Zondag, 28 oktober, 2018

Geschreven door: Hert, Paul de
Artikel door: Heijster, Karl van

De Federalist Papers

Ter verdediging van de Amerikaanse grondwet

[Recensie] In 1787 schreven James Madison, Alexander Hamilton en John Jay onder het pseudoniem Publius een reeks journalistieke brieven, bedoeld om de publieke opinie in de staat New York achter de nieuwe grondwet van de Verenigde Staten te krijgen. Deze brieven werden gebundeld en uitgegeven als¬†The Federalist¬†(later¬†The Federalist Papers). Amerikaanse president Thomas Jefferson noemde de bundel “the best commentary on the principles of government which was ever written”¬†en de Amerikaanse Hooggerechtshof grijpt nog steeds terug op de documenten in het onderbouwen van haar vonnissen. In Nederland lijkt er echter maar weinig belangstelling voor de bundel te zijn. Het pas verschenen¬†De Federalist Papers: Bakermat van het moderne constitutionalisme¬†is het eerste ooit in het Nederlandse taalgebied gepubliceerde boek over Publius’ commentaar – dat is het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat de Nederlandse lezer zich geen betere eerste kennismaking had kunnen wensen.

Onder redactie van Paul de Hert, Andreas Kinneging en Gerard Versluis becommentari√ęren twaalf auteurs de¬†Federalist Papers¬†in elf artikelen. Het overzichtshoofdstuk van Kinneging zelf, aan het eind van de bundel, geeft de thema’s waar Madison, Hamilton en Jay zich mee bezighielden in vogelvlucht weer. De bestuurlijke praktijk van de in 1787 dertien Amerikaanse staten, had uitgewezen dat een sterke overheid nodig was om niet in chaos te vervallen. Maar een sterke overheid brengt het risico van machtsmisbruik met zich mee, resulterend in tirannie. E√©n van de meest briljante inzichten uit de¬†Federalist Papers¬†is om, tegen de traditie in, niet meer te vertrouwen op de morele vorming van de bestuurders van een land om dit misbruik te voorkomen. (Al doen de auteurs er niet helemaal het zwijgen toe als het op staatsmanschap aankomt, getuige het artikel van Patrick Overeem.) In plaats daarvan worden de centra van macht opgeknipt in een wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht en kan er van uit worden gegaan dat de onvermijdelijke machtswellustelingen in die centra elkaar in evenwicht zullen houden. Het is een prachtig voorbeeld van hoe het mensbeeld van de opstellers van de grondwet hun constitutionele keuzes informeerde.

De Amerikaanse grondwet blijft echter mensenwerk, en dus is er ook ruimte voor kritiek. In misschien wel het beste artikel van de bundel betoogt Matthias Storme dat de rechterlijke macht – “the least dangerous branch”¬†in de woorden van Hamilton – als enige ongecontroleerde macht een zwakke plek vormt in het systeem, een probleem waar de tegenstanders van de auteurs ten tijde van publicatie al op wezen. De discussie wordt verder op scherp gesteld door Paul de Hert en Katrien Keyaerts, wier reflecties op de verschillende interpretatiemogelijkheden van het vierde amendement aantonen dat het hooggerechtshof in potentie vrij spel heeft in het vormen van wetgeving. Het is een discussie die een hernieuwde actuele waarde heeft gekregen met de benoeming van opperrechter Brett Kavanaugh, maar ook relevant is voor de Nederlandse situatie, bijvoorbeeld in het licht van de door klimaatorganisatie Urgenda gewonnen rechtszaak in 2015 waarin de rechter oordeelde dat de Nederlandse Staat meer moest doen tegen de uitstoot van broeikasgassen.

Ondanks haar hoge leeftijd hebben de¬†Federalist Papers¬†dus nog niets aan relevantie ingeboet.¬†De Federalist Papers: Bakermat van het moderne constitutionalisme¬†is daarom niet alleen een aanrader voor liefhebbers van de¬†Papers¬†zelf, of van Amerikaanse geschiedenis, of rechtsfilosofie, maar voor iedereen die zich bezighoudt met het politieke proces. Het startschot voor discussie rondom Publius’ verdediging van de Amerikaanse grondwet is gegeven, en als deze bundel iets zegt over het niveau van die discussie, laten we hopen dat er nog vele publicaties zullen volgen.

Schrijven Magazine

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles