonen van de luier door aantrekkelijke verpleegster Moniek:

“Weer gearmd als bruidspaar, omdaverd door de orgelsymfonie van Saint-Saëns, schrijden wij, ik met mijn malse boterbloem, door de hoge hallen van mijn verbeelding…”

Wordt Vervolgd

Jeroen Brouwers wordt niet voor niets aangeduid als een grootmeester van de Nederlandse letteren. Juist door de ongeremdheid van gedachten van deze sarcast is er veel te lachen. Het enige wat Cliënt E. Busken nog kan doen is nauwgezet observeren en zijn gal spuwen met delicate precisie. In zijn denkwereld gebeurt heel veel in tegenstelling tot de buitenwereld. In het begin zoek je als lezer nog naar het beroep van deze erudiete patiënt maar al snel kom je er achter dat zijn fantasie onbegrensd is. Alle groten der aarde behoren tot zijn vriendenkring, van Beatrix, Harry Mulisch tot vijf generaties Pausen en in elke wetenschap heeft hij de hoogste haalbare bereikt. Hersenchirurg, componist, zwemkampioen tot paleogeneticus. Evenwel verantwoordelijk voor het succes van Calvé pindakaas:

“Ik leverde de te Delft gevestigde fabriek enige gouden suggesties tot duurzamere besmeuïng van het product, waar ze, naar weldra aantoonbaar werd, hun voordeel in rijke mate en met dik succes hebben gepuurd, maar mij een procentje gunnen van de erdoor toegenomen omzet, nog geen bedankbriefje viel mij ten deel.”

Langzamerhand leer je de omgeving en zijn lotgenoten kennen. Niemand ontsnapt aan zijn kritiek: “iedereen en alles is hier bespottelijk”. Zelfs de vrouw Mieneke Kalckbrander, die zich om hem bekommert, kan in zijn ogen niets goed doen terwijl zij hem tegenover iedereen verdedigt. Hulpeloos overgeleverd aan vreemden. En dat terwijl zijn lichamelijke en geestelijke gesteldheid hard achteruit gaan. De grip op de tijd volledig verloren. Het enige lichtpuntje is roken. Maar dat is inmiddels ook een tantaluskwelling.

En ontstaat er ook een beeld van zijn jeugd in Indië en zijn verdere leven. Daaruit is te filteren dat het geen hosanna is geweest. Autobiografische elementen uit Brouwers jeugd in ons Indië zijn hier waarschijnlijk in te vinden.

“Er kleeft verdriet in me, als drabbige stroop, de hele dag al, eigenlijk al jaren, eigenlijk al sedert mijn conceptie.” 

Vooral zijn moeder heeft hier een groot aandeel in. Zij laat hem goed voelen dat hij ongewenst is. Zijn biologische vader kent hij niet. En hij wordt volledig genegeerd door zijn stiefvaders. Door de beschimpingen uit het verleden door zijn moeder, krijgt de lezer een indruk van zijn opvoeding. Geen enkele opleiding afgemaakt en geen enkel baantje gehad. Een leven omringd door boeken.

Ogenschijnlijk een belezen man, gezien zijn taal en woordgebruik. Door zijn houding en non-communicatie wordt hij als een onwillig kind behandeld. En dat is natuurlijk olie op het vuur. Wat alle anderen ook voor hem doen, vanuit de protagonist is echt alles negatief. Dat is soms wel wat teveel van het goede.

Het boek laat voelen wat het betekent om geheel afhankelijk te zijn, alleen nog je gepieker, je gedachten en je herinneringen hebt. Het wachten op de dood als verlossing sijpelt tussen de regels door. Dat geeft deze roman een rauw en bitter randje. Het zet je aan het denken over je eigen verscheiden. De angst om ook zo te eindigen. Dat het ervan afhangt of je nog open kunt staat, in communicatie staat met je omgeving, de mensen, de natuur… je eigen natuur… zodat er nog contact en uitwisseling mogelijk is. Het geval Busken leert ons vooral wat je niet moet doen…

Als een boek dat allemaal in zich heeft zal het niemand verbazen dat ik iedereen Cliënt E. Busken van harte kan aanbevelen. Voor mij hét boek van 2020. Dit boek verdient een groot publiek. Voor eenieder die zich graag wil laten meevoeren in de geest van deze fantast. Literatuur om te lachen, te genieten en te verontrusten.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken