Dinsdag, 27 juni, 2006

Geschreven door: Terlouw, Jan
Artikel door: Wersch, Juliette van

De charmeur

Brave literaire whodunit

In De charmeur van vader en dochter Terlouw gaan de bioloog Job Reders en zijn dochter Leonie op zoek naar een moordenaar. Job is zelf net enkele maanden weer op vrije voeten na zeven jaar gevangenisstraf. Hij blijkt onterecht veroordeeld voor een moord die hij niet heeft gepleegd. Sophie, een vriendin van Leonie, vraagt Job als ‘iemand die verstand heeft van misdaad’ om raad, omdat zij niet gelooft dat haar goede vriend Gerard Brandenburg door een val om het leven is gekomen, maar is vermoord. Gerard had dan wel epilepsie, maar hij viel nooit. Job is geïntrigeerd door het verhaal en door Sophie. Hij besluit haar te helpen. Hij neemt daarom contact op met de hoofdinspecteur die hem destijds achter de tralies heeft doen verdwijnen. Die kan uit schuldgevoel Jobs verzoek om hem het lijk te laten zien niet weigeren. Als de politie een boksbeugel vindt met Gerards bloed eraan, wordt Sophie’s vermoeden bevestigd: Gerard is vermoord. Leonie wordt, omdat ze bij Job is komen wonen, als vanzelfsprekend bij zijn zoektocht betrokken. Het avontuur versterkt hun band.

Het plot van De charmeur hangt van intriges en verdenkingen aan elkaar. Gerard had, hoewel hij niet bijzonder knap was om te zien, een bepaalde aantrekkingskracht op vrouwen en hield er verscheidene buitenechtelijke relaties op na. Wegens het overspel van haar man, kan Gerards vrouw Miranda uit wraak of jalousie gehandeld hebben of een ander de opdracht heeft gegeven. Bijvoorbeeld aan Gerards broer Edwin op wie zij zeer gesteld is, maar die niet kon opschieten met zijn broer. Het wordt nog complexer wanneer blijkt dat Sophie ook een relatie met Gerard heeft gehad en Edwin hen een keer betrapt heeft. Bovendien blijken de epileptische aanvallen van Gerard een gevolg te zijn van de onderliggende erfelijke ziekte tubereuze sclerose, waardoor ze tot een kinderloos huwelijk veroordeeld waren. De enige die buiten de verdenkingen valt is Martin, een oom van Sophie, die vroeger naast de Brandenburgers woonde. Deze keert na een noodlottig bestaan in Canada terug naar Nederland. Zijn vrouw heeft daar zelfmoord gepleegd na de dood van hun overleden gehandicapte zoon, die, zo blijkt later, niet van hem is.

Job en Leonie komen te weten dat de moordenaar een bekende van Gerard moet zijn geweest en dat zijn medische achtergrond ermee te maken heeft. Af en toe worden hun speurneusactiviteiten flink belemmerd. Zo wordt Job twee keer in elkaar geslagen, wordt er nog een moord gepleegd, en verdwijnt Leonie op een dag. Haar ontvoerder is de moordenaar en bekent daarmee kleur.

De charmeur leest als een spannend detectiveverhaal, waarin een diepere laag van overpeinzingen, emoties en relaties moet liggen. De relationele spanningen hadden echter veel beter uitgewerkt kunnen worden. Het lijkt wel alsof ondanks alle ellende de personages vrolijk door blijven gaan met waar ze mee bezig zijn, zonder echte doodsangsten uit te staan of echte opgewondenheid te voelen. Je krijgt niet veel kans je echt in de personages in te leven omdat er zoveel moet gebeuren in het verhaal. Het plot is wel aardig uitgedacht, want de motivaties van de personages zijn niet altijd even makkelijk te doorgronden en de auteurs leiden je aardig om. Toch doet het verhaal wat geconstrueerd aan. Alsof je de lijntjes tussen de puzzelstukjes nog ziet in plaats van het totaalbeeld.

Geschiedenis Magazine

Ondanks de doden, het geweld, de ontvoeringen en de familietragedies blijft het boek ook erg braaf. De hulp die Job en Leonie krijgen en het gemak waarmee ze informatie loskrijgen is niet altijd geloofwaardig. De lezer wordt ook niet verrast op of verrast door echt slechte of intrigerende karakters. Bovendien klinkt er geen onvertogen woord. Het taalgebruik is bij vlagen zelfs truttig te noemen met bewoordingen als ‘ouwe snoeper’ en ‘lage lusten’. Sommige mededelingen missen hun doel of zijn irrelevant omdat er verder niets mee gedaan wordt, zoals ‘ze kietelt haar vader met haar kin in zijn nek, waar hij niet tegen kan’ of ‘Job komt binnen, happend in een broodje’. En zinnen als ‘de halve marathon zal ze nog eventjes niet lopen, maar daartoe had ze toch geen ambitie’ moeten gevat overkomen, maar zijn dat niet. Heel soms tref je verrassend poëtisch proza aan: ‘Daar, aan de perenboom, hing ze. Haar magere handen tikten bij ieder vlaagje wind tegen de stam van de boom.’

De charmeur leest aardig weg, maar wie echt wil nagelbijten van de spanning of een ontroerend relaas over een breekbare vader-dochterrelatie wil lezen, kan dit boek beter laten liggen.


Eerder verschenen op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *