Dinsdag, 13 november, 2018

Geschreven door: Oudenampsen, Merijn
Artikel door: Heijster, Karl van

De Conservatieve Revolte

De ideologie achter Fortuyn

[Recensie] Ineens was daar Fortuyn, een man die een stem gaf aan de al langer broeiende sentimenten in de samenleving en die radicaal brak met een politiek correcte cultuur van pappen en nathouden en vooral: heel veel wegkijken. Althans, dat is het gebruikelijke narratief als het om de bliksemsnelle opkomst van de vermoorde politicus gaat. Merijn Oudenampsen stelt daar in De Conservatieve Revolte,Ā Een ideeĆ«ngeschiedenis van de Fortuyn-opstand,Ā een ander narratief tegenover. Hij schetst Fortuyn als Ć©Ć©n van de voortrekkers van een bredere beweging: nieuw rechts. Deze vertoont sterke gelijkenissen met een al in de jaren ’60 opgekomen conservatieve tegenbeweging in de Verenigde Staten en Groot-BrittanniĆ«, als reactie op nieuw links. Oudenampsen schaart niet alleen politieke figuren als Frits Bolkestein, Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders onder vlag van nieuw rechts, maar ook culturele actoren als wijlen Theo van Gogh en weblog Geenstijl.

Het voordeel van deze benadering is dat het Oudenampsen in staat stelt zich kritisch te verhouden tot Fortuyns ideeĆ«n, daar waar eerdere benaderingen zich tevreden moesten stellen met de opvatting dat zij nu eenmaal leefden onder een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking. Oudenampsen gaat uitgebreid in op de notie van politiek die achter die opvatting schuil gaat, namelijk dat van een zich evoluerend organisme dat de wil van het volk getrouw weerspiegelt, en legt de gebreken daarvan bloot. Het is een interessante meditatie over de manier waarop politiek wordt besproken en geanalyseerd in de lage landen. Alleen al om die reden is zijn studie een welkome aanvulling in het debat rondom de in de jaren ’90 ingezette opkomst van conservatief-rechts.

Nadeel is dat Oudenampsens weergave van Fortuyns ideeĆ«n duidelijk gekleurd is door zijn eigen politieke achtergrond. Wat die achtergrond is, wordt haast pijnlijk duidelijk als hij de toespraak in Paradiso van PvdA-leider Joop den Uyl een ijkpunt noemt voor een jongere generatie politici en intellectuelen, en dit moment opvoert als sleutelmoment in de geschiedenis van nieuw rechts. Erger nog is de achteloze kwalificatie van Fortuyn en Wilders’ ideeĆ«n als ‘geradicaliseerd’, of de ongenuanceerde stelling dat wie de westerse cultuur superieur acht, westerse mensen daarom wel ook superieur moet vinden. Daarop voortbordurend: op een gegeven moment schuift hij Ayaan Hirsi Ali zelfs de opvatting in de schoenen dat moslims inherent (!) achterlijk en inferieur zijn, een interpretatie die zo te kwader trouw is dat ze moeilijk serieus te nemen valt.

Oudenampsens schaamteloze vooringenomenheid stelt zijn meer verdedigbare interpretaties in een slecht daglicht. Dat liberale waarden van hun universaliteit worden ontdaan door de gewoonte van neoconservatieven om ze als product van het christendom te presenteren, is bijvoorbeeld een legitiem standpunt. Voor Oudenampsen is dit echter een gegeven, in plaats van een punt waarover gediscussieerd kan worden. Maar het feit dat het liberalisme in een christelijke cultuur wortel schoot, betekent niet dat het allƩƩn in een christelijke cultuur kan opkomen, en ook niet dat neoconservatieven per se die laatste opvatting huldigen. Oudenampsens stelligheid doet ironisch genoeg af aan zijn punt. Dat is jammer, want een kritische weging van Fortuyns conservatieve revolte is niet alleen welkom, maar ook noodzakelijk. Laten we hopen dat Oudenampsens agendering van de ideeƫn achter de conservatieve revolte wordt gevolgd door een meer diepgaande, genuanceerde en vooral minder gekleurde discussie over haar merites.

Boekenkrant

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles