Woensdag, 18 juli, 2018

Geschreven door: Cozzens, Peter
Artikel door: Harmsen, Mike

De aarde huilt

“De indianenoorlogen waren geen genocide”

[Interview] Het idee heerst dat de Amerikaans-indiaanse oorlogen een doelbewuste genocide waren. Dit was bijvoorbeeld de strekking van het befaamde en indrukwekkende Begraaf mijn hart bij de bocht van de rivier van Dee Brown uit 1970. Mike Harmsen sprak erover met Peter Cozzens, die de indianenoorlogen in de tweede helft van de 19de eeuw vooral vanuit militair
perspectief analyseert in zijn pas uitgekomen boek De Aarde huilt.

Abraham Lincoln waarschuwde Cheyenne-hoofdman Lean Bear (Magere Beer) in 1863 bij zijn bezoek aan Washington met de woorden: “U weet dat het voor geen enkele vader mogelijk is zijn kinderen altijd precies te laten doen wat hij wenst.” De president had nu eenmaal niet de absolute macht over al zijn burgers of militairen. En indianenleiders hadden hun volk niet altijd in de hand. Zelfs al wenste Lincoln met Lean Bear en al zijn “rode broeders in vrede te leven”, dan nog waren conflicten onvermijdelijk. Sterker, de Amerikanen krijgen wel het verwijt dat ze in hun expansie naar het Westen de indianen moedwillig als volk vermoord hebben. Maar dit bestrijdt Cozzens.

Een oorlog die gekenmerkt werd door hebzucht, onderschatting, verraad, angst, tragedies, maar niet door genocide?
“Genocide was nooit een overheidsbeleid of een beleid van het leger. De indianen konden veelal op sympathie rekenen bij de hogere officieren. Al was er wel degelijk sprake van culturele genocide: de Indianen moesten beschaafd worden. Zoals humanist Richard Henry Pratt zei in 1892: ‘Dood de Indiaan, red de man’.”

Benjamin Madley beweert in zijn boek An American Genocide uit 2016 toch het tegenovergestelde?
“Inderdaad, maar Madley richt zich op Californi√ę. Een speciaal geval, omdat het pas vanaf 1850 officieel een staat was en de federale overheid er lang weinig macht had. De Californische gouverneurs waren een afspiegeling van de kolonisten; die waren uit op totale vernietiging van de indianen en het was daar dan ook een massaslachting.”

Scènes

Uw boek begint met de oorlog van Red Cloud (Rode Wolk). Deze Sioux-leider won, maar in hoeverre was dit een pyrrusoverwinning?
“Zoals bijna alle andere indianenoorlogen begon deze door blanke hebzucht. Ditmaal was er goud gevonden in de Montana Territory. De Bozeman Trail, aangelegd voor de goudzoekers en beveiligd door twee nieuwe
forten, was een doorn in het oog van de Sioux onder Red Cloud. De blanken hadden hem echter onderschat en waren daardoor onderbemand en slecht bewapend. Het leidde tot de Fettermanslachting in 1866 en onophoudelijke raids op de Trail. De Sioux kregen een vredesverdrag en hun eigen gebied, de Unceded Indian Territory. Het aangeven van vaste grenzen betekende echter ook dat de Amerikaanse overheid de vrijheid van de Sioux kennelijk kon vastleggen en beperken. Een pyrrusoverwinning dus.”

Generaal William Sherman reageerde juist furieus: “We moeten meedogenloos tegen de Sioux optreden, tot uitroeiing van de mannen, vrouwen en kinderen aan toe.”
“Sherman was een heethoofd. Zijn uitspraken moeten in de context van het verlies worden gezien en zijn nooit officieel beleid geweest. Ze werden dan ook niet opgevolgd. Was dit wel zo geweest dan waren er veel meer slachtpartijen geweest. In plaats daarvan besloot de overheid vrede te sluiten met Red Cloud.”

