Vrijdag, 15 december, 2017

Geschreven door: Wieringa, Tommy
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

De heilige Rita

De boze witte man is niet altijd slecht

Tommy Wieringa’s meest moralistische roman

[Recensie] Een jaar na het magnus opus van de Duitse schrijver Juli Zeh, getiteld Unterleuten (vertaald als Ons soort mensen), over een klein dorp met dezelfde naam in de voormalige DDR kwam Tommy Wieringa dit najaar met zijn roman over het platteland: De heilige Rita. De roman is gesitueerd in het fictieve dorpje Mariënveen in een oostelijke stuk van Twente, aan de Duitse grens. En net als in Unterleuten gaat ook dit dorp gebukt onder het juk van de moderniteit.

Wieringa gebruikt de term ‘krimpregio’ om de situatie van het dorp te beschrijven. Steeds meer mensen hebben het dorp de rug toe gekeerd en zoeken hun heil in de stad. De mensen die achterblijven, leiden een bestaan in de marge van de Nederlandse samenleving. Veel van hen zijn gescheiden of zijn zelfs nooit een huwelijk gestart, ze zijn werkloos of hebben vage baantjes. Het dorp is een speelbal van handelaren en werklieden uit Oost-Europa die of voor criminele acties (inbraak, stroperij) of voor goedkope klussen of beide het dorp bezoeken. Een Europa zonder binnengrenzen brengt in een grensregio doorgaans weinig goeds. Het merendeel van de horeca is in handen gekomen van Chinezen. Nog één supermarkt telt het dorp, gerund door de wat zonderlinge Hedwiges Geerdink. Hij is zijn hele leven al bevriend met Paul Krüzen de hoofdpersoon uit de roman. Paul, bijna vijftig, woont nog steeds met zijn bejaarde vader, een voormalig leraar geschiedenis, in de boerderij van de familie. De jonge Krüzen verzorgt zonder mokken zijn vader die een open wond aan zijn been heeft die maar niet wil genezen. Paul verdient zijn geld met de handel in militaria: oude uniformen, wapens en andere legerspullen. Vooral de spullen uit de nazitijd doen het goed.

Paul en Hedwiges zijn een stel apart. Vrienden voor het leven, allebei geen relatie, geen kinderen, allebei geen idee wat hen drijft. Mannen van rond de vijftig die al lang geleden hebben moeten vaststellen dat hun leven eigenlijk nooit begonnen is en omdat ze al zo oud zijn weten dat het nooit meer zal beginnen. Hedwiges is verlegen, teruggetrokken. Wat de meer zelfbewustere en intelligentere Paul bij hem zoekt is onduidelijk. Onder het motto ‘oude vrienden laat je niet in de steek’ blijft Paul Hedwiges opzoeken. Paul neemt telkens het initiatief en neemt Hedwiges met enige regelmaat op vakantie. Het lijkt op eenzelfde afhankelijkheidsrelatie zoals in de recente roman van Jan Siebelink, De buurjongen, is beschreven waar de slimmere Ruben zich ontfermt over de zwakbegaafde buurjongen Henk Wielheesen. Tussen Ruben en Paul zijn nog wat andere significante overeenkomsten: ze groeien op in een christelijk gezin (Ruben protestants, Paul katholiek), ze blijven alleenstaand, ze frequenteren bordelen in de buurt, want eenzaam zijn ze wel.

Zo bezoekt Paul met regelmatig Club Pacha, net over de grens in Duitsland. De Thaise prostituee Rita is hem het liefst, hij fantaseert al jaren dat hij met haar wil trouwen. Eerder had hij het al eens met een andere prostituee het proberen aan te leggen, ze kwam bij hem op de boerderij wonen, maar stal later alles wat los en vast zat. Geen geslaagd experiment. Tevens probeert Paul kort een relatie met een oud klasgenote aan te gaan, maar net als vorige keren loopt dat op niets uit.

Pauls lastige relatie met vrouwen is mede te verklaren door het vertrek van zijn moeder toen hij negen jaar oud was. Zijn moeder was altijd al ongelukkig in de relatie met zijn wat saaie, vrome vader. Toen er een gevluchte Rus met een vliegtuig landde, of beter gezegd, half neerstortte, in een maisveld in de buurt van de boerderij, was Pauls moeder snel verkocht. Ze ontfermt zich over de Rus, wordt verliefd en vertrekt. De moeder die haar kind in de steek laat kennen we al uit een eerdere roman van Wieringa, Caesarion. In dit boek, echter, krijgt de zoon wel weer contact met zijn moeder. In De heilige Rita is ze helemaal afwezig, het gemis is groot. Wieringa is zelf een kind van een moeder die ervandoor ging. In interviews vertelt hij over zijn verdriet en dat verdriet heeft hij ook in De heilige Rita aangrijpend beschreven: “Ze nam zijn gezicht tussen haar handen en hield het opnieuw tegen het hare […] ‘Dit is het beste voor je. Voor jou en je papa.[…]’ Hij knelde zijn armen vaster om haar heen, maar ze maakte zich los uit zijn omhelzing en stond op. Hij hield haar bij een been vast. […] ‘Shhh, shh, stil maar,’ zei ze en streelde zijn haren.” Paul ziet haar nooit meer terug.

Als roman komt De heilige Rita maar traag op gang. Wieringa neemt alle tijd om het dorp en de natuur rond het dorp te beschrijven. Elke vogel krijgt zijn aandacht, elke bosrand, elke strook akker (mooi beschreven, dat wel). De schrijver duikt in de jeugd van Paul Krüzen, in de relatie van zijn ouders en verder gebeurt er in De heilige Rita niet veel. De hoofdrolspelers zijn futloos, hun leven is landerig. Het is alsof Wieringa in de eerste honderdvijftig bladzijden heeft willen laten zien dat er op het platteland inderdaad nauwelijks wat te doen is, een verloren gebied.

Dit zijn de namen, Wieringa’s grote Europese roman over ons losgeslagen continent waarin een troep vluchtelingen letterlijk een weg zoekt in de moderne tijd en en passant net als de joden tijdens hun exodus door de woestijn een eigen religie ontwerpen, zit vol actie. Bij Joe Speedboot ging het ook allemaal lekker snel. Maar bij De heilige Rita moet je tot pagina 176 wachten voor er wat gebeurt. Telkens dacht ik: “Kom op Wieringa, laat het verhaal nu maar beginnen.” Een paar keer had ik het boek bijna weggelegd. Maar dan geheel onverwacht gebeurt er wat in het boek. Laat ik er niet al te veel over vertellen, het haalt voor de lezer die nog aan het boek moet beginnen de toch al minimale spanning weg. Wat hier wel vertelt kan worden is dat Paul ernstig op de proef wordt gesteld. Er ontstaat een strijd tussen twee levensvisies. Aan de ene kant die van de brave zielen Paul en Hedwiges, die alles en iedereen om zich heen respecteren en aan de andere kant die van een oud klasgenoot en zijn kompanen die het niet zou nauw nemen met de wet en na een lang leven van kleine misdaad en gevangenisbezoeken zich waarschijnlijk schuldig maken aan een veel ernstiger misdrijf. In de confrontatie staat Paul op, net vijftig geworden, de witte oudere man. Hij besluit het gedrag van zijn oud klasgenoot niet te accepteren. Hij kiest voor de moraal en komt in actie. En precies in hoofdstuk 33 – het boek is door en door religieus – komt de apotheose. Hoe Bijbels.

De heilige Rita is Wieringa’s meest moralistische roman tot nu toe. Het grote verschil met Juli Zeh’s Unterleuten is dat de mensen in deze roman zijn vergeten wat moraal is. Het is ieder voor zich. Op het platteland van Wieringa ligt dat anders. De heilige Rita gaat over de strijd tussen goed en kwaad en laat zien dat zelfs iemand die niet mee kan in het hedendaagse tijdsgewricht en een leven vol teleurstellingen lijdt kan kiezen voor het goede. Alsof Wieringa al die teleurgestelde witte mannen op leeftijd, die nu zich nu laten verleiden door de populisten, zich verliezen in racistische en seksistische prietpraat op Twitter en op demonstraties afkomen van foute leiders, een spiegel voor wil houden. Ook al is je leven mislukt, dan hoef je er niet een nog grotere puinhoop van te maken. Alsjeblieft niet. Als roman is De heilige Rita niet overtuigend, een beetje saai zelfs. De boodschap daarentegen spreekt zeer aan. We hebben meer Paul Krüzens nodig.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Lees ook de veel positiever bespreking van Marnix Verplancke