Dinsdag, 9 februari, 2021

Geschreven door: Sanden, Gijs van der
Artikel door: Veen, Evert van der

De dingen die je vergeet

Rouwen voor beginners

[Recensie] De Belgische verliesdeskundige Manu Keirse noemt kinderen jonger dan 18 jaar die een verlies lijden ‘de vergeten rouwenden’. In Nederland en België verliezen jaarlijks ruim 8000 kinderen een ouder en ruim 3000 kinderen maken het overlijden van een broer of zus mee. Een dergelijke gebeurtenis blijft vaak tijdens hun verdere leven van – grote – invloed. Instemmend citeert Keirse woorden van een dichteres uit de 19e eeuw: “Wat in de kinderjaren het herte boeit en tooit, blijft eeuwig in ’t geheugen en men vergeet het nooit”.

Binnen bovengenoemde groep is er een kleine groep kinderen/jongeren die al op jonge leeftijd beide ouders verliest en dus wees is. Gijs van der Sanden is zo iemand. Hij ervaart het woord wees als een ‘vonnis’ en heeft moeite met het woord. Of je wilt of niet maar ‘wees’ doet denken aan zielige kinderen in een harde wereld. Een beetje het ‘Alleen op de wereld’ gevoel. Zo aangrijpend is het gelukkig vandaag de dag niet maar toch kan een kind of jongere zonder ouders zich ontheemd voelen omdat hij of zij de geborgenheid van het ouderlijk huis mist.

Gijs is in zijn boek De dingen die je vergeet eerlijk en stelt zich kwetsbaar op. Dat geeft zijn boek een sympathieke en menselijke toon die ook bij degenen die misschien één ouder hebben verloren, herkenning oproept. Gijs mijmert over het plotseling overlijden van zijn ouders die beide ten gevolge van een hartstiltstand zijn gestorven in 2005 en 2009:

“Mijn vaders overlijden betekende mijn eerste grote verlies. Op mijn opa na – die oud en grijs was, een dood om vrede mee te hebben – waren er op mijn negentiende eigenlijk alleen nog maar huisdieren te betreuren geweest (uit mijn hoofd: drie katten, twee roodwangschildpadden en vele, vele goudvissen),” (p.31).

Trouw

Toen zijn moeder in 2009 stierf, was Gijs 23 jaar. Niet meer in de kinderjaren meer zoals bovengenoemde dichteres zegt maar evengoed is het een ingrijpende gebeurtenis die levenslang zijn diepe sporen in een mensenziel trekt. Gijs vertelt wat er is gebeurd en met name het overlijden van zijn moeder komt uitgebreid ter sprake. Dat laat wellicht ook iets zien van de grotere plaats die de overgebleven ouder bij een kind inneemt.

Gijs is gaan lezen en verwijst in zijn boek regelmatig naar boeken en ook naar films. De verliezen hebben iets bij hem losgemaakt; hij wil weten wat rouw is en wat er dan met een mens gebeurt.

“Je bewust worden van de eindigheid van het leven, en dus ook van de sterfelijkheid van de mensen om je heen, is een onontkoombaar onderdeel van het opgroeien,” (p.64).

Zo denkt Gijs na over de vraag in hoeverre rouw traumatisch is. Hoewel je met die term voorzichtig moet zijn omdat rouw in zekere zin – in ‘normale’ omstandigheden – bij het leven hoort, zijn er wel bijzondere vormen van verlies die traumatisch kunnen worden. Dat hangt af van de aard van het verlies – en de situatie van Gijs is heel bijzonder – en het hangt af van de persoon die rouwt. Wat voor de één tot een trauma wordt, daar kan de ander misschien beter mee omgaan.

Herkenbaar voor nabestaanden is wat Gijs schrijft over spullen van zijn ouders, specifiek een trui van zijn moeder die hij naar de kringloopwinkel brengt:

“Een van haar wollen truien belandde op de vochtige betonnen vloer van de laad- en losruimte; een beeld dat ik nooit ben vergeten,” (p.110).

Aan het einde van dit boek De dingen die je vergeet wordt bijna pijnlijk duidelijk dat de verliezen van Gijs een blijvende impact op zijn leven zullen hebben. Juist na verloop van jaren ervaart hij de zuigkracht van het gemis dat niet over gaat maar – soms dieper verborgen – aanwezig blijft.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles