Vrijdag, 6 april, 2007

Geschreven door: Hermans, Anne
Artikel door: Stoffelsen, Daan

De co-assistent

Arts worden in anekdotes

8 april 2004. Anne Hermans was arts. Na zes jaar zwoegen, waarvan twee jaar co-schappen, had ze de gelofte gedaan en mocht ze zich eindelijk Dokter Hermans noemen. Onder die noemer verschenen dan ook, een paar weken na haar arts-examen, tweewekelijkse columns over die co-schappen in NRC Handelsblad. Die columns over het wereldje achter de witte jassen vormden op hun beurt de basis voor een boek, De co-assistent.

Elin Dekkers begint onderaan in de hiërarchie, in een hoekje op de krukjes in de overdrachtsruimte van interne geneeskunde, maar ze wint in de loop van het boek aan zelfvertrouwen.

‘Terwijl hij de peesplaat van de buik dichthecht, schudt hij [opperchirurg Scholten] nogmaals zijn hoofd. “Waarom zégt die vogel niet gewoon wat hij wil?”
En plotseling hoor ik mezelf zeggen: “Communicatie gaat tussen chirurgen blijkbaar lastig. Gelukkig zijn wij co’s er om als brug te fungeren.”
Ik schrik van mijn woorden en zwijg abrupt.’

Oeps. Gelukkig kan Scholten erom lachen, en krijgt ze een mooie beoordeling voor haar chirurgie-co-schap. Precies wat ze wilde (precies wat iedere arts in opleiding wil, toch? Lekker concreet), alleen zegt hij er iets bij wat ze net niet wilde horen. ‘“Alleen, ik druk je op het hart: laat de snijdende vakken liggen.”’ Droom in duigen.

C2W

Elin laveert. Tussen strenge, gestresste artsen, lompe macho’s en sympathieke voorbeelddokters. Tussen het schrikbeeld van de vriendjespolitiek bedrijvende medestudent en dat van de steberige medestudente. Tussen het allesopslokkende leven van 24-7-arts en een leven met vrienden en feesten en vriendje. Tussen grenzeloos optimisme en (betrekkelijk) diepe depressie, en dat allemaal met veel twijfels over de toekomst. Want snijden wordt het dus niet, wat dan wel? Kinderarts in de tropen? Maar wat moet ze dan met haar vriendje?

Het eind is goed en al goed: hier staat een arts, en een wijzer mens, dat weet wat ze wil. En is het boek goed? Het is informatief, een leuke inkijk in het wereldje, dat uiterst hiërarchisch blijkt, soms ronduit agressief, dan weer gedreven door humor en idealisme, en over het algemeen gewoon mensenwerk. Werk van mensen die elkaar niet begrijpen, slecht met de ene en goed met de andere om kunnen gaan, en toch hun vak goed beoefenen. Eigenlijk heel geruststellend, vind ik.

Maar daarmee is het nog geen goed boek. De co-assistent is een van vele romans die zich baseert op autobiografisch materiaal, en om dat materiaal recht te doen lijkt realisme, een strikt chronologische opbouw en een sobere stijl noodzakelijk. Het resultaat is vaak saai. De co-assistent is onderhoudend en degelijk, maar niet meer. Het is niet, met de geuzennaam die de uitgever aan het boek gaf, een doktersromannetje, maar de krochten van ziel of maatschappij laat Hermans naast zich liggen, en stilistisch is het niet opzienbarend. Niet alles wordt uitgesproken (‘Ik knik en kan dan de vraag niet langer voor me houden. “Meneer Vis?” herhaalt hij verbaasd. “Ja hoor. Vraag niet hoe, maar hij leeft nog.”), maar áls het uitgesproken wordt, dan bij voorkeur met véél overbodig accent: ‘“Nou? Wat vóél je?” “Niks,” zucht ik. “Niks wat niet kan. Maar ik ben wél door hem geraakt, ja. Omdat hij dúrft.”’

Een en ander zal ook met het basismateriaal, de columns, te maken hebben. Een lezersreactie bij een internetwinkel, op een heel ander, beter boek: ’79 pagina’s over zes jaar uit het leven van deze auteur. Dan heb je verdorie weinig meegemaakt, en je weet er blijkbaar nog minder over te vertellen.’ Hermans heeft in die twee jaar verdorie veel meegemaakt, maar meer dan een serie informatieve en leuke anekdotes wordt De co-assistent niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *