Donderdag, 1 maart, 2007

Geschreven door: Jongstra, Atte
Artikel door: Voskamp, Nico

De avonturen van Henry II Fix

Een ragfijn spel met de werkelijkheid

Atte Jongstra levert met De avonturen van Henry II Fix een wonderlijk mengsel af van aubiografie, raamvertelling, roman en encyclopedie. Feiten en fantasie worden kundig tot faction gesmeed dat niet van een echte autobiografie, raamvertelling, roman of encyclopedie is te onderscheiden. Het is een ragfijn spel met de werkelijkheid.

Jongstra begint zijn verhaal met te vertellen dat hij voor vijfentwintig euro drie kisten op de kop heeft getikt, de zogenaamde Schutte-kisten. Ze bevatten de nalatenschap van Henry II Fix, een vergeten genie. De schrijver zegt: ‘alle autobiografische passages (hertaald, bewerkt, aangevuld) zijn opgenomen in de bladzijden die volgen. Hier en daar heb ik een greep gedaan uit een lijvige map met het opschrift “Theorieën”. Waar de geschiedenis hiaten bevatte, heb ik die ingevuld, naar de nieuwste gegevens.’ Dat geeft te denken.

Fix houdt een dagboek bij. Hij woont in Zwolle, en moet met een horrelvoet door het leven. Een leven dat niet makkelijk is omdat vader Fix’ broer Louis voortrekt. De jonge Fix krijgt alleen steun van zijn moeder, die hem bemoedigend voorhoudt: ‘Vele eersten zullen laatsten zijn, en velen die de laatsten zijn, zijn de eersten.’ Het gezin is bemiddeld. Een van de voorouders heeft fortuin gemaakt in de tulpenhandel en dit slapende geld stelt vader in staat volstrekt niets uit te voeren. Nou ja, hij stelt een curiositeitenkabinet samen, waarvoor hij ‘werkreizen’ onderneemt.

Met het klimmen der jaren ontwikkelt Fix zijn gevoel voor muziek. Hij schrijft een muziekstuk dat helaas volledig afgekraakt wordt. Daarna probeert hij zijn poëtische talent en maakt een gedicht. Zijn stadsgenoot, de dichter Rhijnvis Feith, geeft er commentaar op: ‘Schrijf nooit meer voor het publiek, meneer!’ Na deze brute afwijzing koestert Fix de rest van zijn leven een diepe haat voor Rhijnvis Feith.

Scènes

Zijn broer gaat elders in de wereld op avontuur. Zijn ouders sterven, Fix verhuist naar een kleinere woning. Daar blijft hij wonen met zijn majordomus Schutte die zich soms verstout hem met woordspelletjes belachelijk te maken. Elke dag schrijft Fix wel iets – theorieën, gedachten, brieven aan de gemeente: ‘Maak Zwolle een veilige stad!’. Op de achtergrond wandelt steeds de weduwe Wilders voorbij. Zij wil met hem trouwen maar hij laat het nooit verder komen dan een verloving. Onbegrepen gaat hij zijn eigen eenzame weg. In de nadagen van zijn ‘carrière’ krijgt hij nog enige erkenning als zijn voorstellen door de gemeenteraad worden overgenomen. De rest van zijn gedenkwaardige gedachten zijn in De avonturen van Henry II Fix opgenomen.

De lol van het schrijven en fabuleren die Atte Jongstra bij het maken van dit rare boek moet hebben gehad, straalt de lezer tegemoet. Het verhaal sprankelt, verrast, amuseert. De 507(!) voetnoten sturen de lezer alle kanten op, meestal de verkeerde. Dat begint al als Fix filosofeert over ‘het denkbeeld dat de windrichting en –sterkte bepalend is voor het bevorderen van de conceptie’. De voetnoten staan netjes bij de schuingedrukte termen, maar als je ze opzoekt, word je niets wijzer. Bijvoorbeeld: ‘de kille noordenwind, door de Romeinen aquilo genoemd1’. Die eerste voetnoot meldt achterin het boek droog: ‘1. En door de Grieken boreas.’ Nuttige informatie, zeg nu zelf.

Het boek zelf heeft een leesbare lichte toon. De stijl is helder en humoristisch. De verscheidenheid aan onderwerpen en ideeën maakt het lezen tot een avontuur. Het taalgebruik van Fix is zoals je dat verwacht van iemand uit 1800. Fix drukt zich eenvoudig maar archaïsch uit, zijn taal lijkt nog het meest op die van Ollie B. Bommel.

Een vergelijking die goed stand houdt. Alleen de driedelige naam van Fix lijkt al op die van Ollie B. Bommel. Bij beide heren van stand speelt geld geen rol. Daarnaast doet Fix in stilte veel goed. Hij wil vrede stichten, hij wil de burgers opvoeden. Het lukt allemaal niet. Net zomin als het Bommel ooit lukte om in stilte goed te doen. Dan had heer Bommel zijn bediende Joost, Fix heeft zijn majordomus Schutte. En stonden er bij Ollie B. niet een aantal strekkende meters boeken in zijn studeerkamer die hij geen van alle echt begreep? Fix hoort ook vaak de klok luiden zonder te weten waar de klepel hangt. Tenslotte had Ollie zijn platonisch relatie met juffrouw Doddel. Fix heeft een smeulend verlangen naar de weduwe Wilders. Als je De avonturen van Henry II Fix leest, speelt deze informatie steeds mee in het achterhoofd.

Afgezien van die vergelijking zijn de wederwaardigheden van Fix het lezen waard. Jongstra schreef een boek om in te verdwalen. Met soms kolderieke voetnoten maar ook veel plaatjes die het verhaal verluchten. Zonder overigens, zomin als de voetnoten, de lezer veel wijzer te maken. Om met heer Ollie te spreken: ‘Dat geeft te denken’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *