Woensdag, 31 augustus, 2016

Geschreven door: Stiegler, Bernard
Artikel door: Verplancke, Marnix

Dans la disruption

De aarde is ziek, maar wij ook

[Interview] We veranderen het klimaat, tasten de biodiversiteit aan, vervuilen de oceanen. Natuurlijk hebben we windmolens en zonnepanelen nodig en dienen we onze ecologische voetafdruk te verkleinen, maar met minder dan ‘een totale omwenteling van ons denken’ kunnen we niet het hoofd bieden aan de problemen van het ‘Antropoceen’, het tijdperk waarin de mens de bepalende factor is op aarde, meent Bernard Stiegler.

De Franse techniekfilosoof debatteerde onlangs op de Nijmeegse Radbouduniversiteit met de Duitse filosoof Peter Sloterdijk over de verantwoordelijkheid van de mens voor het behoud van de planeet aarde. Niet alleen onze planeet is ziek, haar bewoners zijn dat evenzeer, beweert Stiegler. We zijn vervreemd van onszelf, van ons werk, van onze maatschappij en van onze kinderen, die eerder gestuurd worden door games en reclameboodschappen dan door onze opvoedende hand.

“De oorzaak van onze ziekte, en die van onze planeet is onze economie, die is gebaseerd op ongeremde consumptie.”

Waar is het fout gegaan?

“De oorzaak van onze ziekte, en die van onze planeet is onze economie, die is gebaseerd op ongeremde consumptie. Dat leidt tot een verspillingseconomie, en tot wat Karl Marx de proletarisering van de mens noemde.

Geschiedenis Magazine

“De eerste die daar ooit over schreef was trouwens niet Marx, zoals je zou denken, maar Adam Smith, de vader van het liberalisme. Hij toonde dat de arbeidsdeling, die begon met de industriële revolutie, de mens reduceerde tot dienaar van de machine. Zo verloor de mens de kennis om een schoen te maken, en werd hij nog louter verondersteld met een naaimachine twee lappen leer aan elkaar te naaien, waarna iemand anders er een zool onder lijmde.”

Waartoe dit leidt, illustreert Stiegler aan de New Yorkse wijk Harlem. In 1990 toonde een studie aan dat een man in die zwarte, door werkloosheid, alco­ho­lisme en geweld geplaagde wijk minder kans had om 65 jaar te worden dan een inwoner van Bangladesh. “Dat was natuurlijk volstrekt paradoxaal. Bangladesh was een van de armste landen ter wereld, zonder stromend water, voldoende voedsel, geneesmiddelen en scholen, terwijl Harlem in het rijkste land van de wereld lag.”

De Indiase filosoof en econoom Amartya Sen vergeleek Harlem en Bangladesh ook; hij noteerde nog wat andere aspecten, zegt Stiegler. “In Bangladesh waren de mensen veel gelukkiger dan in Harlem en ze hadden er hun capabilities veiliggesteld, hun kennis dus. Volgens Sen waren de inwoners van Harlem extreem geproletariseerd. Niet enkel als handarbeiders, maar ook als ongeremde consumenten.

“En dat zijn we vandaag allemaal, wij voegen ons naar de wetten van de marketing. Eigenlijk willen we niet onophoudelijk nieuwe gadgets. Waar wij echt naar verlangen is het behoud van de sociale structuur waarin we opgegroeid zijn. Zekerheid. Veiligheid. Maar die worden ons door het hedendaags kapitalisme ontzegd.”

“Natuurlijk zijn smartphones en de talloze apps handig en helpen ze ons vooruit, maar ze verstoren ook onze relaties. Techniek is nooit zomaar goed of slecht, ze is als een medicijn: ze werkt goed, tenzij je er een overdosis van neemt, dan kun je er ziek van worden. Dat is is wat vandaag gebeurt. Ga naar een restaurant en kijk hoeveel mensen hun mobiel op de hoek van de tafel hebben liggen. Dat zegt genoeg.”

Onze sociale kring is toch alleen maar groter ge­worden op die manier?

“En oppervlakkiger. In de jaren 1980 en 1990, met neoliberale politici als Ronald Reagan en Margaret Thatcher en na de ineenstorting van het Oost-Europese communisme, hebben we onze ziel verkocht aan het kapitalisme. De overheid was opeens een probleem geworden dat uit de weg geruimd moest worden en het maatschappelijke veld diende in handen van de economie te komen. Voeg daar nog de globalisering bij en je krijgt een wereldwijd systeem dat niet langer via politieke weg het beste uit de mens wilde halen, maar zoveel mogelijk aan hem wilde verkopen. Van een investeringseconomie stapten we over op een speculatie-economie. Waar je voorheen aandelen in een bedrijf kocht in de hoop dat dit bedrijf zou floreren, werd de waarde van die aandelen het nieuwe doel. Wat er met dat bedrijf zelf gebeurde, vond men niet langer belangrijk. Vandaag bereiken we de grenzen van dit systeem.”

“Veertig procent van de Franse fundamentalisten was aanvankelijk geen moslim. Ze zijn het pas nadien geworden.”

Veel mensen zullen politiek en religieus funda­mentalisme nu een groter probleem vinden.

“Maar dat is gewoon de keerzijde van de medaille. Veertig procent van de Franse fundamentalisten was aanvankelijk geen moslim. Ze zijn het pas nadien geworden. Wat de opkomst van het fundamentalisme vooral aantoont is dat de jeugd niet zonder idealen kan. IS heeft goed begrepen dat in de Europese voorsteden honderdduizenden jongeren in wanhopige omstandigheden zitten te wachten op iemand die hun een ideaal zal geven, hoe moorddadig dit ook moge zijn.”

