Dinsdag, 7 mei, 2019

Geschreven door: Lingsma, Marijke
Artikel door: Schoor, Carola

De docent competent

Niet trekken aan een dood paard

Pas je aan en durf te vernieuwen, is de boodschap van de schrijvers van De docent competent. Een les die niet alle lesgevers evenzeer zal aanspreken.

[Recensie] Een van de lessen in dit boek is dat je je energie niet moet verspillen aan leerlingen die niet willen leren. Dat is hetzelfde als aan een dood paard trekken. De truc is om een zogenoemde ‘lastvraag’ te stellen. Overtuig de scholier ervan dat het niet-willen-leren voor hem onvoordeliger is dan het wel-willen-leren, en hij is bij de les. Een tip die de auteurs duidelijk zelf ook hebben willen toepassen in hun boek over de ‘vijf basiscompetenties van docenten’. In allerlei praktijksituaties komen leraren voor die koste wat het kost willen blijven vasthouden aan hun oude en vertrouwde manier van lesgeven. Hun ervaringen met het studiehuis en het zelfstandig werken van leerlingen bevestigen hun alleen maar in hun gevoel dat het vroeger allemaal veel beter was. De auteurs willen laten zien dat deze docenten de dupe zijn van hun eigen halsstarrigheid. Ze worden overspannen, ziek of op zijn minst chagrijnig. Natuurlijk is het voor het onderwijs ook niet goed, maar het is vooral in het eigen belang van leraren om met de stroom mee te gaan. Want oproeien tegen de stroom uit Zoetermeer heeft sowieso geen zin, is de boodschap.

Een pragmatische opstelling, maar of het ook de meest gemotiveerde docenten oplevert, waag ik te betwijfelen. De passages over oude, bijna overspannen docenten die eerst niet willen maar na een goed gesprek met hun coach eindelijk het licht zien, doen ook wat onnatuurlijk aan. Het lijkt mij hoe dan ook beter om dit boekje pas ter hand te nemen als je jezelf niet schaart onder het hierboven omschreven type docent. Je moet je op zijn minst aangesproken voelen door het concept van werken rond competenties. De echte diehards die volharden in hun roeien tegen de stroom in, kunnen het boek beter laten liggen. Het zal hun een hoop irritaties en boosheid besparen. Voor de overigen hier een korte samenvatting van wat een competente docent allemaal in huis moet hebben.

Nieuwe ideeën

De eerste competentie van een goede docent is Onderwijskundige wendbaarheid. Dat houdt in dat docenten hun onderwijs aanpassen aan de situatie: aan het soort leerlingen, aan de sfeer in de klas, aan het soort lesstof, aan nieuwe leerdoelen, enzovoort. Bijvoorbeeld: een economiedocent krijgt van zijn leerlingen te horen dat ze zijn lessen zo abstract vinden. Zijn onderwijs sluit duidelijk niet meer goed aan bij de situatie. De leraar reageert door de bal terug te kaatsen. Hij daagt de leerlingen uit zelf praktijkvoorbeelden te zoeken bij de lesstof. Op deze manier verbindt hij de lessen aan de leefwereld van de leerlingen. De klas wordt bovendien actief betrokken bij de les.

Wandelmagazine

De tweede competentie is Innoverend vermogen. Een goede docent brengt regelmatig nieuwe ideeën in. Hij vertaalt actuele ontwikkelingen in en buiten zijn vakgebied in een vernieuwing van het onderwijs. Dat houdt onder meer in dat docenten nieuwe werkvormen durven in te zetten op het moment dat het onderwijs dat vereist. Bijvoorbeeld: een docente Nederlands merkt dat de groepjes in de klas altijd hetzelfde zijn. Zij laat iedereen een contactadvertentie opstellen, met daarin de eigenschappen die men belangrijk vindt voor samenwerking. Op basis daarvan worden nieuwe groepen geformeerd. Het resultaat is een hele nieuwe groepsindeling en een discussie over samenwerken.

De derde competentie is zelfmanagement. Het betekent dat docenten hun eigen functioneren in de gaten houden en hierin zelf de richting aangeven. Ze plannen hun eigen werkzaamheden, nemen verantwoordelijkheid voor hun werk, maar signaleren het ook als ze op sommige punten tekortschieten en hulp nodig hebben.

De vierde competentie is relationele sensiviteit. Een goede docent kan goed met andere mensen omgaan, pikt snel signalen op van anderen, toont begrip en is geïnteresseerd in de mensen waarmee hij werkt. Bijvoorbeeld: een leerling vraag om een herkansing van een tentamen omdat hij het wegens privé-omstandigheden heeft gemist. De docent snauwt hem af en zegt dat dat niet kan. De leerling dient een klacht in en krijgt gelijk. Op zijn minst had de leraar moeten luisteren naar wat de leerling te vertellen had.

De vijfde competentie is er een die de laatste jaren steeds belangrijker is geworden: samenwerken. Dat houdt niet alleen het normale sectieoverleg in, maar ook het bijwonen van lessen van collega’s, het vragen en geven van feedback aan collega’s, het stellen van het gezamenlijke belang boven het eigen belang. Bijschaven In het boek zijn uitgebreide kenmerken van de competenties opgenomen. Docenten kunnen aan de hand daarvan zelf beoordelen op welk niveau zij scoren voor een bepaalde competentie. Vervolgens kunnen zij – al dan niet met de hulp van een coach – aan de slag om hun competenties bij te schaven.

Alle competenties overziend is er duidelijk een overkoepelend kenmerk van een goede docent te destilleren: een goede docent is boven alles betrokken. Bij zijn vak, bij zijn school en bij zijn leerlingen. En dat geeft de burger moed, want als ergens de betrokkenheid van werknemers groot is, dan is het wel in het onderwijs.

Eerder verschenen in Didactief