Donderdag, 21 april, 2005

Geschreven door: Adoswa, Anne
Artikel door: Daggers, Joop

De Dans van de Duizendpoot

Schuchter dansje van een puberale duizendpoot

Zinloos geweld, moeizame integratie, jeugdcriminaliteit. Het lijken soms maatschappelijke trends die niet meer weg te denken zijn uit de leefwereld van de hedendaagse middelbare scholier. De verhalen van de gewurgde scholiere Maja Bradaric en de doodgeschoten conrector Hans van Wieren staan bij velen nog scherp op het netvlies.

Zijn die uitwassen karakteristiek voor deze tijd? Niet echt, lijkt Anne Adoswa in De Dans van de Duizendpoot te zeggen. In een aan de oppervlakte behoorlijk onschuldige ontwikkelingsroman over de opgroeiende schooljeugd van dertig jaar geleden, wekt zij de indruk dat illegaal wapenbezit, zelfmoordpogingen, drugsgebruik en door verveling aangewakkerd zinloos geweld ook toen al meer regel dan uitzondering waren.

Adoswa zet ons in haar derde roman pontificaal in het leven van Wanda, puberend in de jaren zeventig. Wanda is een onzekere jonge vrouw die ziet wat er om haar heen gebeurt en weet dat zij het allemaal anders wil. Scherpe, doch prima voorstelbare overdenkingen van een vroegrijpe puber laten zien dat ze dringend op zoek is naar zichzelf en naar haar toekomst. Tot zover weinig nieuws onder de zon. Ook haar keuze om zich dus maar rebels af te zetten tegen haar burgerlijke ouders komt, geredeneerd vanuit een puberende tiener, niet als een grote verrassing. Natuurlijk wil Wanda erbij horen, wie niet? Populair zijn in de klas, verliefd worden op de leuke jongens en vooral niet de laatste zijn die seksueel actief wordt. Echt goed gaat het haar niet af; met de nodige moeite weet ze in het begin van het verhaal Ă©Ă©n vriendin aan zich te binden. Maar Wanda zoekt verder, legt haar leven in handen van degenen aan wie ze haar identiteit wil ontlenen, en treedt toe tot een wereld van kraakpanden, structureel drugsgebruik, spijbelen van school en rap wisselende seksuele contacten.

Vriendinnetjes komen voortdurend slimmer en handiger over dan onze gids Wanda. Vriendjes zijn in alles ‘cool’ en onafhankelijk, vervullen soms de rol van grote broer. De sturing die Wanda zoekt bij haar vrienden heeft vaak humoristische, soms zelfs absurde dialogen tot gevolg. Die houden het tempo erin en helpen de lezer de aandacht er voortdurend bij te houden. “Veel fruit eten. De schijf van vijf, haartjes kammen, handjes wassen, tandjes poetsen. Mens sana in corpere sano. Gedenk mij in uw gebeden. Sla Schopenhauer er maar op na. Of de Donald Duck.”

Bergen

Wat Wanda nu precies wel en niet oppikt van haar omgeving wordt nooit helemaal duidelijk. Het naïeve gemak waarmee ze verhalen aanneemt voor waar en de manier waarop ze zich door de gekste plannen laat meeslepen, is soms stuitend, soms ongeloofwaardig, maar meestal meelijwekkend. In de wereld van Wanda lijkt alles normaal, zolang het maar niet normaal is. Maar toch klopt er regelmatig iets niet: voor zo’n onnozel meisje zijn haar observaties erg scherp, haar opmerkingen te wijs. Uit niets blijkt dat ze belangrijke competenties mist. Ze is wel degelijk een veelbelovende jonge vrouw, als ze maar weet wat ze wil. Soms verbaast ze vriend en vijand met volstrekt onverwachte besluiten. Dat ze haar eerste vriendje verlaat, komt als donderslag bij heldere hemel. En in zekere zin geldt datzelfde voor het slotakkoord. Bijna als vanzelf vallen de dingen op hun plaats en neemt haar toekomst mooie vormen aan. Jaja, denkt de lezer, en ze leefde zeker nog lang en gelukkig?

De Dans van de Duizendpoot concentreert zich volledig op dat ene pubermeisje. Alle anderen zijn en blijven voorbijgangers. Instrumenten die Wanda, zoals ieder mens, nodig heeft om zich te vormen. Voor de toeschouwer ontstijgen ze die status nooit, hetgeen de diepgang noch de interactie in het boek erg ten goede komt. Zo blijft het verhaal beperkt tot het schuchtere dansje van de zoekende puber met hooguit de potentie om tot een duizendpoot uit te groeien.

Heel af en toe mogen we door de ogen van de ‘omstanders’ een blik op haar werpen. Dat brengt meestal een vreemd soort schrikeffect teweeg. Waar de opgroeiende puber voortdurend een bijna vanzelfsprekende onzekerheid en een niet-aflatende bewijsdrang met zich meedraagt, plaatst het perspectief van haar leeftijdsgenoten Wanda ineens in een veel vastberadener daglicht. Lijkt ze plots een zelfbewust seksobject, bijvoorbeeld als ze fel en afkeurend wordt toegesproken door een concurrente: “Ik ben niet zoals jij, dom en sexy. Jij denkt zeker dat je het op grond van je cupmaat wel zult redden in het leven.”

Toegegeven: Adoswa’s soepel leesbare beschrijving over een opgroeiend meisje in de jaren zeventig werkt verfrissend. Ook, of misschien wel juist, wanneer Wanda en haar vrienden worden afgezet tegen de schooljeugd anno nu. Vroeger was heus niet alles beter, of leuker, of eenvoudiger. Het tijdsbeeld wordt echter nooit helemaal invoelbaar en de karakters komen op Ă©Ă©n na niet tot ontwikkeling, waardoor het relaas over de groeistuipen van Wanda toch vooral een afdronk kent van een wat al te eenzijdig puberverhaal. Een verhaal dat bovendien heen en weer danst tussen grenzeloze naĂŻviteit en vroegrijpe scherpzinnigheid. Tussen de makke meeloperij van een dom en kwetsbaar eendje en de eigen wijsheid van een potentiĂ«le duizendpoot die het allemaal prima zelf weet. Tussen Donald Duck en Schopenhauer.


Eerder verschenen op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *