Vrijdag, 24 juli, 2020

Geschreven door: Dievel, Louis van
Artikel door: Stoel, Jan

De dokter is uw kameraad niet

Wat een verhaal! Wat een man!

[Recensie] Based on a true story staat in het voorwoord van De dokter is uw kameraad niet, de nieuwe roman van Louis van Dievel (1953). Maar is het wel een roman? Is er sprake van fictie? De uitgever spreekt van een biografictie. Misschien wel de juiste term. Louis van Dievel beschrijft het leven van Guust Van Mol, het pseudoniem voor Jan Van Duppen (geb. 1953),  Vlaams arts en ex-politicus (niet te verwarren met zijn overleden broer en “kiwi-dokter” Dirk Van Duppen). Het is een goed geschreven episch levensverhaal. En het zet je aan het denken.

Van Mol groeit op in de Kempen. Hij komt in zijn studententijd terecht bij de marxistische politieke partij AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders), de voorloper van de in 1979 opgerichte Partij Van De Arbeid in België (niet te verwarren met de sociaaldemocratische Nederlandse PVDA). Van Mol is een geëngageerd, fanatiek maoïst. De naam Guust Van Mol was zijn pseudoniem bij AMADA. Van Mol wordt zelfs parlementslid. Hij eindigt als hij de zestig is gepasseerd op de rechtervleugel van het politieke spectrum als conservatief.

Louis Van Dievel weet dit markante leven neer te zetten in een met vaart geschreven verhaal. Hij ontleedt de psychologische ontwikkeling van Van Mol nauwgezet. Hij toont het proces dat plaatsvindt bij iemand die zijn idealen moet aanpassen aan de realiteit en daardoor langzamerhand van politieke kleur verandert. Guust Van Mol is een intellectueel, een idealist. Hij is consequent, radicaal in zijn keuzes, maar door zijn rechtlijnigheid zorgt hij ervoor dat hij regelmatig de mensen tegen hem in het harnas jaagt. Hij is uiterst kritisch voor zichzelf. Hij is onvermoeibaar en offert zichzelf en zijn gezin op voor de goede zaak. 

Door verschillende perspectieven te kiezen, gebruik te maken van documenten uit het persoonlijke archief van Van Mol (lees Van Duppen) ontstaat een wat breder maatschappelijk beeld dan alleen het leven van Van Mol en ontstaat een gelaagd verhaal. Thema’s zijn geloof, loyaliteit, idealisme versus realiteit, collectiviteit versus individualiteit, politiek die alleen denkt aan zichzelf, teleurstelling, verbittering en niet in de laatste plaats de liefde voor de mens. Het verhaal is doorspekt met milde ironie, humor en anekdotes om van te smullen. Het brengt ook kwesties naar voren als het omgaan met homoseksualiteit en euthanasie (de moeder van Guust onderging euthanasie evenals zijn broer Dirk in maart 2020).

Archeologie Magazine

Het woord geloof speelt een centrale rol in het verhaal: geloof in een overtuiging, maar ook in jezelf. De roman begint in het katholieke Vlaanderen van de tweede helft van de twintigste eeuw. De moeder van Guust wil naast haar vier zoons dolgraag een dochter en laat de nonnen ‘overlezen’, zonder succes natuurlijk. Vader is hoofdonderwijzer, autoritair en schuwt lijfstraffen niet. Guust is de oudste, moet dus de beste zijn, loopt de nodige klappen op. Hij is een woelwater, een dwarsligger, wordt van school gestuurd. Op zijn dertiende wordt hij naar het internaat gestuurd, waar men pedagogisch vooruitstrevend is. Er gaat een nieuwe wereld voor hem open aan het eind van de jaren 1960, begin jaren 1970. De Vietnam-demonstraties, het lezen van Marcuse, de discussies over vrijheid, recht en onrecht, en seks doen hem beseffen dat “de wereld groter is dan de Kempen.” In 1969 komt hij met AMADA in aanraking en is hij verkocht.

“Hier werd het ware geloof gestrooid, je hoefde het slechts op te rapen. Het was de oplossing voor alles.”

Hij heeft gezien

“dat wat de kerk, de school en de ouders voorhielden over armoede en onrecht bestrijden, vrede bewaren, het goede doen, niet strookte met de praktijk van dezelfde kerk, school en ouders.”  

Opvallend dat hij zich eerst aan zijn autoritaire vader wil ontworstelen, dan aan het katholieke geloof en toch kiest voor een autoritair geleid AMADA.

Guust, de beroepsrevolutionair, doet alles voor de partij, wordt erin opgezogen, breekt zijn studie af, wordt arbeider, werkt in de mijnen, in een asbestfabriek, wil zich proletariseren, wil de wereld verbeteren. Dan begint het idealisme te schuiven. Hij merkt bijvoorbeeld dat de kompels helemaal niet willen proletariseren, maar in nette wijken met mooie huizen en grote tuinen wonen, het goed hebben. Uiteindelijk komt hij erachter dat hij ‘opgevreten werd door de sekte van AMADA’, ziet hij de indoctrinatie.  Zelfs het huwelijk van Guust wordt bepaald door de partij! Het vergt moed om de ‘sekte’ te verlaten.  

Hij besluit geneeskunde te gaan studeren, tegen de zin van AMADA in.  Zo kan hij de onderdrukten, zieken en zwakken helpen. Een excursie naar AlbaniĂ«, het mekka van de maoĂŻstische staat, en een reis naar het ‘beloofde land’ China leveren ontnuchterende ervaringen op.  De Chinezen verlangen naar privĂ©bezit en hebben de buik vol van de Culturele Revolutie.  En ook binnen de partij zijn “sommigen meer gelijk dan anderen.”

Als huisarts in Turnhout sluit hij zich bij de socialistische mutualiteit aan. Hij wil een interdisciplinair gezondheidscentrum, maar stuit op verzet van zijn collega-huisartsen, die alles bij het oude willen houden. Hij wordt lid van de Vlaamse sociaaldemocratische partij SP (nu SP.A), wordt gekozen in het Vlaams Parlement, maar stuit in de SP ook weer op ‘kadaverdiscipline.’  Hij keert de politiek de rug toe en wordt succesvol huisarts in Charlois in Rotterdam. Guust komt daar in aanraking met het gedachtegoed van de conservatief denkende Theodore Dalrymple, komt erachter dat wat hij altijd geloofd heeft niet klopt en wordt conservatief: “Solidariteit is vooral goed voor het ego van wie solidair is.” Hij fileert de islam en de ontwikkelingssamenwerking.

De roman legt ook genadeloos de gang van zaken bij AMADA, PDVA en SP/SP.A vast. De grote mannen van de SP.A, Steven S. en Patrick J. (van Dievel werkt steeds met initialen) komen er niet goed van af: geen inhoud, alleen maar populisme. Louis van Dievel houdt ons daarmee ook wel een spiegel naar de maatschappij voor.

Van Mol concludeert: “Gesloten denken is totalitair, behoudsgezind en nefast voor een maatschappelijke en culturele ontwikkeling.”  Wat een verhaal! Wat een man!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles