Woensdag, 19 maart, 2014

Geschreven door: Bommer, Wanda
Artikel door: Hopman, Bob

De bijvangst

Naar de climax en ver daar voorbij

Een ‘bijvangst’ is zo’n dolfijntje of andere hogere diersoort die in een visnet blijft hangen. De vijftienjarige Merel, hoofdpersonage uit Wanda Bommers (1969) nieuwste roman, voelt zich al haar hele leven een beetje zo’n dolfijn. Ze heeft een klas overgeslagen, hoort er steeds nét niet bij en is nu als derde wiel aan de wagen op vakantie met haar moeder en diens hippe vriendje, in plaats van met haar vriendinnen naar Terschelling. Doodongelukkig dus, als puber, tot het avontuur zich aandient en ze plots de echte bijvangst wordt van autodief Titus, die eigenlijk alleen uit was op de Jaguar van moeders vriend.

Het puberende meisje dat zich in een opstandige bui onder een plaid op de achterbank heeft verscholen, ziet kans om wat van haar vakantie te maken. Om haar moeder een hak te zetten, weet Merel in no time de autodief – een toevallig Nederlandssprekende, sympathieke vijftiger – ervan te overtuigen een ware ontvoering in scène te zetten. Want dat staat stoer, ontvoerd worden.

Twee partijen

Via een meervoudig personeel perspectief (de vertelpositie wisselt tussen moeder, dochter en ontvoerder) volgt de lezer de twee partijen in het ontvoeringsverhaal. Aan de ene kant zijn er de nepontvoerders zelf, die van de moeder vanaf haar eigen Macbook (al haar spullen lagen immers in de auto) losgeld eisen. Aan de andere kant zijn er moeder Louise Bergmans, een bekende Nederlandse actrice en vriendje Tim, die vanaf het eerste moment geen bal van de ontvoering geloven en ervan uitgaan dat hun lastige dochter gewoon is weggelopen. Zij houden zich, van al hun eigendommen ontdaan, op in een villa van de vrienden van Tim, verveelde sportschooljongens en hun nog meer verveelde vrouwen. Moeder houdt zich aldus meer bezig met jaloezie, roddel, geiligheid en uiterlijk dan met haar verdwenen dochter.

Hoewel dat laatste, evenals de hele ontvoeringsplot zelf, ongeloofwaardig klinkt, opent Bommer niet verkeerd. Beide partijen maken zich namelijk op om boodschappen te gaan doen in het winkelcentrum I Gigli, vlak buiten Florence. En de kans is groot dat zij elkaar daar gaan tegenkomen. In de achtervolgingsroman of thriller die dit boek is (dat bedoel ik overigens als een genretypering, niet als een kwalificatie), werkt dit prima om de spanning op te bouwen. Wanneer alles naar zo’n ontmoeting toegroeit, de plot spannend en effectief is, dan hoeft het gebrek aan geloofwaardigheid in een dergelijk genre niet per definitie een struikelblok te zijn.

Bazarow

Vanaf I Gigli gaat het helaas een beetje mis. Niet met de personages, maar met de spanningboog. Hoewel deze ‘eerste climax’ buiten Florence een beheerste rol blijft spelen in het verhaal, levert het niet de verrassende wending op waarop ik had gehoopt. En zo blijven Titus en Merel wat ronddolen, terwijl moeder Louise zich nog een tijdje ergert en opvreet in de Toscaanse villa.

Trutten en klootzakken

In die villa veinst een groepje ‘vrienden’ uit modern upperclass Nederland enig medeleven met Louise, laten de vrouwen elkaar zien hoe strak hun billen zijn en hoe mooi ze zwemmen, en bevechten de mannen elkaar om de status van alfamannetje. De weggelopen of ontvoerde dochter (de twijfel over wat waar is neemt bij moeder en omgeving langzaam toe) zorgt voor wat extra geprikkeldheid. Deze verhaallijn ontwikkelt zich tot een soort high society-thriller à la Herman Koch. Maar Koch doet één ding goed wat Bommer nalaat: hij voegt een knipoog toe aan het geheel, en wat cynische humor. Louise Bergmans en haar vrienden daarentegen, nemen zichzelf voortdurend ergerlijk serieus.

Ondertussen ontwikkelt zich een kleine romance tussen Titus en Merel. Het wilde, jonge en niet onaantrekkelijke meisje doet de man namelijk aan zijn overleden ex-vrouw denken, en Merel op haar beurt herkent in Titus een van de eerste mannen die echt om haar, alléén om haar geeft. Een lolita-achtige verhouding ontwikkelt zich jammer genoeg niet, daarvoor is Titus (Bommer?) te braaf, te kuis.

Zo blijft, ondanks het heel aardige begin, de hoop op spanning toch een beetje gevestigd op de Italiaanse carabinieri, die in dit boek hemelzijdank allesbehalve achterlijk blijkt. De hoofdstukken in het boek lopen van de benamingen ‘Zaterdag’ tot ‘Maandag’, waarmee al verklapt wordt dat de ontvoering geen lang leven beschoren zal zijn. En dat is, helaas, een beetje Bommers redding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *