Zaterdag, 25 januari, 2020

Geschreven door: Bakhuis, Daniëlle
Artikel door: Voskamp, Nico

Clownsnacht

Vakkundige jeugdhorror

[Recensie] Een jaar of wat geleden was er opeens een horrorclown in het nieuws dankzij lolbroeken die uit de bosjes sprongen met een clownsmasker op om mensen een doodschrik te bezorgen. De horrorclown, waar kennen we die van? Van Stephen King bijvoorbeeld? Hij lanceerde in zijn boek Het de boosaardige clown Pennywise, die 1000 pagina’s lang een aantal kinderen het leven zuur maakt. Dat boek, en vooral de duivels getekende Pennywise sprak zo aan dat clowns sindsdien een stukje van hun onschuldige schuddebuik-uitstraling kwijt waren.

Daniëlle Bakhuis gebruikt dat collectieve beeld handig in Clownsnacht, een jeugdhorrorboek. Met een minder angstaanjagende demon dan Pennywise, omdat met de jeugdige zieltjes voorzichtig omgegaan dient te worden. Horrorschrijvers voor volwassenen hoeven daar geen rekening mee te houden. Zij kunnen hun horror zo gruwelijk mogelijk aanzetten, terwijl kinderboekenschrijvers de horror ook spannend moeten houden, maar zonder blijvende nachtmerries.

Bakhuis heeft die subtiele balans goed in de vingers. Het verhaal wordt stapsgewijs steeds een klein beetje griezeliger, maar als de prikkelende spanning naar gevaarlijke hoogspanning dreigt over te springen, tempereert ze weer naar een hanteerbaar voltage. Net genoeg voor de suspensezoekende lezer om weer even adem te halen.

Bazarow

De spelregels van het opbouwen van een griezelig verhaal volgt Bakhuis ook foutloos. In niet te lange hoofdstukken belicht ze de personages waarbij bedreigende zaken niet lang op zich laten wachten. De dreiging komt uit een onverwachte hoek, of van een ander persoon dan je zou verwachten, en culmineert tegen het eind van het hoofdstuk tot net nog draaglijke hoogten. Daarna volgt vlak voor het einde van het hoofdstuk een verrassing, meestal onaangenaam, die de lezer de adem beneemt.

En door naar de volgende golf avontuur. Bij zo’n rollercoaster van emoties en spanning hoort wel een passend verhaal natuurlijk. Maar ook die kwalificatie vervult Bakhuis met succes. Hier volgen we Fara die gaat babysitten bij de familie Zuiderduin, in een enorm huis. Alles lijkt in orde, maar dan beginnen dingen te gebeuren. Zo valt de stroom uit, die ze met moeite weer aan de praat krijgt. Bij de zoektocht naar de knop om de stroom weer aan te zetten in het kasteelachtige huis, vindt ze vreemde dingen op zolder. Later hoort ze dat er een moordenaar in de buurt ontsnapt is. Haar telefoon heeft nog maar twee streepjes stroom en ze is de oplader vergeten. Ze moet op de kinderen letten. En er is ook nog iets met een clown.

“Wanneer ik Suzies kamer binnen stap, staat ze huilend naast haar bed. Ze heeft een roze knuffeltje in haar ene hand en wrijft met haar andere hand in haar oog. Ik zak door mijn knieën en strijk een pluk haar uit haar gezicht. ‘Hé Suzie. Had je naar gedroomd?’
‘M-mama! Waar i-his mama?’ Dikke tranen maken geultjes in de gele schmink op haar wangen.
‘Mama en papa zijn naar een feestje vanavond, maar ik pas op. Ik heet Fara, weet je nog?’

Haar mond is opeens heel dicht bij mijn oor. ‘Ik wil niet dat de clown naar me kijkt.’ Ze zegt het zo zachtjes dat ik haar bijna niet versta.
Mijn buik trekt zich samen. ‘Wat?’
‘De clown,’ fluistert Suzie. ‘Hij stond naast mijn bed.’”

Je ziet het voor je. Prima situatie zo, veel suggestie, filmische beschrijving en een lugubere sfeer. Daarmee kunnen we lekker verder griezelen en meeleven met dit zorgvuldig opgebouwde verhaal. In een nawoord vertelt Bakhuis welke urban stories en andere zaken er allemaal in dat verhaal verwerkt zijn – meer dan je denkt. Nu nog doorlezen, als je durft, en zien hoe dit verhaal afloopt. De clown op de achtergrond heeft daar wel een idee over.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles