Dinsdag, 3 augustus, 2021

Geschreven door: Smit, Roelof
Artikel door: Stoel, Jan

De dubbele waarheid

Interview met Roelof Smit: “Ik schrijf over het grijze gebied. En daar is, naar beide kanten, nuance wél van belang”

Over de auteur

Roelof Smit (Tilburg, 1985) is zelfstandig tekstschrijver. Onder het pseudoniem Rudolf Julius schreef hij meer dan 2000 artikelen voor De Speld. Trouwe fans van De Speld mogen zich ‘Vage kennis’ noemen.

Samenvatting

Ruben: model, knap, succesvol. Milan: intelligent, onzeker, gevoelig. Ze brengen een nacht met elkaar door, maar beleven die allebei anders. Terwijl Ruben zijn weg vervolgt naar internationale roem, stort Milans wereld in. Jaren later gaat Milan de confrontatie met Ruben aan en worden de levens van beide jonge mannen beheerst door #metoo, advocaten en sociale media.

Kookboeken Nieuws

Wat is er werkelijk gebeurd? Wie is de dader en wie is het slachtoffer? En is de wereld wel zo zwart-wit?
In De dubbele waarheid zijn de twee kanten van het boek ook de twee kanten van het verhaal. Milan en Ruben vertellen ieder hun eigen versie. Het maakt niet uit welk perspectief het eerst gelezen wordt. Of misschien ook wel…

Interview

Kerst in Essen (2019) was de debuutroman van Roelof Smit. De geliefde van het hoofdpersonage Mark overlijdt plotseling. Maar hadden ze wel een toekomst samen? Mark kan zijn vriend niet vergeten en zoekt zijn heil in de drank en gaysauna’s. Daar ontmoet hij, met Kerst, Omar, een jonge Syrische vluchteling, een danser. Mark wil Omar niet verliezen en beschermt hem op overdreven wijze, totdat… Subtiliteit was een van de kenmerken in het verhaal. Ik was nieuwsgierig naar zijn tweede roman, die de titel De dubbele waarheid heeft gekregen. Ook in deze roman gaat het om een (homoseksuele) relatie. En ook de #MeToo-beweging speelt een rol, de rol van de media. Snel wordt iemand beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag, maar is het in werkelijkheid ook zo? Of is er sprake van een dubbele waarheid? Roelof Smit kiest voor een originele vorm om het verhaal te vertellen. Dat zet zich door in de vormgeving van het boek. Let eens op de cover met dat subtiele bliksemschichtje in de eerste ‘a’ van het woord waarheid. Ook met zijn tweede roman hield Smit me in zijn greep. Reden om hem eens te bevragen.

Misschien kennen de lezers je van De Speld (een satirisch online nieuwsmagazine dat in 2007 werd opgericht). Tweemaal per week zorgt De Speld ook voor een artikel in de Volkskrant. Je publiceert er onder de naam Rudolf Julius. Vanwaar die naam Julius?

“Rudolf en Julius zijn mijn eerste twee doopnamen. Ik ben vernoemd naar mijn grootvader, die al voor mijn geboorte is overleden. Hij heeft ooit onder datzelfde pseudoniem een dichtbundel met de titel Eppure uitgebracht. Toen ik voor De Speld ging schrijven heb ik mijn vernoeming doorgezet.”

Je schrijft hilarische puntige stukjes met titels als Rapport ‘Ongewenst olijk’, welke hard oordeelt over titels van rapporten en Secretaris tot tranen toe geroerd nu eindelijk iemand notulen gaat lezen. Hoe ben je bij De Speld terechtgekomen en is er een relatie tussen het werk bij dat nieuwsmagazine en je schrijverschap?

“In 2012 was ik al een tijdje fan van De Speld toen ik besloot een stukje in te sturen. Het eerste kreeg een positieve reactie, maar haalde de site net niet. De volgende drie artikelen wel. Daarna werd ik uitgenodigd voor een kop koffie met de hoofdredacteur en voor ik het wist zat ik regelmatig op de redactie. Er is zeker een relatie met mijn schrijverschap. Een satiricus wil altijd een punt maken, iets zeggen wat hij belangrijk vindt. Op een wat minder directe manier doe ik dat in mijn boeken ook. Ik denk dat mijn stijl net als de artikelen op De Speld bondig en precies is. En ik probeer een beetje humor in mijn romans te verwerken, ook al is de thematiek zwaar.”

Je hebt op een gegeven moment de keuze gemaakt om romans te gaan schrijven. Dat is andere koek dan satire, lijkt me. Vanwaar die drang?

