Dinsdag, 11 januari, 2022

Geschreven door: Vingerhoets, Ad
Recensie door: Halma, Piet

De emotionele mens

De meeste mensen deugen emotioneel

[Recensie] Als van  iemand gezegd wordt dat hij of zij emotioneel is, dan is dat meestal een negatieve kwalificatie. Men bedoelt meestal te zeggen dat die persoon zichzelf niet helemaal in de hand heeft, dat hij of zij niet meer helder kan denken en waarschijnlijk niet in stat is om met een oplossing te komen voor het probleem waarmee hij of zij geconfronteerd is. Iemand die zo gekwalificeerd wordt, wordt feitelijk meteen ook gediskwalificeerd.

Het is de emeritus hoogleraar emoties en welbevinden verbonden aan de Tilburg University, Ad Vingerhoets, die dit negatieve beeld graag wil bijstellen. In zijn boek De emotionele mens, met als ondertitel waarom onze emoties bepalen wie we zijn, wil hij aantonen dat emoties juist essentieel zijn voor ons functioneren. Dat geldt voor ons functioneren in (levens)bedreigende situaties, maar vooral ook in de relaties met anderen. Ze beĂŻnvloeden ons functioneren, ons denken, onze motivatie, onze communicatie Ă©n ons gedrag. Zonder emoties zijn we volgens Vingerhoets geen volwaardige mensen en zijn we sociaal en moreel incompleet.

Vingerhoets (1953) is in zijn werkzame leven vooral bekend geworden door zijn specialisme in de sociale functie van tranen. Zo schreef hij eerder Tranen, waarom mensen huilen. In De emotionele mens gaat hij daar zijdelings ook nog op in. Hij ziet de emotie van verdriet als onvermijdelijke compagnon van liefde. Zonder liefde geen verdriet. Dit kan van korte duur zijn, maar kan ook lang en in steeds weer wisselende intensiteit aanhouden. Vaak wordt verdriet gemengd of afgewisseld door andere emoties, zoals schuld, schaamte en zelfs boosheid.

Dat de ‘emotiewetenschapper’ zich moet beperken blijkt wel uit zijn constatering dat de Nederlandse taal ongeveer 1500 emotiewoorden kent, het Engels ongeveer 2000, maar een taal als het Maleisisch bijvoorbeeld maar 230. De wetenschapper beperkt zich dus noodgedwongen tot een aantal kern-emoties. Inn meerdere hoofdstukken komen langs de begrippen Empathie, Angst en vrees, Boosheid, Spijt en berouw, Schuld en schaamte, Liefde en verliefdheid, Jaloezie, afgunst en leedvermaak, Verdriet, rouw en depressie, Heimwee en nostalgie en Walging.

Bazarow

Het meest originele hoofdstuk vind ik dat over Liefde en verliefdheid. Grappig genoeg benoemt hij deze juist niet als emoties, maar ze kunnen wel veel emoties oproepen. Hoe wij verliefd worden lijkt deels cultureel en deels biologisch bepaald te zijn. We voelen ons doorgaans aangetrokken tot personen die niet té vertrouwd zijn, maar die ook weer niet te veel van onszelf verschillen. Zo blijkt uit eigen onderzoek van Vingerhoets dat we eerder geneigd zijn om verliefd te worden op mensen die we nog maar pas kennen dan op iemand die we al lang kennen. Dat we ons niet aangetrokken voelen tot personen die ons heel vertrouwd zijn, heeft volgens hem mogelijk te maken met een biologisch mechanisme dat bedoeld is om incest te voorkomen


In een laatste hoofdstuk gaat Vingerhoets uitgebreid in wat als ‘positieve psychologie’ doorgaat. Dit als reactie op het gegeven dat psychologen zich aanvankelijk uitsluitend bezig hielden met de negatieve aspecten van het mens-zijn. Onderwerpen als vreugde, lachen en liefde vonden ze niet belangrijk en serieus genoeg om er aandacht aan te besteden. De belangstelling voor positieve emoties is dan ook van vrij recente datum. Het kan mensen doen opbloeien en het kan leiden tot een goed, rijker en gezonder leven, aldus deze benadering.

Vingerhoets zou geen wetenschapper zijn als hij concludeert dat emoties niet op voorhand goed of slecht zijn, immers afhankelijk van specifieke omstandigheden en hoe de emotie wordt ingezet. Desondanks stelt hij vast dat de meeste mensen emotioneel deugen, waardoor ze ook moreel deugen: “Lang leven de emotionele mens”.

Voor een populair wetenschappelijke duiding moet je niet bij Vingerhoets zijn. Daarvoor is zijn boek te wetenschappelijk. Er komen veel onderzoeken langs van collega onderzoekers, maar nergens vervalt Vingerhoets in onnodig en ontoegankelijk jargon. De lezer kan in de diverse bijdragen dus vrijuit associëren met eigen, herkenbare emoties. Ook zullen mensen die professioneel met anderen in gesprek zijn er veel uit kunnen halen om de ander te begrijpen, omdat geuite emoties nooit eenduidig te verklaren zijn en veelal te maken hebben met wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles