Zaterdag, 17 oktober, 2009

Geschreven door: Hart, Kees 't
Artikel door: Meuffels, Carmen

De keizer en de astroloog

Historische fictie aan het hof van Doorn

Zowel Simon Vestdijk (1898-1971) als keizer Wilhelm II (1859-1941) leefde aan het begin van de negentiende eeuw in Doorn, maar tot een ontmoeting tussen beiden is het nooit gekomen. Totdat ’t Hart besloot zijn roman De keizer en de astroloog te schrijven, een indrukwekkend staaltje historische fictie waarin de net afgestudeerde arts Simon aan het hof van de keizer uitgenodigd wordt.

Kees ’t Hart (1944) heeft eerder verschillende genres beoefend; zijn totale oeuvre omvat zeventien werken waaronder romans, poëzie- en verhalenbundels en essays. Zijn werk werd meerdere keren genomineerd voor de Libris en de AKO-Literatuurprijs en bekroond met tal van andere onderscheidingen.

In De keizer en de astroloog combineert ’t Hart historische feiten met fantasie en creëert zo een roman vol menselijk drama, intriges, ontwikkelingen en liefde. Het verhaal begint met Simon die als psychiater in opleiding aan het hof komt. De reden voor zijn aanwezigheid daar blijft lange tijd onduidelijk. Simon, die onder meer omschreven wordt als ‘een hoekig jongmens’ en ‘een vrouwenjager zonder richting’, denkt aanvankelijk dat hij naar Doorn gehaald is om zijn professor in de psychiatrie, Godefroy, te assisteren als hulpastroloog. Maar al gauw blijkt dit niet het geval te zijn. Vergeefs probeert Simon te achterhalen wat er eigenlijk van hem wordt verwacht: wordt hij geacht een lezing te houden zoals Ilsemann, de adjudant van de keizer, zei? En waarover zou die lezing moeten gaan? Of is hij, zoals hij later denkt, deelgenoot in een complot om van de keizer af te komen door hem ziek te laten verklaren?

Het zijn vragen waar de toch al verwarde Simon geen antwoord op krijgt. Zijn voortdurende versprekingen in gebrekkig Duits, zijn vermogen om binnen tien minuten verliefd te worden op iedere vrouw die hij ontmoet, de ‘godjeswanen’ waaraan hij lijdt (momenten van inzicht waarin hij de hele wereld kan doorzien) en zijn verwoede pogingen om gedichten te schrijven; het zijn gebeurtenissen die stuk voor stuk succesvol door ’t Hart geïroniseerd worden.

TijdvoorTijdschriften

Ook Wilhelm II wordt weinig flatteus omschreven, als ‘een groot maar niet ongevaarlijk kind dat zich bij het knikkerspel niet snel bij verlies zou neerleggen’. Deze keizer, die bij zijn geboorte bekneld raakte en als gevold daarvan met een kreupel armpje moet leven, heeft als grootste hobby compulsief houtzagen, een vrijetijdsbesteding waar Simon tot zijn grote vreugde aan mag meedoen:

‘Het werd blijkbaar tijd voor een nieuwe zaagsessie, het was al lange tijd stil geweest in de zagerij. De keizer legde zijn hand voorzichtig op Simons arm, greep hem vast en geleidde hem naar de schragen met de forse boomstam.

“Wollen Sie mal mit mir sägen?”

Hij zei het terloops, het was de gewoonste zaak van de wereld, maar Simon begreep heel goed dat hij hiermee aan het hof tot het gezelschap van intimi was toegelaten. Wie met de keizer mocht zagen, kon op diens volste vertrouwen rekenen.’

De metaforen die ’t Hart gebruikt zijn zonder uitzondering beeldend en geestig. De keizer, die zijn kreupele armpje laat onderdompelen in het bloed van pas geslachte hazen in de hoop op genezing, wordt bijvoorbeeld vergeleken met een hulpeloos dier: ‘Hij gedroeg zich als een lam dat geofferd gaat worden en het nog prettig vindt ook.’

Maar De keizer en de astroloog is meer dan alleen een cynisch, ridiculiserend boek. ’t Hart heeft zich goed gedocumenteerd: hij bezocht de villa van de keizer in Doorn en las daarnaast biografische studies over Wilhelm II en Vestdijk, gedenkschriften van Sigmund von Ilsemann en studies over psychiatrie. De secundaire literatuur wordt door ’t Hart op verschillende manieren in zijn roman verwerkt: nu eens verwijst hij er letterlijk naar (en uit hij er in sommige gevallen zelfs kritiek op), en dan weer ontleent hij er alleen de terminologie aan. Dit verleent het verhaal een geloofwaardigheid die het tot en met de laatste bladzijde behoudt.

Behalve informatie over twintigste-eeuwse theorieën op het gebied van de medisch psychiatrische wetenschap en de astrologie bevat de roman ook talrijke verwijzingen naar het werk en leven van Vestdijk. Zo doet de passage waarin Simon terugblikt op zijn ‘wanhopige verliefdheid’ op een klasgenote die hij naar het station bracht de lezer onvermijdelijk denken aan Ina uit Vestdijks roman Terug tot Ina Damman (1934). Tussen de fictionele en de historische Simon zijn bovendien vele gelijkenissen: beiden hebben een zwak voor dienstmeisjes, beiden raken nu en dan in melancholische stemmingen en beiden besluiten zich uiteindelijk te wijden aan het schrijverschap.

In De keizer en de astroloog leven we mee met de fictieve Simon die zich staande probeert te houden door verbanden te ontdekken in een wereld waar alles even geloofwaardig als belachelijk is. Geloofwaardig en belachelijk, tragisch en humoristisch, mysterieus en triviaal, men ontkomt niet aan het gebruik van paradoxen om de veelzijdigheid van de nieuwe roman van ’t Hart te typeren.


Eerder verschenen op Recensieweb