U meent dus dat het Westen de islamitische ter­reur die in naam van Allah gepleegd wordt, aan zichzelf te wijten heeft?

“Voor mij is het fundamentalisme een symptoom van onze kapitalistische ziekte. IS is de oorzaak niet. Die zijn wij met zijn allen en onze onmogelijkheid om jongeren nog een toekomstperspectief te bieden.”

Het baart Stiegler grote zorgen dat door automatisering en robotisering de werkloosheid, speciaal onder jongeren, volgens sommige voorspellingen schrikbarend zal toenemen. Dat zou de sociale spanningen verder aanjagen, maant hij. “De jeugdwerkloosheid ligt in Frankrijk rond 25 procent. In veel voorsteden is dat 50 procent en er zijn prognoses dat dat over tien jaar 80 procent is. Om daar iets aan te doen is herverdeling van de rijkdom nodig. En dan heb ik het niet over het basisloon waar de laatste tijd zoveel over te doen is, want dat is niet meer dan een overheidsaalmoes.”

“De oplossing is te vinden bij Amartya Sen en diens capabilities. De kennis die verloren gegaan is door de arbeidsdeling moeten we terugwinnen. In het Frans is kennis savoir, van het Latijnse woord sapere. Leven met sapere betekent dat je een fijnzinnige smaak ontwikkelt, een savoir vivre, levenskunst dus. En die kennis kan allerhande vormen aannemen: van je kinderen opvoeden tot je tuin onderhouden of schaken. Essentieel is dat dergelijke kennis je verbindt met je omgeving en de mensen om je heen, en dat ze je gelukkig maakt en zin geeft aan het leven.”

Moeten we dan allemaal weer schoenen gaan maken?

“Natuurlijk niet. Twee modellen staan me voor ogen. Het eerste is dat van de gratis en gedeelde software op het internet. De ontwikkelaars van deze software vergroten hun individuele en collectieve kennis, en met succes. Vandaag levert ze veel betere resultaten op dan de traditionele, gesloten software. Kijk maar naar Google Chrome, Mozilla en natuurlijk Android, waarop wereldwijd driekwart van alle mobieltjes draait.”

Dat model mag lijken op de deeleconomie, maar tegen Uber of Airbnb heeft Stiegler toch een bezwaar: “Van die bedrijven worden vooral de bedenkers rijk, in plaats van degenen die hun auto of huis via dat platform verhuren.”

“Het tweede model dat ik gebruik is dat van het Franse kunstenaarsstatuut, dat al bijna tachtig jaar bestaat. Wie werkt in de kunstwereld – van kunstenaar tot decorbouwer en technicus – krijgt daarin de status van werknemer, ook al werkt hij of zij niet fulltime. Zo is een filmsetbouwer daar niet dag in dag uit mee bezig. In Frankrijk hoeft deze bouwer niet meteen zelfstandige te worden, waardoor hij tijdens de stille momenten geen inkomen zou hebben, maar hij krijgt voor de niet-gewerkte tijd een WW-uitkering.”

Deze regeling, waar nu 250.000 Fransen gebruik van maken, zou voor iedereen toegankelijk moeten zijn, vindt Stiegler, ter bevordering van het herverdelen van arbeid.

“Ik pleit niet voor globalisering, maar voor glokalisering”.

Zulk delen, samenwerken en je capaciteiten ontwikkelen vormen voor hem de basis van de contributieve economie. Stiegler wil ermee gaan experimenteren in negen gemeenschappen rond Parijs, de voorsteden die nu nog geteisterd woren door spanningen en geweld. “In Seine-Saint-Denis gaan zo’n twintig academici samen met de lokale bevolking in een soort levend interdisciplinair laboratorium nieuwe internetplatforms en start-ups ontwikkelen. De opbrengst verdelen we onder de deelnemers. Dit gaat dus niet over aardappelen kweken of wiet roken, zoals sommige critici beweren, maar wel over nieuwe, in gemeenschap opgebouwde toepassingen van onze technologie, net als in Silicon Valley.

Op langere termijn willen we ons project in Parijs uitbreiden naar België, Groot-Brittannië, Latijns-Amerika en zelfs China. Er zijn contacten gelegd; daar wachten ze de Franse resultaten af. Uiteindelijk willen we over de hele wereld een keten van gemeenschappen vormen. Ik pleit niet voor globalisering, maar voor glokalisering: gemeenschappen die hun troeven uitspelen op internationaal vlak.”

En draagt dit bij aan de toekomst van Europa?

“Ondanks alles is Europa nog steeds de rijkste regio ter wereld. We hebben geld en mensen, maar we hebben geen project. Laat Europa terugkeren naar waar het goed in was: ideeën creëren en uitvoeren. Ons hoogtepunt was de Verlichting. Vandaag leven we natuurlijk niet meer in de achttiende eeuw, maar we moeten weer wetenschappers, kunstenaars, wetgevers en ondernemers voortbrengen met een visie.

En met meer kennis in plaats van informatie. Informatie kun je berekenen en analyseren met computeralgoritmes. Kennis valt niet te becijferen. Zij is open voor interpretatie. Kennis is daardoor in hoge mate particulier, maar tegelijkertijd laat ze ook plaats voor de diversiteit van de wereld.”

Eerder verschenen in Trouw

NB. Het boek is ‘tijdelijk’ niet leverbaar in Nederland via Libris. Het ISBN is 9791020903549.