Er volgde echter een nieuwe oorlog tegen de Sioux met de slag bij de Little Bighorn (1876) als dramatische uitkomst: de indianen wonnen!
“De slag tegen de Sioux onder Sitting Bull (Zittende Stier) en Crazy Horse (Woest Paard) kwam voort uit vermeende goudvondsten in de Black Hills en de daaropvolgende hebzuchtige en verraderlijke beslissing van de overheid om een deel van het Unceded Indian Territory op te eisen. Het leger werd erheen gestuurd om dit te doen, waaronder de Seventh Cavalry onder kolonel George Armstrong Custer. Op grond van de laatste rapporten dachten zij te maken te hebben met een paar honderd tegenstanders, alleen bleken er meer dan tweeduizend Indianen van verschillende stammen zich verenigd te hebben onder Sitting Bull. Ze waren zich er niet van bewust dat de cavalerie op weg was, al was er zeker sprake van oorlogszuchtigheid. Ze kwamen echter bijeen voor een religieus ritueel.”

De slag wordt ook wel ‚ÄėCuster‚Äôs Last Stand‚Äô genoemd. Was het zijn unieke persoonlijkheid die de slag onvermijdelijk
maakte?
“Custer had in 1868 bij de rivier de Washita een grote overwinning geboekt op de indianen en wilde zich nu weer bewijzen. Hij was een arrogante en agressieve legerleider en zei ooit: ‘Er zijn niet genoeg indianen op de wereld om [mijn] Seventh Cavalry te verslaan’. ”

Hadden enkele Crow Indianen, die werkten als verkenners voor Custer, hem niet gewaarschuwd dat er veel meer Sioux waren dan verwacht?
“De Crow zagen hints van een massale kudde paarden in de verte, maar Custer onderschatte zijn verkenners. Hij zei: ‘Ik¬†kan niet vertrouwen op wat ik zelf niet kan zien.’ Desondanks had hij volgens mij liever een dag gewacht met aanvallen. Maar toen gebeurde iets vreemds: een pakezel was een zak crackers verloren en de soldaten betrapten later een groep indianen ermee. De Amerikanen joegen hen weg, maar Custer vreesde nu dat zijn aanwezigheid bekend was en hij wel moest aanvallen.
Het bleken echter Cheyenne die niets met de oorlog te maken wilden hebben. Had Custer een dag gewacht dan waren de Sioux waarschijnlijk vertrokken, want ze waren al door hun gras heen.”

Wat gebeurde er nu?
“Custer verdeelde zijn troepen om van alle kanten aan te vallen zoals bij Washita: een arrogante blunder die hem de kop heeft gekost. De Amerikanen werden totaal verslagen. Alleen, net als elke indiaanse overwinning zorgde deze van de Sioux echter alleen maar voor een grotere inspanning bij de Amerikanen. Al snel moest Sitting Bull vluchten naar Canada en zou hij zich niet veel later overgeven, net als Crazy Horse.

Custers verlies was een uitzondering. De indiaanse overwinningen waren zeer spaarzaam en vaker nog waren zij kansloos, zoals de Modoc in Californi√ę.
“De Modoc-oorlog 1872-1873 had niet hoeven gebeuren. De Modoc onder Captain Jack (een naam die de blanken hem gaven; hij heette eigenlijk Kintpuash) hadden zelf besloten in een reservaat te gaan wonen nadat hebzuchtige kolonisten hun land in noordelijk Californi√ę en zuidelijk Oregon innamen, maar ze werden geplaatst bij hun ‘neven’ de Klamath, die de Modoc minachtten en niet als gelijken behandelden. De Modoc verlieten dus het reservaat om zich aan de grens met Oregon te vestigen. De onbesuisde agent van indiaanse zaken, namens de federale overheid verantwoordelijk, wilde ze echter direct terug in het reservaat hebben en overtuigde het leger in te grijpen. De Modoc trokken zich daarop terug in hun oude ‘vesting’ in de Lava Beds, een formatie lavastenen met grotten in de vulkanische Cascade-bergketen, waar het leger hen omsingelden.”

Captain Jack was één van de meest tragische figuren uit de Indianenoorlogen.
“Captain Jack wilde zich graag overgeven, maar een paar van zijn krijgers geleid door Hooker-Jim (blanke naam; echte ontbreekt) hadden kolonisten gedood, waardoor overgave zeker tot hun executie zou leiden. Hooker-Jim had Jack vervolgens gedwongen bij de volgende vredebesprekingen generaal Edward Canby neer te schieten, in de stompzinnige hoop dat het leger zich dan wel zou terugtrekken. Jack schoot Canby neer en de Modoc werden vervolgens verpletterd. Als er ooit een reden voor genocide was, dan was dit het, maar in plaats daarvan nam het leger de meeste Modoc gevangen. Captain Jack ontkwam, maar werd opgespoord,¬†nota bene door Hooker-Jim, die hem had gedwongen tot moord en zich had overgegeven aan het leger om zoals ze
in het Westen zeggen: ‘zijn eigen huid te redden’. Captain Jack werd vervolgens opgehangen, terwijl Hooker-Jim een vrij man bleef.”

De verdragen met de Sioux en de Modoc werden verbroken wanneer het de blanken uitkwam. Er is eigenlijk maar één moment van oprechte diplomatie geweest.
“Dat was met de Chiricahua-Apacheleider Cochise. Hij vocht in 1872 al een decennia met de Amerikanen in Arizona en de Mexicanen en hield zich op in de Dragoon-bergen waar geen blanke durfde te komen.”

Tot in 1872 generaal Oliver Howard kwam.
“Howard was een man die ik zeer bewonder. Ze noemden hem de ‚Äúchristelijke‚ÄĚ generaal en niet bij wijze van compliment. Hij was zeer gelovig en kwam op voor de underdog. Howard had zijn arm verloren tijdens de Burgeroorlog, maar hij aarzelde niet om met een vertaler de Dragoon-bergen in te gaan. Cochise bewonderde die moed in hem. Cochise was klaar om zich over te geven; hij leed aan maagkanker. Ze sloten vrede en cre√ęerden een reservaat dat bestond zolang Cochise leefde. Helaas stierf hij al in 1874; de ‚Äúkinderen‚ÄĚ van Cochise begonnen al snel weer met hun raids naar Mexico.”

Wat leidde tot hernieuwde oorlogsvoering. Nu speelde medicijnman Geronimo een hoofdrol.
“Geronimo was een verhaal apart. Zelfs veel van zijn bondgenoten en mede-Chiricahua-Apaches haatten hem, al geloofden ze in zijn magische krachten. Naiche, de zoon van Cochise en tot het laatst een bondgenoot van Geronimo, zei over hem: ‚ÄúGeronimo was helemaal. De meeste volgelingen in zijn groep waren er onder dwang.‚Äô

Uiteindelijk heeft generaal Crooke hem in 1886 verslagen, met behulp van Chiricahua-Apache-hulptroepen die vervolgens stank voor dank kregen.
“Dit was een verschrikkelijk verraad. De regering behandelde alle Chiricahua-Apaches hetzelfde. Vriend en vijand werden samen overgeplaatst naar Fort Marion nabij Jacksonville in Florida, omdat president Grover Cleveland zwichtte voor de druk van de blanke burgers in Arizona die deze angstwekkende vijanden uit de weg wilden hebben. Zelfs de generaals spraken schande van deze gang van zaken. ”

De Indianen bleven al die tijd ook elkaar bevechten. Dit veranderde eigenlijk pas toen het te laat was.
“Het duurde tot de tragedie van Wounded Knee in 1890 waarbij zo‚Äôn 200 indianen werden gedood, van wie velen onder invloed van een nieuwe mystieke beweging geloofden dat hun speciale geesteshemden ondoordringbaar waren voor kogels. Ze voerden er rituele geestesdansen mee uit. Alle indianen zaten toen al in de reservaten en dus hadden ze de middelen niet meer om elkaar te bevechten. Op dat moment kwam de Geestesdans-beweging op, waar voor het eerst bijna alle stammen aan meededen. Deze religieuze beweging werd echter verkeerd begrepen door de blanken.”

Bij Wounded Knee eindigden de Amerikaans-indiaanse
oorlogen. U karakteriseert ze niet als genocide, maar hoe
dan wel?
“Wounded Knee was een onbedoelde slachting doordat Amerikaanse soldaten de Geestesdansers wilden ontwapenen. De laatste oorlogen waren al dertien jaar geleden be√ęindigd en dit waren vooral onervaren, zenuwachtige troepen. Angst leidde tot een tragedie. De indianen weigerden hun wapens in te leveren en toen begon het schieten. De aanwezige bevelhebber van het leger raakte in paniek en verliet zijn troepen, waardoor er willekeurig geschoten werd en veel vrouwen en kinderen stierven.
Ook voor de andere oorlogen geldt dit. Als de Amerikaanse regering genocide had gewild, had niemand ze kunnen stoppen. Dan was er geen indiaan over geweest. Wat het w√©l was: een onvermijdelijk conflict dat de indianen wel moesten verliezen.¬†Het was een onbedoelde tragedie.”

Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine