Maandag, 26 september, 2011

Geschreven door: Verschoor, Gerdien
Artikel door: Swart, Rein

De draad en de vliegende naald

Een botsing tussen vraag- en uitroepteken

Soms duiken uit onvermoede hoeken de mooiste boeken op, hoewel dat niet meteen van de omslag en de titel is af te lezen. De in eerste instantie lelijke, sprookjesachtige titel De draad en de vliegende naald is ontleend aan een gedicht van Arseni Tarkovski. Dit gaat over de rusteloosheid van het menselijk leven en is zeer wel van toepassing op dit romandebuut van Gerdien Verschoor. Het onderwerp, de vervolging van Poolse joden in de tweede wereldoorlog, doet nooit af aan actualiteit en blijft boeien, net als de manier waarop die wordt gepresenteerd. En het belangrijkste: het boek zakt nergens in, elke bladzijde is fris en pakkend.

De draad en de vliegende naald opent sterk met de door de oorlog getraumatiseerde Julia Neugeboren, die haar volwassen zoon Roman eindelijk hoort thuiskomen. Ze verwelkomde hem even voor haar dertigste als een geschenk van de goden, met zijn witte lok en zijn voeten van ongelijke grootte. Roman is inmiddels docent en journalist en leidt een leven, los van zijn moeder. Julia mag hem niet komen storen en dat doet haar pijn, gevangen als ze zit in haar verleden. Hoewel de schrijfster dat laatste niet met zoveel woorden zegt, maakt ze dat invoelbaar door heel nauwkeurig elke verrichting van Julia te beschrijven. ’s Nachts schrikt Julia wakker van een dreun. Roman is dood naast zijn bureau neergevallen.

Julia rouwt vervolgens om haar zoon. Ze haalt voorwerpen te voorschijn die Roman in dozen heeft bewaard en die haar herinneren aan de oorlog. Met haar vader, een gevoelige violist, haar assertieve moeder en haar zusje Nina ontvluchtte ze in 1939 het Poolse Szklary om hun heil in Rusland te zoeken. Nina verdronk echter in de grensrivier en haar vader werd opgepakt. Na de oorlog werd hun huis alweer bewoond en namen Julia en haar moeder noodgedwongen hun intrek in een flat in Warschau. Julia wilde later haar zoon over het verleden ontzien, maar hij wilde juist weten wat er gebeurd was. Roman had als jongen zijn kamer als museum ingericht, om te proberen zich het verleden toe te eigenen.

Julia is een vrouw die iedereen kwijtraakt, in de eerste plaats haar zusje dat ze tijdens de overtocht uit Polen niet heeft kunnen redden. Ook haar zoon raakte ze in zijn jeugd vaak kwijt, zelfs al dwong ze hem hun adres uit zijn hoofd te leren. Met de vader van Roman wil ze niets meer te maken hebben. Ze leerde haar man, die ze vergeten wil, kennen als tolk tijdens de bouw van het Cultuurpaleis, een geschenk van de Russen aan de Polen. Om geen mensen meer te hoeven aanraken werd ze een vertaalmachine. Haar Joodse buurvrouw heeft ook een trauma opgelopen en zorgt voor de zwerfhond op de binnenplaatst van de flat. Ze murmelt alleen nog de namen van verdwenen families en gebruikt de aandacht van Roman om haar eigen pijn te verlichten.

Foodlog

Heden en verleden vloeien in dit boek harmonieus in elkaar over, met een structuur die volgens de Verantwoording is ontleend aan de cantate-cyclus Membra Jesu Nostri van de componist Buxtehude. De zeven delen waaruit het boek bestaat zijn alle gewijd aan een lichaamsdeel van haar zoon, zoals aan zijn handen, zijn gelaat, zijn zijde en staan garant voor het zintuiglijk ervaren. Het verhaal wordt niet alleen Julia, maar ook vanuit Roman verteld en zelfs de zwerfhond spreekt een woordje mee:

‘Ik hou haar in de gaten, mijn huishoudster, de buurvrouw, die altijd maar weer namen ten hemel roept waarvan niemand weet wat ze zijn: vraagtekens of uitroeptekens. En ik hou hem in de gaten, de zoon van mevrouw Julia, die zelf een wandelend vraagteken is en soms voorovervalt van de last aan vragen die hij te torsen heeft. En dat zijn niet eens alleen zijn vragen, maar het zijn honderden, duizenden, miljoenen, triljoenen vragen, het zijn de vragen die in de wereld verloren zijn geraakt, het zijn de vragen van de buurvrouw, van zijn moeder, en het zijn mijn eigen vragen.’

De zwerfhond stelt eerder het standpunt van Julia heel origineel voor als een ongenaakbaar uitroepteken. Het vraagt niet, Julia vraagt niet: het uitroepteken heeft het immers gemakkelijker dan het vraagteken.

‘Het heeft zo’n rechte rug dat alles langs hem heen glijdt, het gaat kaarsrecht door het leven en kan veel sneller en hoger springen dan het vraagteken. Het hoeft nooit iets mee te torsen, het is gewichtsloos, en door zijn vorm is de kans dat het altijd weer op zijn punt terechtkomt veel groter. Het uitroepteken neemt nauwelijks ruimte in, maar geeft zelf ook nergens ruimte aan, het biedt geen bescherming en ook geen troost.’

Het boek leest gemakkelijk omdat de handelingen van Julia op een zorgvuldige manier verteld worden en het wint aan psychologische diepgang, naarmate we uit brieven en in een radio-interview meer over Roman en de relatie met zijn moeder te weten komen. Alles bij elkaar vormt De draad en de vliegende naald een prachtig debuut.

 —
Eerder verschenen op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.