Vrijdag, 24 oktober, 2014

Geschreven door: Hendrix, Hanneke
Artikel door: Boer, Else

De dyslectische hartenclub

Iedereen doet maar wat

De dyslectische hartenclub, de tweede roman van Hanneke Hendrix,  heeft als ondertitel ‘road roman’.  In een bizarre vlucht door het kleine Nederland leren drie beschadigde vrouwen wat hen bindt – en wat hen net zo goed weer uit elkaar drijft.

Drie verbrande vrouwen worden op dezelfde ziekenhuiskamer ondergebracht. Een politieagent houdt de wacht voor hun deur: of dat is om hen te bewaken of te beschermen is niet duidelijk. De verpleegster moppert in ieder geval dat ze het niet vindt kunnen, twee criminelen en een slachtoffer op dezelfde kamer.

Hun  verhaal wordt verteld door Anna, een vrouw met een passie voor taxidermie: het opzetten van dode dieren. Flashbacks naar haar jeugd laten zien dat ze zich met die dode dieren meer verbonden voelt dan met de mensen om haar heen. Ze heeft naar eigen zeggen een ‘dyslectisch hart’:

‘Een dyslectisch hart,’ zei ik. ‘Ik voel het allemaal wel en iedereen legt het me ook heel vaak uit, maar ik krijg het goeie plaatje er niet bij.’

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Ook haar kamergenoten voelen zich vervreemd van de wereld. Anna ligt op de kamer met Vandersteen, een kittige dame van in de vijftig. Zij blijkt de nodige delicten op haar kerfstok te hebben. Daarnaast heeft Anna nog een kamergenoot, ‘die Bolle’, een meisje dat bijna geheel verbrand is en ook Anna blijkt te heten. Deze Anna heeft problemen met haar familie, die strenggelovig is, en haar relatie met een niet-gelovige jongen direct afkeurde. Alle drie zijn ze paria’s in een maatschappij die hun niet past.

Levensecht

Het verhaal komt op stoom wanneer de drie vrouwen besluiten om samen te vluchten. Zodra de kamergenoten ontsnappen wordt  er een landelijke klopjacht op ze gehouden. Dat de dames niet meteen opgepakt worden, is allereerst te danken aan Vandersteens handigheden. Daarnaast krijgen ze hulp van verschillende truckers – een gemeenschap met eigen communicatiemiddelen, plaatsen en wetten. Als de drie vrouwen ergens passen is het daar.

Het is te merken dat Hendrix niet alleen romans, maar ook toneelstukken schrijft. Vooral haar dialogen zijn grappig en levensecht:

”Ik heb Angelique proberen terug te krijgen door een bommelding’, zei  Vandersteen. ‘Op het station.’ […]
‘En?’ zei ik. ‘Hielp dat?’
‘Nee’, zei Vandersteen.
‘Zeg,’ zei Anna,’ was dat die keer afgelopen winter?’
‘Ja, toen’, riep Vandersteen enthousiast.
‘Daar was ik bij!’ riep Anna.
‘Niet!’ riep Vandersteen. ‘Hoe leuk!”

Hendrix is er een meester in om het banale met het bizarre te vermengen. De dialogen en de absurde situaties waarin de hoofdpersonen belanden, zorgen ervoor dat het verhaal luchtig blijft. Ook de ondertitel ‘road roman’ lijkt met een knipoog te zijn bedacht: in Nederland is het moeilijk om langer dan een dag onderweg te zijn. Maar de ondertitel roept direct associaties op met vrijheid en rebellie. Door een televisiepresentatrice worden de ontsnapte vrouwen neergezet als een eigentijdse variant van Bonnie en Clyde: ‘maar dan eerder Bonnie, Bonnie en Bonnie,’ voegt de vertelster daaraan toe.

Thelma en Louise

Hun trip doet ook direct denken aan die andere vrouwen op de weg: Thelma en Louise. Net als in die film voel je al op je klompen aan dat die reis vol aanvankelijke bravoure niet goed kan eindigen. Door vermoeidheid ontstaan er spanningen tussen de drie vrouwen, en de politie komt steeds dichterbij. Lang duurt het avontuur dan ook niet. Het verhaal eindigt waar het begon: in het ziekenhuis. Een ‘road roman’ die de personages nergens naartoe brengt, het past bij de levensfilosofie van Anna:

‘Het leven overkomt je. Een mens heeft altijd een keuze, zeggen ze dan, maar dat is niet waar. Iedereen doet maar wat. Er is geen plan. Je kunt alleen terugkijken.’

Dat het leven een uitgestippelde route kan hebben is een idee dat Anna op de eerste pagina direct verwerpt.

In de loop van het verhaal blijkt dat Anna misschien niet zo’n betrouwbare verteller is als ze in eerste instantie lijkt. Ze houdt niet alleen dingen achter voor haar kamergenoten, maar ook voor de lezer. Wanneer het verhaal toewerkt naar een climax beginnen fantasie en werkelijkheid door elkaar te lopen. Heeft Anna haar metgezellen misschien bedacht, om aan haar eigen eenzaamheid te ontkomen? Het is een vraag die Hendrix subtiel opwerpt, maar onbeantwoord laat.

In De dyslectische hartenclub weet Hendrix een wereld op te roepen die vreemd is, maar toch vertrouwd aanvoelt. Ze wekt haar personages knap tot leven door haar grappige, soms sombere maar vaak ook hilarische schrijfstijl. Bonnie, Bonnie en Bonnie houden je tot na de laatste pagina in hun greep.