“Schrijven doe ik mijn hele leven al. Op de basisschool won ik een opstelwedstrijd, in de categorie ‘meest originele verhaal’. Ik herinner me dat er een verplichte openingszin was. Dat vond ik zo stompzinnig dat ik binnen een paar regels een enorme plotwending creëerde en toch mijn eigen verhaal ben gaan schrijven. Mijn eerste bijbaan was sportverslaggever bij de lokale krant en sinds mijn afstuderen verdien ik mijn geld als tekstschrijver. Ik vermoed dat bijna iedereen die zo graag schrijft ergens wel de drang voelt een boek te schrijven. Ik had geen idee of ik het in me had, een roman, en of ik het wel leuk zou vinden. Inmiddels weet ik dat ik niets mooier vind om te doen. De eerste versie van Kerst in Essen heb ik volledig geschreven zonder contact met een uitgever te hebben. Ik wilde een compleet manuscript kunnen inleveren. Via mijn De Speld-collega Laura van der Haar heb ik gepolst of er interesse was bij Podium, mijn eerste keuze. Daarna ging het snel. Een groot commercieel succes werd Kerst in Essen niet, maar het fijne aan een literaire uitgever als Podium is dat het niet alleen om verkoopcijfers gaat. Ze waren erg enthousiast over mijn idee voor De dubbele waarheid, dus kreeg ik daarvoor ook een contract.”

Relaties zijn een belangrijk thema in je werk, en dan met name relaties die zich afspelen in de gayscene. Vanwaar die belangstelling?

“Liefde is een haast onvermijdelijk thema, omdat het ons leven zo domineert. Vaak in goede zin, maar iedere seconde lijden er ook miljarden mensen in meer of mindere mate aan de liefde. Daar raak je nooit over uitgeschreven. De gayscene kent daarin heel eigen kanten, die soms fascinerend zijn, maar wat minder vaak beschreven. Voor sommige lezers kan dat interessant zijn door de herkenbaarheid en voor andere juist omdat het een inkijkje geeft in een wereld die ze niet kennen. Identificatie en nieuwsgierigheid spelen beide een grote rol bij het lezen van een boek. Voor mij in ieder geval.”

Hoe je het doet weet ik niet, maar voor de tweede keer op rij slaag je erin de actualiteit (misschien achteraf en bij toeval) te verbinden aan het verhaal dat je vertelt. Toen ik je debuutroman Kerst in Essen las moest ik denken aan de documentaire Dance or Die (2018). Die gaat over de Syrische danser Joudeh die met behulp van het Nationaal Ballet naar Nederland verhuisde. Hij keert terug naar de puinhopen van zijn geboortestad Aleppo en danst daar voor de ‘ziel’ van de mensen die omkwamen. Omar, een van de personages in Kerst in Essen is eveneens een Syrische danser, die doorzet en in Nederland terechtkomt. De parallel was voor mij duidelijk. In De dubbele waarheid gebeurt iets dergelijks. Rond het moment dat het boek verscheen kwamen de beschuldigingen van seksueel misbruik aan het adres van modeman Martijn N. naar buiten. In beide gevallen speelt de modewereld een rol en zijn de hoofdpersonages homoseksueel. Maar misschien refereert De dubbele waarheid nog veel meer aan de kwestie tussen Gijs van Dam en Jelle Brandt Corstius in 2017. Brandt Corstius beschuldigde Van Dam in het kader van de #MeToo-beweging van verkrachting. Uiteindelijk werd die laatste zaak geseponeerd. In De dubbele waarheid zie ik zoveel raakvlakken: de manier waarop de media er aandacht aan hebben besteed, de rol van de advocaten, de vraag wat nu waar is. Hoe zit dat, Roelof?

“Martijn N. was puur toeval. Ik had nog nooit van hem gehoord, laat staan van de verhalen over hem. Maar de zaak van Jelle Brandt Corstius en Gijs van Dam was inderdaad de inspiratiebron voor De dubbele waarheid. Ik luisterde naar hun tegenstrijdige verhalen en besefte dat ik ze allebei geloofde. Dat zette me aan het denken: zou het kunnen dat zij die nacht compleet anders beleefd hebben? Mijn conclusie was: ja, dat kan. Natuurlijk kan ik er in hun geval naast zitten, misschien heeft één van de twee wel degelijk glashard zitten liegen. Maar het gegeven dat zo’n dubbele waarheid mogelijk is, vond ik een mooi uitgangspunt voor een roman. Die verder overigens volledig losstaat van hun zaak, dat wil ik wel benadrukken. Beide hoofdpersonen en het hele verhaal zijn verzonnen. Dat geldt ook voor Kerst in Essen. De documentaire over Ahmad Joudeh kwam uit toen ik al over Omar aan het schrijven was. Dat was mooie aanvullende inspiratie, maar het karakter van Omar is niet op Joudeh gebaseerd. Ik ben een liefhebber van fictie en vind het interessanter om een nieuw verhaal te creëren dan een verhaal dat al bestaat op te schrijven.”

De vormgeving van je boek en ook de vorm van het verhaal is opvallend. Zo is er de dubbele cover. De lezer kan kiezen welke versie van het verhaal hij/zij het eerste leest. Dat van Milan of dat van Ruben. Op het moment dat Milan de confrontatie zoekt met Ruben is het vier jaar geleden dat ze een one night stand hadden. Ruben is dat vergeten en is verder gegaan met zijn leven. Hij is uiterst succesvol als model in de modewereld. Milan heeft last van die eenmalige ontmoeting gehad en van het leven dat hij voor zich had uitgestippeld is daardoor niets terechtgekomen. Hij meent verkracht te zijn door Ruben. Wat is nu de waarheid? Of is er een dubbele waarheid? Je leest twee versies van dezelfde gebeurtenis. Hoe ben je op dit idee gekomen?

“Het idee van het dubbele omslag kwam vrijwel tegelijk met het idee voor het boek zelf. Wanneer je over een beschuldiging van seksueel misbruik hoort, of het nu in de media is of in je persoonlijke omgeving, hoor je altijd één versie het eerst. Áls je de andere kant van het verhaal al hoort, dan is het daarna. Je hoort ze eigenlijk nooit door elkaar heen. Een meer traditionele vertelvorm waarin de hoofdpersonen elkaar per hoofdstuk afwisselen, vond ik daarom niet logisch. Ik ben ook benieuwd of het uitmaakt welk verhaal je als eerste leest. En ik hoop dat mensen daar zelf over gaan nadenken: oordeel je vaak niet veel te snel? Niet alleen bij seksueel misbruik, maar sowieso in het leven.”

Wat me opvalt is dat beide verhalen ook op een andere manier in balans zijn: korte hoofdstukken, beide versies zijn even lang, de ontwikkeling van het verhaal is volgens dezelfde opbouw: hun levensloop van voor, tijdens en na hun seksuele ontmoeting wordt beschreven. Hoe heb je dat aangepakt?

“Ik werk altijd erg gestructureerd, zo zit ik in elkaar. Balans was voor dit boek, in deze vorm, een absolute voorwaarde. Anders zou het niet werken. Als de ene versie veel langer is dan de andere, dan kun je de indruk wekken dat die versie belangrijker is of juist meer uitleg nodig heeft. Al dat soort twijfel leidt af. Bij het schrijven en redigeren heb ik daar dus telkens op gelet. Het boek is in meerdere opzichten een spiegel en zo is het ook gecomponeerd.”

Als je het boek leest dan is er eigenlijk geen ‘schuldige’. De argumenten van zowel Milan en Ruben zijn plausibel. Je verhaal brengt nuance aan. En dat is heel anders dan de beschuldigingen die in #MeToo geuit worden. Milan zou signalen afgegeven hebben dat hij de wijze waarop Ruben hem seksueel benaderde niet prettig vond. Je hecht blijkbaar aan nuance. Hoe zit dat? Opgeheven vingertje richting #MeToo en de pers die meteen gaan (ver)oordelen?

“Bij opgeheven vingertjes probeer ik weg te blijven, maar ik heb wel vaak de sterke neiging om nuance aan te brengen. Bij dit onderwerp ligt dat gevoelig. Kijk, er zijn helaas heel veel overduidelijke gevallen van seksueel misbruik – los van de vraag of ze bewezen kunnen worden. Daar vind ook ik nuance niet nodig, dat is gewoon afschuwelijk, maar over die gevallen gaat dit boek niet. Er zullen vast ook mensen zijn die iemand bewust vals beschuldigen. Uit wraak, vanwege geld, wat dan ook. Dat is schandalig, maar ook daar gaat dit boek niet over. Ik schrijf over het grijze gebied. En daar is, naar beide kanten, nuance wél van belang. Stel je eens voor dat je door de hele wereld als verkrachter wordt gezien terwijl je je oprecht van geen kwaad bewust bent. Of juist dat je na een traumatische ervaring een trap na krijgt van mensen die roepen dat je maar duidelijker nee had moeten zeggen. Seks, lichaamstaal, communicatie: het hangt van misverstanden aan elkaar. Dan heb ik het nog niet eens over de rol van drank en drugs. Als je dat erkent, kun je veel bewuster bezig zijn met de vraag wat de ander wel en niet wil doen. En beseffen dat je zelf niet alles hoeft te doen wat van je verwacht lijkt te worden.”

Je schrijft twee verhalen over dezelfde gebeurtenis. Ik kan me zo voorstellen dat je het moeilijker vindt om vanuit het standpunt van of Ruben of Milan te schrijven. Had je een voorkeur? Op welke problemen stuitte je?

“Een voorkeur had ik niet, ze zijn me allebei even lief. Juist vanwege mijn gedrevenheid om dit punt te maken, wilde ik dat beide stemmen geloofwaardig waren. Het was wel iets moeilijker om Milans deel te schrijven. Iedereen is weleens ergens vals van beschuldigd. Dat kan heel klein zijn, maar het gevoel kun je oproepen. Dat moest ik voor Ruben zien uit te vergroten op basis van de ernst van de beschuldiging. Seksueel misbruikt heb ik mij echter nooit gevoeld, dus het verwoorden van Milans pijn vergde meer inlevingsvermogen.”

Hoewel de thematiek zwaar is, heb je toch geen ‘zwaar’ boek geschreven. Je zoekt steeds de balans tussen het serieuze en het lichtvoetige in heel het verhaal: Zou de vader van Milan, Ajax-fan, hem genoemd hebben naar AC Milan, dat PSV in 2005 de weg naar de Champions League versperde? Of is hij genoemd naar schrijver Milan Kundera of naar de Servische koning Milan? Voetballen kan Milan in ieder geval niet. “Tot aan mijn middelbareschooltijd werd ik TOP Oss genoemd.” In zijn studententijd houdt een kat met de naam Memphis hem gezelschap. Die is niet genoemd naar voetballer Memphis Depay, maar naar de Amerikaanse stad Memphis. Doe je dat met opzet?

“Ja, zeker. Een boek mag je hard raken, het mag je verschrikkelijk aan het denken zetten, het mag je nog lang achtervolgen, maar ik wil niet dat het lezen zelf een worsteling is. Juist bij zware onderwerpen vind ik een beetje luchtigheid noodzakelijk.”

Je portretteert Ruben als het uithangbord van modemerk Dolce & Gabbana. En als je wat zoekt op internet dan zou het zomaar waar hebben kunnen zijn. Je beschrijft de zomershow uit 2017 waar 97 jongens op de catwalk liepen, met onder meer Presley Crawford en Rafferty Law. De kleding, de muziek van The Hot Sardines, de aankleding, het klopt allemaal precies. Stevig research gedaan, Roelof? En heb je nog meer research gedaan voor je boek?

“Anders jij wel! Ook al is het verhaal fictie, ik wil dat de feiten kloppen en dat de sfeer van het decor geloofwaardig is. Ik geloof dat dat bijdraagt aan de kracht van het verhaal. De modewereld kende ik zelf nog niet goed, dus daar moest ik flink onderzoek naar doen. Daarbij ben ik veel dank verschuldigd aan een ex-model met wie ik uitgebreid gesproken heb. De show van Dolce & Gabbana die je beschrijft heb ik heel wat bekeken voor die scène. Ook overigens moest ik mij in een aantal dingen behoorlijk verdiepen, zoals technomuziek en alles wat daarbij komt kijken.”

Je schrijft in korte hoofdstukken. Het zijn eigenlijk allemaal kleine scenes die passen in een grote film. Maar je schrijft ook beeldend. Ik denk aan de scene in het studentenhuis waar Milan worstelt met wat er gebeurd is. Esmée, een van zijn huisgenoten heeft een wat ruimere opvatting over seks: “De scharnieren in het bed van Esmée gilden om een hernieuwde montage, of ten minste een druppeltje olie.” De verplichte avondmaaltijden bij Ruben waar vader uit de Metamorfoses van Ovidius voorleest over Adonis en Narcissus. Het past zo op de levensfase van Ruben. Maar je ontroert ook: Als Milan met zijn oma bij een bezoek aan een kinderboerderij reïncarnatie bespreekt bij de hindoes en zich afvraagt of zijn moeder in een geitje was teruggekomen, zegt oma: “Als je heel veel liefde van dat geitje voelt, dan zit de ziel van je moeder er misschien wel in.” “Ik knuffelde het geitje voor de zekerheid extra stevig.” Heb je dit soort dingen voorbereid of dienen die zich aan tijdens het schrijven?

“Dat laatste. Ik maak een structuur voor het boek, waar ik wel van mag afwijken maar die in grote lijnen staat. Daarin maak ik notities van de sfeer die ik wil overbrengen of de informatie die ik wil prijsgeven. Daarbinnen gun ik mezelf de ruimte om vrij te associëren, om scènes of details te bedenken die passen bij mijn personages en het moment in hun verhaal. Soms wordt dat iets wat vaker terugkeert, zoals de mythologische obsessie van Rubens vader.”

Wat zit er van jezelf in dit verhaal?

“Voornamelijk mijn wens om mensen over dit thema te laten nadenken. En daarnaast details. Het verhaal speelt zich grotendeels af in Leiden, mijn thuisstad. Ik heb aan het Utrechtse Veer gewoond, net als Milan; mijn vriend aan de Maredijk, net als Ruben. Het vakantiehuis in Toscane waar Milan heen gaat bestaat echt: daar ben ik als tiener met mijn familie geweest. Net als Ruben heb ik weleens met mijn ziel onder mijn arm op een feest rondgelopen omdat ik als enige niet aan de xtc zat. Net als Milan ben ik gehecht aan mijn oude fiets.”

De verschillende stemmen van de personages. Je brengt gelaagdheid aan in de personages door te schrijven over hun openbare leven en hun gevoelsleven. Dat is bij Milan en bij Ruben anders. Het onzekere, twijfelachtige, intelligente, gevoelige van Milan en het meer flamboyante en brutale van Ruben. Je ziet dat in het taalgebruik terug dat steeds ernstiger wordt. Hoe heb je je zo kunnen verdiepen in deze tegengestelde personages?

“Dat is moeilijk te zeggen. Het ontstaat. Ik heb ze van tevoren de nodige karaktereigenschappen gegeven en er zijn er een aantal tijdens het schrijven gegroeid. Uiteindelijk zijn het twee mensen die in je hoofd gaan leven en die je zelf steeds beter leert kennen.”

Twee schrijvers van De Speld wisten het televisieprogramma De Slimste Mens te winnen: Tom Roes en Diederik Smit (geen broer). Wanneer kunnen we jou verwachten op het scherm?

“Sterker nog, ook Arjen Lubach heeft ooit iets voor De Speld geschreven. Gezien onze staat van dienst zou ik dus eigenlijk niet echt kunnen weigeren als de uitnodiging ooit komt, maar kan ik tegelijkertijd alleen maar verliezen. Mooie boel.”

Eerder verschenen in Bazarow Magazine

2 reacties op “De dubbele waarheid

  1. Ietwat jammer dat de vragen in het interview soms langer zijn dan de antwoorden. Uiteindelijk kom je heel veel over het verhaal te weten maar blijf je in het ongewisse of de beide verhalen stilistisch goed geschreven zijn. In het geval van Kerst in Essen viel de zeurdige, uitgesponnen stijl wat tegen… En hier?

  2. Reactie van Jan Stoel: “Tja, dat de vragen langer zijn dan de antwoorden kan ik niet helpen. Ik probeer ze zo kort mogelijk te houden, maar gebruik ze vooral als opmaat om de auteur verder te prikkelen. Bij alle interviews die ik gedaan heb, en dat zijn er nogal wat, stellen de auteurs die op prijs. Ik krijg vaak waarderende reacties van de auteurs als “eindelijk iemand die eens de tijd neemt om dieper op het boek in te gaan”. In het geval van Roelof Smits: als een auteur niet meer vertelt dan kan ik het er niet bij verzinnen. Ik werk altijd met emailinterviews en soms een telefonisch contact (in coronatijd kon dat ook niet anders en bovendien is het minder intensief qua tijd). Die interviews gaan altijd een keer of vier over en weer met verhelderingsvragen, vragen die toegevoegd worden, geschrapt worden etc. En Roelof is geen man van uitgebreide antwoorden.
    Volgens mij zitten er wel een paar vragen bij die over stijl gaan, maar in het geval van De dubbele waarheid heb ik vooral de aandacht gevestigd op de vorm en de parallellen in het verhaal. Kerst in Essen: zeurderige stijl. Ik heb het niet zo ervaren. Ik vond het een fijn boek om te lezen, zeker ook omdat het bij mij de verbeelding aan het werk zette over de parallel met de Syrische danser in de documentaire Dance or die. Daardoor ben ik op een andere manier naar het boek gaan kijken.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.