Dinsdag, 3 januari, 2006

Geschreven door: Lee, Ton van der
Artikel door: Hoorenman, Hanna

De dans van de geesten

Melodramatisch dubbelverhaal uit Afrika

Voormalig filmproducer Ton van der Lee (o.a. Rock ‘n roll junkie en Naar de Klote!) besloot enkele jaren geleden zijn drukke, gejaagde leven in Nederland achter zich te laten en te vertrekken naar Afrika. Zijn ervaringen en belevenissen heeft hij beschreven in de reisromans Solitaire (2001) en Het Zandkasteel (2002) en in de bundel reisverhalen De Boot naar Timboektoe (2004). Nu hij enige tijd in Afrika heeft doorgebracht, worden de gezondheidsrisico’s van zowel de regelmatige malaria-aanvallen als van de westerse medicijnen daartegen, te groot. In een ontmoeting met Paul Verhoeff, een Nederlander die al dertig jaar in Mali en Niger leeft, hoort hij over een oude Songhai-ceremonie die Paul het leven redde, en Van der Lee besluit eveneens zijn heil te zoeken in de Afrikaanse geneeskunde. Hij volgt en beschrijft het ‘Pad van de Geesten’, een pelgrimstocht langs belangrijke religieuze plaatsen van het Songhai volk, op zoek naar permanente genezing van malaria en rivierkoorts.

De roman begint met een korte inleiding over de tijd die de auteur al in Afrika heeft doorgebracht, en over de onvermijdelijke noodzaak van het Pad van de Geesten: ‘De schadelijke bijwerkingen van westerse malariamedicijnen zijn te groot. Ik wil niet terug naar Europa, waar ik inmiddels een vreemdeling ben geworden, maar ik ben nog niet klaar om te sterven. Wil ik hier overleven, dan rest me nog maar één mogelijkheid: ik moet het Pad van de Geesten volgen.’ Van der Lee vervlecht zijn spirituele zoektocht naar de religie van de Songhai met het levensverhaal van Paul Verhoeff en in afwisselende hoofdstukken worden de verhalen van ‘Tony’ en ‘Paul’ uit de doeken gedaan. De beide verhalen sluiten zeer goed op elkaar aan. Tony en Paul zijn beiden westerse mannen die een leven opbouwen in Afrika, maar in verschillende tijden, en vanuit verschillende perspectieven. Paul kwam naar Afrika in de jaren zeventig, als ingenieur in een ontwikkelingsproject. We volgen Tony zijn spirituele reis en Paul zijn leven in Afrika.

De roman is op die manier uitermate sterk opgebouwd. De lezer leeft mee met en raakt geïntrigeerd door de verhalen van beide hoofdpersonen, en elk hoofdstuk eindigt met een kleine cliffhanger. Helaas is het taalgebruik van de auteur dermate bloemrijk, romantisch en sentimenteel dat het vrijwel continu irriteert. De inhoud van de roman hangt daar sterk mee samen. Het verhaal van Tony lijkt sterkt autobiografisch te zijn, hoewel de auteur een klein onderscheid maakt met het gebruik van de naam ‘Tony’ in plaats van ‘Ton’ voor de hoofdpersoon. Het levensverhaal van Paul is redelijk bestand tegen de romantische interpretatie van de auteur, maar de ervaringen van Tony in zijn spirituele zoektocht zijn zeker in het begin van de roman verstoken van enige nuance of subtiliteit. Van der Lee geeft een behoorlijk eenzijdig beeld van de Afrikaanse samenleving. Zijn vertellingen bevatten een zeer gefragmenteerde culturele achtergrond en er is weinig aandacht voor de complexe problematiek van het continent op sociaal, religieus of politiek gebied. De auteur spreekt wel van mislukte oogsten, droogte en plagen, maar sluit zo’n fragment vervolgens melodramatisch af met de zin: ‘Over een paar maanden, als de hete tijd begint, zal de honger komen.’ Op dezelfde wijze schetst hij een geromantiseerd beeld van ‘de Afrikaanse mentaliteit’:

‘Van de Afrikanen heb ik de kunst geleerd om in het heden te leven, om te genieten van elk moment dat ons gegeven is. Een kunst die de meeste mensen in het Westen allang verleerd zijn, maar die hier zo vanzelfsprekend is, dat niemand zich ervan bewust is. Een kunst ook die noodzakelijk is, omdat de dood zo dichtbij is. Omdat de dood op iedere straathoek wacht.’

Wordt Vervolgd

Ook over de religies van Afrika, het hoofdthema van het boek, wordt aanvankelijk weinig genuanceerd geschreven. De oude religie van de Afrikanen, van voor de opkomst van de islam, wordt nog steeds aangehangen door delen van het volk, en blijft in de marges bestaan naast de islamitische levenswijze. Van der Lee beschrijft de verzameling geloofsovertuigingen, mythen en rituelen die de basis vormen van de oorspronkelijke religie van de Songhai aanvankelijk met dezelfde romantiek en met een weinig kritische houding. Echter, zodra Tony zelf direct in aanraking komt met de Sonhai-rituelen tijdens zijn pelgrimstocht komt er gaandeweg in het verhaal wat nuance naar boven. Want Tony wordt ingewijd in de geheimen van de Songhai-religie, en doet daardoor ervaringen op waar hij zelf ook weleens aan twijfelt. Hij kan niet langer met een romantische, antropologische afstand de cultuur bezien en beschrijven en weet niet altijd wat hij moet denken van de spirituele ervaringen die hij heeft of wordt geacht te hebben. Die twijfel van de hoofdpersoon is een verademing voor de lezer, om maar niet te zeggen: een druppel water in de woestijn.