Vrijdag, 13 juli, 2018

Geschreven door: Jonasson, Jonas
Recensie door: Verplancke, Marnix

De 100-jarige man die terugkwam om de wereld te redden

Zeulen met koffer vol uranium

Jonas Jonasson schreef een vervolg op zijn succesroman De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Misschien had hij dat beter niet gedaan.

[Recensie] Negen jaar geleden debuteerde Jonas Jonasson met De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Het was een komisch feelgood-boek dat in Jonassons vaderland Zweden de Boekhandelsprijs kreeg en waarvan wereldwijd miljoenen exemplaren over de toonbank gingen, in het Nederlands alleen al meer dan 400.000 stuks. In 2013 volgde de onvermijdelijke film.

Zoals de titel al liet vermoeden, ging het boek over een 100-jarige man, Allan Karlsson, die zijn eeuwfeest als een donderbui boven zijn hoofd voelde hangen en daarom uit het raam klom van het zorgcentrum waar hij verbleef en de wijde wereld introk. Per abuis nam hij op zijn trip een koffer met vijftig miljoen kronen misdaadgeld mee, wat hem op een heuse achtervolging kwam te staan. Gesteund door de oude kruimeldief Julius, een uitbater van een snackbar die moeite had met afstuderen en een vrouw die een circusolifant adopteerde, belandde hij uiteindelijk op Bali, waar de twee oude mannen op het strand cocktails zaten te drinken en de snackbarman en de olifantenvrouw elkaar in de armen sloten tegen de achtergrond van een ondergaande zon.

Succesfilms schreeuwen om een sequel en succesboeken ook, zo blijkt, want Jonasson heeft een tweede roman geschreven over Allan Karlsson, De 100-jarige man die terugkwam om de wereld te redden. Karlsson vroeg hem dat zelf, vertrouwt Jonasson de lezer toe in het voorwoord, al vermoeden we dat dit eerder zijn uitgever of zijn portemonnee was, aangezien de twee boeken die hij na zijn grote succes schreef heel wat minder goed verkochten.

Scènes

Het nieuwe boek begint waar het vorige eindigde, op Bali dus, waar de koffer met geld stilaan een koffer zonder geld aan het worden is. Tijd om weer actief te worden dus, wat Julius ertoe aanzet een van zijn ouwe handeltjes nieuw leven in te blazen. Ooit verkocht hij Peruaanse asperges voor Zweedse, wat hem een winstmarge van vijfhonderd procent opleverde. Misschien is iets dergelijks met Balinese asperges ook wel mogelijk? Hoe het ook zij, eerst moet de 101e verjaardag van Allan gevierd worden. Julius regelt een ballonvaart die verschrikkelijk uit de hand loopt, waardoor ze in zee moeten landen en opgepikt worden door een Noord-Koreaans vrachtschip met vier kilo verrijkt uranium aan boord. De kapitein herkent in Allan een internationale atoomexpert en is dus fier als een pauw wanneer hij Kim Jong-un kan meedelen dat het toch nog goed komt met zijn kernwapenprogramma.

En hier stoten we meteen op het eerste grote verschil tussen het boek van negen jaar geleden en deze sequel. De 100-jarige man die uit het raam klom dreef op twee verhaallijnen. Die over de koffer geld en een tweede waarin we het voorbije leven van Allan te lezen kregen, en dat bleek niet mis. Als een Zweedse Forrest Gump was hij niet alleen aanwezig bij de grootste gebeurtenissen uit de twintigste eeuw, net als tuinier Chance uit Jerzy Kosinski’s Being there had hij er met zijn soms volstrekt nonsensicale uitspraken ook nog eens de hand in. De jonge Allan lag mee aan de basis van de Amerikaanse atoombom, veroorzaakte de dood van Stalin, liet de Berlijnse Muur vallen en maakte dat er naast communistisch China ook een kapitalistisch Taiwan lag. Het gaf aanleiding tot een paar knotsgekke scènes.

Omdat alles al gezegd is over Allans verleden heeft het nieuwe boek maar een verhaallijn, die in het heden speelt en trouwens heel erg veel aan het eerste boek doet denken. Ook hier speelt een koffertje de hoofdrol, eentje met vier kilo uranium in, en wordt met een ongewoon vervoermiddel rondgereden. Geen circuswagen met olifant deze keer, maar wel een lijkwagen met kist waarin Allan indien nodig een lijk kan spelen. En ook hier is sprake van een achtervolging, niet door de leden van een motorbende, maar nu door neonazi’s. De clou van het verhaal draait om een halve ton uranium die vanuit Congo op weg is naar Noord-Korea en die absoluut tegengehouden moet worden. In plaats van Churchill en Reagan duiken nu Trump en Merkel op, maar het blijft allemaal bijzonder armzalig en fantasieloos. Om toch een tweede rode draad doorheen de plot te weven heeft Jonasson Allan een tablet bezorgd waarop hij tot wanhoop van de anderen constant het wereldnieuws volgt, maar echt werken doet dat niet.

De plot van De 100-jarige man die terugkwam om de wereld te redden is samen te vatten op een A4-tje en de personages hebben ook evenveel diepgang als zo’n blad papier. Op bijna vierhonderd bladzijden kun je je hoofdpersonages toch wat karakter geven, denk je dan, maar veel verder dan wat belegen grappen over alcohol komt Jonasson niet. Iedereen die in dit boek rondloopt is een karikatuur, wat voor een schrijver handig is om de lachers op zijn hand te krijgen, maar bij een lezer die op zoek is naar meer dan een uitgeschreven aflevering van FC De Kampioenen toch al gauw enige wrevel veroorzaakt. Zeker wanneer de slachtoffers van die humor geen fictieve personages of tegen een stootje kunnende presidenten zijn, maar hele bevolkingsgroepen. Het dédain waarmee Jonasson bijvoorbeeld over Congo schrijft grenst aan het onwelvoeglijke. Je gaat er tevergeefs op zoek naar een eerlijk mens, schrijft Jonasson, want Congo is het land waar letterlijk iedereen corrupt is, van de grootste generaal tot de kleinste garnaal. Alle inwoners van een land moreel op eenzelfde laagte stellen als zijn corrupte elite is makkelijk en ronduit fout. Soms voelden we dan ook enige plaatsvervangende schaamte bij het lezen van Jonassons uithalen naar alles en iedereen.

Bovendien raffelt Jonasson zijn verhaal op een bijzonder rechtlijnige en fantasieloze manier af. De ene gebeurtenis volgt met een rotvaart op de andere en waar nodig krijg je als lezer wat extra informatie zodat je toch echt alles wel zou snappen. Met die befaamde Scandinavische literatuur die op zoek gaat naar de existentiële leegte veroorzaakt door het protestantisme, de overweldigende natuur en het bedrukkende duister hebben de boeken van Jonasson niets te maken, het zijn eerder kinderboeken voor volwassenen, die doen denken aan de drie Karlsson-boeken die Astrid Lindgren in de jaren 1950 en ’60 schreef, al is dit wellicht een belediging voor Lindgren.

Beweren dat De 100-jarige man die terugkwam om de wereld te redden een schabouwelijk slecht boek is, gaat misschien te ver. We kunnen ons voorstellen hoe iemand zich op een druilerige, koude zomerdag ergens aan de Belgische kust zo erg verveelt dat hij dit boek vastneemt en erin begint te lezen. Laat ons echter hopen dat het nog lang warm en droog blijft.

Eerder verschenen in De Morgen