Zaterdag, 27 april, 2019

Geschreven door: Aerts, Jef
Artikel door: Voskamp, Nico

De blauwe vleugels

Op zoek naar een warm nest

[Recensie] Een liefdevol verhaal, op een andere manier valt dit warme boek niet te omschrijven. Twee broers vinden een gewonde kraanvogel en Jadran de oudste maar helaas niet de slimste, besluit de kraanvogel naar zijn soortgenoten te brengen. In het Zuiden. Waar dat dan ook moge zijn. Jammer voor Josh de jongste broer, want Jadran is wel de sterkste c.q. een ongeleid projectiel als hij opgewonden raakt. Bovendien is Jadran ontsnapt uit zijn dagverblijf De Ruimte en heeft de vogel die hij Spriet noemt, al in zijn armen. Dus er zit niets anders op dan de kraanvogel te bezorgen waar hij thuishoort. Het Zuiden dus.

Aerts verliest geen tijd met lange inleidingen. De twee broers nemen ad hoc het voortouw door ‘on the road’ te gaan, en later krijgen we pas meer informatie over de rest van de familie. Over mama, die van goede wil is maar ook niet tegen de ongecontroleerde woede van Jadran op kan (of wil, wegens schuldgevoel). Dus laat ze de jongens gaan en volgt de reis op afstand.

Een interessante rol is weggelegd voor het meisje Yasmin, dat de rebel vertegenwoordigt. Zij filmt ongevraagd, stuurt berichtjes naar Jadran, maar probeert ze daarmee nou te helpen of het tegenovergestelde? Intussen zijn de jongens met de gewonde Spriet al verder met hun plan dat geen plan is: ze kapen een tractor.

Dat zal helpen om de weg naar het zuiden wat sneller af te leggen. Het punt is alleen dat het wel een heel lange weg is. Plus het is koud op de tractor, en ongemakkelijk, en waar moeten ze eigenlijk slapen? Als u De 100-jarige die uit het raam klom en verdween hebt gelezen, heeft u een beeld.

Bazarow

In een gestaag tempo beweegt de tractor en daarmee het verhaal door het platteland. Wij lezers krijgen intussen steeds beter zicht op hoe de gezinsleden zich tot elkaar verhouden. Laten we het erop houden dat ze een beladen geschiedenis delen. Aerts maakt het verhaal in elk geval goed invoelbaar met krachtige taal en gedreven personages.

Drijvende kracht van de kraanvogel-bezorgcommimissie en van het hele boek is Jadran. Hij is groot en sterk en geestelijk achtergebleven. Maar in het bezit van een zuivere intuïtie weet hij wel wat hem te doen staat. En houdt daaraan vast, ook als zijn broer Josh (de ‘ik’) de feiten voorlegt om hem te ontmoedigen:

“We keken naar het zuiden. Jadran keek naar het zuiden van de windmolens. En ik naar het zuiden daarachter.
‘Het is misschien wel tweeduizend kilometer,’ zei ik. ‘Tot bij de kraanvogels.’
‘Wow,’ zei Jadran, al had hij er geen idee van hoe ver dat eigenlijk was.
‘De tractor rijdt maximaal vijfentwintig kilometer per uur. Als we iedere dag tien uur rijden, wanneer zijn we er dan?’ … ‘Hoeveel dagen moeten we dan rijden?’
Zijn hersenen kraakten. Ik stak mijn vingers in de lucht om hem te helpen…
‘Een dikke week dus. Als we niet verdwalen.’
Jadran glunderde alsof hij het helemaal zelf had bedacht.
‘Een week is zo voorbij!’ riep hij.’”

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles