Dinsdag, 23 januari, 2018

Geschreven door: Dekker, Daan
Artikel door: Maessen, Pieter

De betonnen droom

Verbeelding aan de macht leidt tot gigantische mislukking

De Bijlmer was de grootste nieuwbouwwijk van Nederland en werd meteen de grootste mislukking. Het ‘jaren zestig idealisme’ van zijn eigenzinnige ontwerper was te hoog gegrepen en toen het op uitvoering aankwam, was er te weinig geld en werd de Bijlmer het putje van Amsterdam.

[Recensie] Het boek heet De betonnen droom, de werkelijkheid was een gigantisch nieuw stadsdeel dat na vijfentwintig jaar alweer voor twee derden werd afgebroken. De Bijlmer is de grootste stedenbouwkundige mislukking van ons land geworden en het is opmerkelijk dat Daan Dekker, ondanks zijn ijverige speurwerk in de archieven, niet meer over de besluitvorming rond het ontwerp boven water heeft gekregen.

De hoofdontwerper van het Amsterdamse stadsdeel, Siegfried Nassuth, was een eigenzinnige man. Zijn schoonvader omschreef hem als “een schuwe, zeer kwatsbare vogel […] die voortdurend in wanhoop is in contact met de werkelijkheid”. Nassuth was uiterst koppig in het doordrukken van zijn ideaal van de een functionele stad. Zijn directe chef, hoofd Stedenbouw Jakoba Mulder, zag het fout gaan, maar greep niet in. En Nassuth had de wind in de rug van zowel bestuurders, zoals wethouder Den Uyl, die voordelige industriële woningproductie wilden, als van de hoofdstroom van de Amsterdamse stedenbouwkundige gemeenschap. Die was enthousiast was over het idealisme dat uit het ontwerp sprak. Want Nassuth tekende flatgebouwen die niet alleen ruime woningen bevatten, maar ook collectieve voorzieningen zoals ruimtes voor kinderopvang, muziekstudie, recreatie, café en sleutelen aan je auto. De stad stond te juichen bij dit ‘gedurfde plan’ waar het zelfs volgens De Telegraaf goed wonen zou zijn.

Maar het plan was te duur en bij de uitvoering bleef van de extra’s en de hoogwaardige afwerking niet veel over. Toen het stadsdeel er eenmaal stond, zag menigeen als gauw dat het een erg radicaal ontwerp was. Eentonigheid en massaliteit, geen menselijke maat, gebrek aan oriëntatiepunten, veel te grote loopafstanden tussen parkeergarages en woningen, stinkende liftkokers en vuilniskanalen.

Foodlog

Al gauw kwam er ook imagoschade. Enkele complexen werden overwegend bewoond door immigrerende Surinamers die een heel andere levensstijl hadden dan de modale Nederlanders waarvoor de Bijlmer was ontworpen. De eerste Nederlandse film met veel uitbundige seks, Blue Movie, speelde zich af in de Bijlmer. Sodom en Gomorra in de polder.

Hoofdontwerper Siegfried Nassuth was een kind van zijn tijd, maar een drammerig kind, zoals hij aan het einde van zijn leven voorzichtig zou toegeven. Hij geloofde in één type mens, één ideale tuin en één ideale afmeting van een gebouw. Hij was een leerling van de grote Van Eesteren, maar geen goede, want Van Eesteren was steeds bezig met de invloed van de mens op zijn omgeving en andersom. Nassuth echter geloofde dat de mens vooral een deel is van een collectief – een gedachte die in de jaren zestig gemeengoed was – en ontwierp voor dat collectief.

Het boek De betonnen droom, De biografie van de Bijlmer en zijn eigenzinnige bouwmeester, van Daan Dekker is goed geschreven. Het mislukte experiment van de Bijlmer verdient de aandacht die hij het geeft. Nassuth was een sleutelfiguur, maar we mogen niet vergeten dat het geen persoonlijk project was, maar een megaplan van het gemeentebestuur van Amsterdam. Dat had meer aandacht verdiend. Dekker geeft veel ruimte aan het leven van Nassuth, aan zijn ouders, aan zijn jonge jaren en zelfs aan wat hij na zijn pensioen deed. Maar het is niet duidelijk wat de relatie van die delen met het Bijlmerproject is, behalve dan dat het duidelijk maakt dat de ontwerper een eigenzinnig type was.

Ik had in het boek graag meer gelezen over het ontwerp van de gebouwen en de woningen. Hoe zat het precies met die collectieve ruimtes die zijn team had bedacht? Ik mis voorbeelden van plattegronden en ontwerpen. Hier wreekt zich dat uitgevers zo’n boek tegen zo laag mogelijke kosten willen uitbrengen en te weinig oog ervoor hebben dat een boek over stedenbouw en architectuur schreeuwt om veel goed gekozen illustraties, in plaats van een katern met een paar vrij willekeurige foto’s en kiekjes.

Maar vooral maakt het boek nieuwsgierig naar de besluitvorming op het Amsterdamse stadhuis. Dekker schrijft daar wel over, maar dat blijft anekdotisch en summier. Je wordt als lezer nieuwsgierig naar de bestuurlijke, stedenbouwkundige en politieke discussies die hebben plaatsgevonden, niet alleen over het oorspronkelijke ontwerp, maar ook over de uitvoering ervan. Want die was veel soberder dan beoogd, waardoor de door Nassuth gewenste kwaliteit niet tot stand is gekomen.

Een mislukking als de Bijlmer verdient een parlementaire enquête, maar die is er nooit gekomen, want het was in wezen een Amsterdams probleem. Des te beter dat Daan Dekker naar vermogen heeft geprobeerd opheldering te verschaffen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles