Zondag, 8 november, 2020

Geschreven door: Erasmus, Desiderius
Artikel door: Jager, Koen de

De correspondentie van Desiderius Erasmus

Eenzelfde ziel kan heel goed in de verschillende organen verschillende gevoelens hebben

[Recensie] De correspondentie van Desiderius Erasmus Brieven 1-141. De kop is eraf van de twintig-delige serie van de volledige correspondentie van Erasmus en het smaakt absoluut naar meer. Dat kan, dit boek van 302 pagina’s is lang niet het dikste deel uit de serie.

De tijdspanne van de brieven is de periode 1484 – 1500. Wij worden in een voorwoord meteen even gewaarschuwd voor de stijlfiguur van de overdrijving en dat is niets teveel gezegd. Erasmus heeft talloze ‘geliefde broeders’ en de ene vriend is nog dierbaarder dan de ander. Het went snel. Het zijn geen spontane, maar weldoordachte, goed uitgewerkte en zorgvuldig geformuleerde brieven die we te lezen krijgen. Erasmus hechtte zeer aan de kunst van de retoriek en die is nu eenmaal bedoeld om mensen, op welsprekende wijze, te overtuigen iets te doen of te laten.

Is het daarmee wellicht niet een tikje saai? Welnee, ik heb zeer geboeid zitten lezen. Het helpt wel om wat voorkennis te hebben, bijvoorbeeld door het lezen van een biografie met een goede tijdtafel. Omdat het een brievenboek is, ontkom je niet aan versnipperde gebeurtenissen, het is geen vloeiend lopend verhaal. Wat hierbij prima helpt is dat, telkens als Erasmus schrijft aan een persoon, deze persoon en de context in een korte inleiding worden toegelicht. Ben je bij brief nummer zoveel even vergeten wie die persoon ook al weer was, dan staat achterin het boek nog eens een personenregister mĂšt beschrijving van de desbetreffende persoon. Zeer handig.

Dan de brieven zelf. Ik heb talloze aantekeningen gemaakt waaruit ik zou kunnen citeren, maar zal ten behoeve van de leesbaarheid mij trachten te beperken. Allereerst vind ik het mooi dat door zo’n boek historische figuren gaan leven. Ze maken, net als ieder ander, ook alledaagse dingen mee, zoals in het mooie verhaal wanneer Erasmus tips geeft aan het dienstmeisje om haar gewelddadige bazin van het lijf te houden;

TijdvoorTijdschriften

“Toen ze vroeg wat ik haar dan aanraadde zei ik: ‘Wanneer zij je weer aanvalt, trek je haar dadelijk haar pruik af
en als je dat gedaan hebt, vlieg je haar in de haren.’ Ik meende dat wat ik voor de grap zei, ook als grap zou worden beschouwd.”

Dat liep wat anders maar hij komt er mee weg. Het is aanvankelijk even wennen aan de stijl van die tijd en wanneer het ernst is of scherts. Soms denk je dat Erasmus aardig van leer trekt tegen zijn vrienden;

“Ik heb al sinds lang mijn pijlen gepunt, mijn spiesen gereedgemaakt; ik zal je een uitdaging tot de strijd sturen die zuurder is dan welke azijn ook en daarna rest je niets anders dan een balk te zoeken om je op te hangen
”

Dat gaat nog even zo door tot hij aangeeft genoeg geschertst te hebben. Uiteraard zijn er ook veel brieven bij die gaan over zijn vak, de theologie en het humanisme. Zo is er een belangrijke en interessante briefwisseling met John Colet (1467 – 1519), de humanist en deken van de St. Paul’s in Londen. Hij verschilt met Colet van mening over de uitspraken van Jezus aan het kruis, waarin Jezus vraagt de kelk aan hem voorbij te laten gaan, maar dat niet zijn wil, maar God’s wil geschiedde. Colet ziet hierin het verdriet van Jezus om het Joodse lot, waarin de Joden verantwoordelijk worden gehouden voor de dood van Jezus. Erasmus ziet hierin een menselijke angst voor de dood, maar ook het besef van de noodzaak daarvan. Hij beziet dit van alle kanten legt het Colet uit:

“Niemand – hoe levenslustig ook – verlangde zozeer te leven als Hij verlangde te sterven
Hoe rijm je dat, zeg je, vurig de dood te wensen en die tegelijk te vrezen? Eenzelfde ziel kan heel goed in de verschillende organen verschillende gevoelens hebben, vooral bij Christus
.Daar waar de ziel van Jezus het dichtst bij de lichamelijke zintuigen was, ervoer hij smartelijke gevoelens; daar waar hij het dichtst stond bij zijn goddelijke natuur, verlangde hij met een onuitsprekelijke vreugde.”

Het is uitermate boeiend om Erasmus zijn denkbeelden zelf uit te horen leggen aan een ander. Aan de andere kant is het net zo leuk om een beeld te krijgen van het alledaagse leven in de Renaissance. Erasmus reist veel en dat is niet ongevaarlijk in die tijd. Hij schrijft over een hachelijk avontuur op weg naar Parijs, waarin hij verwachtte beroofd te worden in een herberg;

“Intussen zitten wij als twee offerdieren te wachten op de offeraar
Even later treedt die brave kerel binnen alsof hij van de prins geen kwaad weet; ik sla de man nauwlettend gade. Hoe scherper ik hem bekijk, hoe duidelijker ik zie dat ik met een rover te doen heb.”

De brieven leveren een veelheid aan onderwerpen op. Erasmus kent zijn klassieken en strooit met citaten uit de literatuur van de grote schrijvers uit het verleden. Die worden toegelicht in noten die, en wat een verademing is dat, onderaan de pagina staan, wat dus een hoop geblader scheelt. Die noten zijn van belang, omdat we nu vaak niet meer snappen wat er bedoeld wordt;

“Jij bent jaloers op hem, denk ik, omdat jij begonnen bent Mercurius en Janus te vereren in plaats van Apollo en de negen zusters.”

Daar kan je overheen lezen, maar in een noot wordt uitgelegd dat Mercurius de god van de handel is en Janus van de beginnende ondernemingen. De zusters van Apollo zijn de muzen. Erasmus bedoelt dus: “omdat jij kiest voor de commercie in plaats van de kunst.”

Het zijn 141 brieven, van Erasmus en aan Erasmus geschreven, soms door Erasmus geschreven voor een vriend aan iemand anders, maar er staan ook brieven in die niet aan of van Erasmus zijn. Uiteraard gaan die brieven wel over hem en zo krijg je, ondanks een versnippering van onderwerpen toch een goed beeld van de man in zijn tijd. Gelukkig kan ik met 19 delen nog even vooruit.

Eerder verschenen op Casa Koen