Vrijdag, 18 februari, 2011

Geschreven door: Beaufort, Binnert de
Artikel door: Steendam, Tom

De kalief van Amsterdam

Herkenbare satire op politieke islamangst en mediahypocrisie

Schrijver en journalist Binnert de Beaufort (1970) lijkt bezig met de ontwikkeling van een bijzonder actualiteitsgebonden oeuvre. Hij debuteerde in 2005 met de roman Blauw bloed, waarin hij niet schroomde de adel op de hak te nemen. Een jaar later etaleerde hij in De lompe leeuw op ironische wijze de onbeschoftheid van de Nederlander. Nu heeft De Beaufort met het satirische De kalief van Amsterdam zijn pen gericht op politici, de media en religie.

Wanneer Wendy Arends, nieuwbakken Kamerlid voor de Nederlandse Liberalen, een ongeluk krijgt met haar Jaguar hoort zij een stem die om haar roept. Deze stem blijkt afkomstig van een pratend konijn, dat Wendy de duinen in leidt. Daar verrijst plotseling onder hels kabaal een gigantische, brandende moskee. Dit visioen ontketent bij de politica een ongekende angst voor de islam en een nieuw doel in haar leven: Nederland genezen van deze in haar ogen almaar uitdijende ‘bloedbuilenpestepidemie’.

Het perspectief verschuift naar dat van John Velo, succesvol co-presentator van Velo & Van Wijk en een begenadigd womanizer. Velo wordt tijdens een van zijn nachtelijke avontuurtjes op de Wallen door een groepje Marokkaanse jongens in elkaar geslagen en beroofd van portemonnee en mobiele telefoon. Zijn geslaagde leventje komt abrupt tot stilstand.

Dan komt Omar in beeld, de broer van een van de jongens die Velo hebben overvallen. Hij komt Velo’s portemonnee terugbrengen en vanaf dat moment ontstaat er een bijzondere band tussen de twee. Ondertussen broeit er iets in de Nederlandse politiek. Wendy heeft haar partij verlaten om zich met enkele medestanders in een nieuwe beweging te verenigen. Een door haar georganiseerde anti-islamdag in een overvolle Amsterdam Arena loopt uit op een nationale geweldsexplosie.

Sociologie Magazine

Het absurde visioen dat Wendy als een moderne Alice in Wonderland krijgt, wijst al direct overduidelijk in de richting van een satire. Er is moed voor nodig om zo’n satire te schrijven, zeker omdat De Beaufort actuele kwesties aansnijdt die snel gedateerd kunnen raken. Hij heeft deze hindernis echter mooi omzeild door ook oudere parlementaire geschiedenis in zijn verhaal te verweven. Zo laat hij de paranoïde Wendy herhaaldelijk de term ‘vijfde colonne’ in de mond nemen, een begrip dat Fortuyn en Van Gogh ook vaak in hun retoriek gebruikten. Verder wordt er gesproken over het Kamerlid Lubbert Timmerman, dat vijftien jaar geleden homoseksualiteit een besmettelijke ziekte noemde. De parallel met oud-RPF-Kamerlid Leen van Dijke, oorspronkelijk een timmerman, is treffend. In De kalief van Amsterdam zijn talloze, soms redelijk impliciete verwijzingen naar het politieke toneel te vinden, die zorgen voor een feest van herkenning.

Herkenbaar is ook het satirische tweelingbroertje van Pauw & Witteman dat De Beaufort met Velo & Van Wijk heeft geschapen. Niet alleen de ‘gereformeerde grijze kop’ van Hans van Wijk, maar ook het aannemen van ‘zijn geliefde rol van digibete opa’ doet sterk denken aan het voorkomen van Witteman. Even geestig als de gelijkenis met Witteman is ook het beeld dat van de liberale politici geschetst wordt: ‘Mannen in oude corduroybroeken wier versleten zitvlak de flatulentie gevangenhield van decennia kouwe kak.’

De treffende typetjes die De Beaufort opvoert zijn vaak hilarisch, maar sommige dreigen door te slaan in het absurde. Een bewaker van Wendy bijvoorbeeld, Raymond, voldoet met zijn stierennek al aan het cliché van de spierbundel, en leest in zijn vrije tijd bovendien een hondenencyclopedie. En Omar, de barmhartige Marokkaan, lijkt geen zin uit te kunnen spreken zonder daar minstens drie keer het woord fok in te gebruiken. Deze personages verliezen zo hun geloofwaardigheid en de satire verliest daarmee haar bijtkracht.

Naast de overdaad aan stereotypes kent het verhaal een gebrek aan diepgang. Dit is terug te vinden in de doffe uitwerking van de verhoudingen tussen Wendy en Velo. Deze twee hoofdfiguren hebben meer overeenkomsten dan op het eerste oog het geval lijkt. Zo zijn ze beide afkomstig uit een ‘inwisselbare kakkerskolonie’ – zij uit Bloemendaal, hij uit Bilthoven – en kampen ze alle twee met plotseling opkomende dromen waarin een onverwerkt verleden vol problemen met hun ouders de boventoon voert. Mede door de parallelvertelling waarin De Beaufort zijn verhaal heeft gekneed – en waardoor met ieder hoofdstuk het perspectief naar een ander personage verschuift – ontstaat een oplopende spanning die op een keer tot een hoogtepunt zou moeten komen. Bijvoorbeeld in de laatste aflevering van Velo & Van Wijk waarin Velo zowel Wendy als Omar te gast heeft. Naast enkele scherpe, razendsnelle dialogen blijft deze confrontatie toch vooral vlak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *