Vrijdag, 10 september, 2021

Geschreven door: Menasse, Robert
Recensie door: Verplancke, Marnix

De Amerikaanse bril

Het geheugen. Onbetrouwbaar, maar we kunnen niet zonder

Het geheugen is een onbetrouwbaar ding, toont Robert Menasse in zijn nieuwe verhalenbundel, maar wat zouden we zijn zonder het geheugen?

[Recensie] Voor de verteller van De geur van geluk, een van de dertien verhalen uit Robert Menasses nieuwste boek was het duidelijk. Het huwelijk van zijn ouders was op de klippen gelopen tijdens de bokswedstrijd die zijn vader in 1957 uitvocht met als inzet de titel van Europees kampioen. Zijn tegenstander had hem al tijdens de eerste ronde K.O. geslagen en dat was het einde van zijn carriĆØre. Gedaan wedstrijd en gedaan ook de hoop op een glamoureus leven. Nier veel later had vader het gezin verlaten. Bijna twintig jaar lang had de verteller dat geloofd, tot hij op een dag Maria ontmoette, een vrouw die net hetzelfde parfum gebruikte als zijn moeder indertijd. Wanneer ze zijn huis had verlaten hing haar geur nog in zijn bed, en besefte hij opeens zijn fout. Zijn vader had zijn moeder niet verlaten uit een gevoel van minderwaardigheid, maar wel omdat in die fatale bokswedstrijd zijn neusbeen kapotgeslagen was en hij daarbij zijn reukzin had verloren. Hij had haar verlaten omdat hij haar niet meer rook.

De Oostenrijkse schrijver Robert Menasse kennen we ondermeer van de roman De hoofdstad, waarin hij Europa ironisch neerzette als een continent dat twijfelt waaraan het zijn identiteit kan ophangen, aan de export van varkensoren en -poten naar China of aan de herinnering aan Auschwitz. Die spanning tussen heden en verleden staat ook centraal in de bundel De Amerikaanse bril en andere verhalen. In ieder verhaal wordt er omgekeken, naar de bouw van het eerste Weense bordeel dat specifiek voor dat gebruik bedoeld was bijvoorbeeld of naar het midden van de jaren 1970, toen een Oostenrijkse textielmagnaat werd ontvoerd door extreemlinkse activisten en je beter het verzameld werk van Karl Marx niet op de boekenplank kon hebben staan. Of neem nog een ander verhaal, waarin een joodse jongeman aankondigt dat zijn trouwfeest gepland staat voor 9 november. Zou je dat wel doen, merkt zijn vader op, want op 9 november 1938 vond de Kristallnacht plaats en dat is voor ons joden een pijnlijke herinnering. ā€œAch wat, geschiedenis,ā€ reageert de zoon daarop, ongewild getuigend van een oppervlakkige kijk op de wereld.

Want dat is wat Menasse in deze bundel keer op keer aantoont, dat je het verleden niet zomaar van tafel kan vegen en dat het blijft doorwerken in het heden. Hoezeer hij daar over nadenkt blijkt uit de twee versie van ā€˜De Amerikaanse brilā€™ in de bundel. En er zijn er in feite zelfs drie, leren we uit het door vertaler Paul Beers geschreven voorwoord waarin hij een deel van zijn correspondentie met Menasse weergeeft. Het verhaal is een verhaal, maar ook een essay en een voordracht. De eerste twee versies staan in de bundel. In het essay focust de schrijver op grote data uit het verleden en hoe we daar nu op terugkijken. De aanslag op John F. Kennedy, op 22 november 1963, bracht de wereld samen. Er was een man gestorven die van de wereld een betere plaats had kunnen maken dacht iedereen, daarbij makkelijk vergetend dat het diezelfde man was die aan de basis lag van de Cubacrisis en de Vietnamoorlog. Zet daar eens 9/11 of die andere elfde september, van 1973 tegenover, toen Amerika in Chili de verkozen linkse president Salvador Allende hielp opzij zetten en dictator Augusto Pinochet aan de macht bracht. Dat zijn data die we ons herinneren als beginpunten van onenigheid en verbrokkeling.

Heaven

Het verleden is een heksenketel, zo blijkt steeds weer uit de verhalen van Menasse, en wat je eruit opvist is niet steeds hetzelfde, blijkt uit Het einde van de hongerwinter, een verhaal dat meteen kan bijgezet worden in de bibliotheekkast met de beste verhalen ooit. Het gaat over een uitvaartplechtigheid. Familie en vrienden van de overledene zijn samengekomen in een cafĆ©, waar de zoon herinneringen ophaalt aan de hongerwinter van 1944. Hij zat toen met zijn ouders ondergedoken in het apenverblijf van de Amsterdamse zoo. Hun eten kregen ze van een aap en op een dag had hij ook een boek bij. Max, de verteller van het verhaal en de kleinzoon van de overledene heeft het verhaal al tientallen keren gehoord, maar deze keer gaat het anders. Er is een nieuwe wending de herinnering binnengeslopen. Grandioos is vooral hoe Menasse de dynamiek rond de tafel beschrijft, hoe de zoon van de overledene de spanning opdrijft, hoe er nevenintriges ontstaan en je de clou van het verhaal uiteindelijk nooit te wetenĀ  komt. Dit verhaal gaat uiteindelijk niet allen over het spel tussen een verteller en zijn toehoorders, snap je, maar ook over dat tussen een schrijver en zijn lezers.

Eerder verschenen in De Morgen