Zondag, 10 januari, 2021

Geschreven door: Meeuse, Piet
Artikel door: Lansink, Cyril

De droom van de kennis

Over de mythologie van de techniek

[Recensie] Het is een bekende gedachte: ontwikkelingen in de moderne wetenschap hebben de natuur onttoverd en de wereld verlost van mythologische duiding. De bliksem is geen goddelijk gericht maar een verklaarbaar natuurverschijnsel. Wij weten nu hoe het zit; en daarom kon het ontzag voor een door religieuze en andere onbekende krachten gestuurde werkelijkheid plaatsmaken voor het verlangen naar manipulatie en controle. Technologie, als het complement van die wetenschap, helpt ons om dat verlangen te realiseren.

De technologie als antwoord op de mythologie? Zo simpel is het niet. In zijn essaybundel De droom van de kennis laat Piet Meeuwse zien dat die verhouding een stuk ingewikkelder ligt. De mens is, hoe dan ook, een mythologisch wezen, zo betoogt hij. Hij heeft behoefte aan duidende verhalen, aan betekenisgeving. Wetenschap en techniek kunnen deze behoefte niet vervullen: ze kunnen de werkelijkheid wel verklaren en manipuleren maar geen zin en betekenis geven. Wetenschappelijke en technische kennis leidt niet automatisch tot inzicht in onze technologische cultuur.

Het is dit inzicht waar het Meeuwse in zijn zoekende maar glashelder geschreven stukken om gaat. Niet de vraag naar wat wij met de techniek kunnen doen staat voor hem centraal maar de veel minder vanzelfsprekende vraag naar wat de techniek met ons doet, met onze verlangens en waarden, denkbeelden en overtuigingen. Niet de techniek als ogenschijnlijk neutraal instrument maar de mythologie van de techniek heeft zijn aandacht.

Daarbij keert hij terug naar oude mythen in onze beschaving waarin de verhouding tussen mens, cultuur en techniek al thema was. Zo legt hij aan de hand van onder andere het Gilgamesj-epos, de Griekse verhalen van Daidalos & Ikaros en van Prometheus, de oudtestamentische mythe van de Toren van Babel, en de legende van Faust uit hoe de menselijke fascinatie voor techniek het instrumentele gebruik ervan oversteeg en altijd verbonden is geweest met het streven naar macht, met een verlangen naar onsterfelijkheid (de goden gelijk zijn). Tegelijkertijd laten deze mythen ook zien dat dit streven meestal getuigt van hubris, van overmoed. De mens overspeelt zijn hand wanneer hij bepaalde grenzen overschrijdt en roept zo het onheil over zich af: Ikaros stort ter aarde en de toren van Babel zal nooit tot de hemel reiken.

Boekenkrant

Daarmee fungeren deze oude verhalen als een spiegel voor de moderne techno-mythologie, waarin vooruitgang, totale beheersing en maakbaarheid de sleutelwoorden vormen. In het laatste essay laat Meeuwse zijn kritische licht schijnen over deze mythologie en toont hij aan hoe het hedendaagse geloof in de techniek de mens blind maakt voor zijn eigen gedrag, keuzes en levenswijze. Wie voor alles technische oplossingen ziet, miskent de aard van de menselijke problemen. Waar al het technische kunnen breed wordt uitgemeten, dreigt de kritische reflectie over wat we eigenlijk (moeten) willen te verstommen.

Het is daarom goed dat er nog schrijvers zijn die ons weten wakker te schudden uit de droom van de technische kennis. En omdat Meeuwse zo goed schrijft, is het nog aangenaam wakker worden ook.

Eerder verschenen in Intermediair