Vrijdag, 7 februari, 2020

Geschreven door: Gómez Bárcena, Juan
Artikel door: Lieshout, Twan van

De hemel boven Lima

Bijzonder soort brievenroman

“Laten we dus afspreken dat de rat de brieven alleen maar oppeuzelt omdat hij honger heeft. Laten we ook afspreken dat hij, wanneer hij vooral droevige brieven opeet, dat doet om een reden die wij niet kennen ‚Äď wie weet houdt hij meer van met inkt volgeschreven brieven, en iedereen weet dat geluk juist niet veel woorden nodig heeft.”

[Recensie] Een boek waar je luid om kunt lachen, en dat tegelijkertijd een stilistisch hoogstandje is. De hemel boven Lima, de tweede roman van de Spaanse schrijver Juan Gómez Bárcena (1984) uit 2014 is nu prettig in het Nederlands vertaald door Peter Gelauff en uitgegeven door de Wereldbibliotheek, nadat het in Spanje verschillende literaire prijzen won en door Spaanse lezers in 2014 tot beste boek van het jaar gekozen werd.
Begrijpelijk, want het is een geraffineerde roman, met een sympathieke en niet vaak voorkomende combinatie van intertekstualiteit, scherpe vertelkunst en zelfspot.

In De hemel boven Lima trekken we een tijdje op met de studenten Carlos en Jos√©, twee rijkeluiszoontjes zich die tot hun grote verveling in een rechtenopleiding bevinden. Liever zouden ze een ander leven leiden, dat van een dichter. En niet zomaar een dichter ‚Äď een dichter die vitalistisch in het leven staat, fameus maar die toch armoe en de straat kent, en door vrouwen aanbeden wordt. Jos√© en Carlos schuiven daarentegen braaf aan bij de zondagse thee-uitjes, waar de rijke bovenlaag van Lima elkaars families afstruint voor goede huwelijkspartners. Om het dichtersleven toch te benaderen, besluiten ze een brief te schrijven aan de beroemde Spaanse dichter Juan Ram√≥n Jimen√©z. Niet als zichzelf, maar als de mooie, gevoelige, maar helaas verzonnen Georgina H√ľbner. Tot hun vreugde ontvangen ze een brief terug en er ontstaat een correspondentie.

Binnen het boek draait het om hoe de briefwisseling met deze beroemdheid zolang mogelijk voortgezet kan worden en ze een ongepubliceerd gedicht van Jimen√©z in handen kunnen krijgen. Althans, dat is het plan van Jos√©. Carlos verliest zich echter in de creatie van Georgina, en probeert juist haar tot leven te wekken. Wie krijgt zijn zin? En belangrijker ‚Äď welke Georgina is de beste verleiding voor Jimen√©z, die in √©√©n van zijn brieven aankondigt langs te komen? Dit alles vindt plaats tegen de achtergrond van het roerige begin van de twintigste eeuw in Peru. Het is een tijd van grote ongelijkheid: rijkelui die zich vergrijpen aan hun dienstmeisjes, terwijl ondertussen arbeiders via stakingen voor hun rechten opkomen. De briefwisseling tussen Lima en Madrid stokt dan ook regelmatig ‚Äď soms omdat de dokwerkers staken, soms omdat de ratten op het postschip de brieven hebben opgegeten. Tot op de laatste pagina blijft spannend of Jimen√©z het spel wel of niet doorziet.

Bazarow

G√≥mez B√°rcena heeft een prachtig boek geschreven. Niet alleen om de subtiele verwijzingen naar de grote negentiende-eeuwse literatuur en po√ęzie zonder gewichtig over te komen, maar vooral met zijn grote spel van wat je nu precies leest. Het boek start als ‚Äėkomedie‚Äô, een vrolijk, ironisch verslag van een alwetende verteller die het verhaal van Carlos en Jos√© vertelt. Of lezen we, zoals de schrijver ons wil doen geloven in het tweede deel, hier de brievenroman van Carlos over Georgina en haar ontstaansgeschiedenis? Of is het startende vertelperspectief toch het juiste, maar draait het in een u-bocht naar een tragedie, duister en steeds zwarter, zoals het derde deel ons doet geloven? Is dat inherent aan Carlos‚Äô mismoedige leven, of ligt het aan het toeval of  – nog meer in de Latino-stijl – aan het lot? Zoals dat van de bovenstaande verfoeilijke rat, die in het scheepsruim de post consumeert maar de laatste vitale brief van Georgina aan Jimen√©z toch niet weet te verorberen omdat hij de bezemsteel van de dienstdoende matroos op zijn tere nekje krijgt? Wat het antwoord ook moge wezen, m√©√©r wil ik lezen van Juan G√≥mez B√°rcena!    

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles