Dinsdag, 7 september, 2021

Geschreven door: Mizee, Nicolien
Recensie door: Dabrowski, Alek

De kennismaking

Ongekuiste blik in de denkwereld van de schrijver

[Recensie] Sommige schrijvers waardeer je omdat zij goed een verhaal kunnen vertellen, anderen vanwege de stijl of de merkwaardige onderwerpkeuze of omdat zij boeiend personages van binnenuit kunnen beschrijven. Een ander slag schrijvers blijf ik lezen omdat de persoon fascinerend is. Werk en persoon vallen samen of vullen elkaar aan. Ik wil dan alles van zo iemand lezen en weten en doe mijn best een oeuvre compleet te krijgen. Voorbeelden van dergelijke schrijvers in het Nederlands taalgebied zijn voor mij onder vele anderen: W.F. Hermans, Simon Vestwijk, Rascha Peper, Esther Gerritsen en LH. Wiener. Dan is er nog een ander slag schrijvers, waarbij je het idee hebt dan je mee kunt kijken in hun hersenpan. Je denkt ze te begrijpen en zou zo een boek kunnen binnenstappen om mee te praten en mee te denken. Je voelt sterke verwantschap. Dit zijn voor mij schrijvers als Maarten ’t Hart, J.J. Voskuil, Frida Vogels en A.L. Snijders. Een voorwaarde voor deze verwantschap is misschien dat je met dergelijke schrijvers nooit in het echte leven een gesprek hebt gevoerd. Een andere voorwaarde om deze eenzijdige verwantschap aan te gaan is dat een schrijver een flink aantal boeken moet hebben geschreven. Om mij met hem of haar te kunnen vereenzelvigen is volume nodig. 

Waarom deze lange inleiding? Van Nicolien Mizee beluisterde ik twee jaar terug de roman Moord de Moestuin. Ik vond het een oubollig, voorspelbaar en nikserig boek. Misschien lag dat ook aan de bekakte voorleesstem. Mijn voornemen was om nooit meer iets van Mizee te lezen. Gelukkig heb ik mij niet aan dit voornemen gehouden, want na het lezen van zo’n honderd pagina’s in De kennismaking was ik verkocht. Dit is een schrijver die mij een ongekuiste blik in haar denkwereld schenkt en waarmee ik mij bijzonder snel kan vereenzelvigen.

De kennismaking is het eerste deel van een autobiografische serie met de ondertitel Faxen aan Ger. Nicolien Mizee is geboren in 1965. Zij volgde in 1994 een aantal schrijflessen bij scenarioschrijver Ger Beukenkamp en raakte aan de man verslingerd. Zij begon hem faxen te sturen, maar hij reageerde nooit. Later besloot zij deze faxen te bundelen. Dit eerste deel is uit 2017 en bevat de periode augustus 1994 – juli 1997. 

Het deert haar niet dat Ger nooit per fax of brief reageert. Wel zien zij elkaar in levenden lijve en Ger belt haar soms. Zij ziet in hem iemand die haar misschien kan begrijpen en probeert eindeloos zijn aandacht te krijgen. Zo is er een eenzijdig correspondentie ontstaan waarin zij zichzelf helemaal blootgeeft. Zij vertelt over haar worsteling met de wereld en de mensen om haar heen en doet dit op een uiterst humoristische manier. Zij heeft geen regulier werk en is in feite ongeschikt om te werken. Op de middelbare school stopte zij met meedoen in het derde jaar. Later kon zij in het volwassenonderwijs haar school afronden en sloeg zelfs een jaar over. Al jong liep zij tegen mensen aan die, zoals haar onderwijzers, boos op haar en haar ‘grillen’ reageerden. Waarom moesten er voor haar uitzondering worden gemaakt? Waarom kon zij niet gewoon meedoen? Zelf begreep zij niet waarom anderen boos werden omdat dingen bij haar anders werkten. In de faxen analyseert zij niet alleen haar huidige gedrag en de omgang met mensen om haar heen, maar vertelt zij ook over haar jeugd en probeert zij te achterhalen wat er precies gebeurde, waarom zij niet in deze wereld past. 

Trouw

Nicolien leeft van een uitkering en verdient bij als model. Ook krijgt zij regelmatig opdrachten voor het schrijven van scenario’s. Dit gaat soms helemaal mis. Als zij iemand niet vertrouwt of als iemand verkeerd reageert komt het niet meer goed. Zij is niet geneigd iets aan te nemen van zo iemand en weigert iets te veranderen in een scenario. De communicatie met opdrachtgevers verloopt altijd moeizaam. Het onbegrip is vaak wederzijds. Meer op haar gemak voelt zij zich tijdens met poseren. Hoewel de dingen eromheen, mensen die verwachtingen van haar hebben of haar voor iets vragen, drijven haar soms ook tot gekte. Zij vervalt een tijd in een diepe depressie, die onderhuids altijd al aanwezig was. Met name heeft dit te maken met verwikkelingen met de sociale dienst en allerlei instanties die haar willen keuren om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Uiteindelijk wordt zij afgekeurd.

Haar stijl en manier van denken kan ik het beste illustreren aan de hand van een aantal citaten.

“Nu lijk ik wel verstoken van elk gevoel. De wereld is volkomen egaal en de mensen en gebeurtenissen vallen in twee categorieën: ‘geeft spanning’ en ‘geeft geen spanning’.” 

“Ikzelf ben er inmiddels van overtuigd geraakt dat het enig heil te vinden is in volmaakte subjectiviteit. Wat als voordeel heeft dat je altijd gelijk hebt. Ik ook; ik heb altijd gelijk. Het heeft even geduurd voordat ik erachter was, maar nu geniet ik er met volle teugen van.”

“Ik doe geweldig mijn best voor de mensheid; ik begrijp niet waarom niet iedereen briefjes van duizend in mijn brievenbus stopt.”

“Liefde is het enige wat ons in leven houdt, en we zouden wel gek zijn om het die enkele keer dat dat op ons pad komt te vergallen door het langs de meetlat der conventies te leggen en onze kop te breken over gelijkwaardigheid en dergelijke saaie zaken, die me uiteindelijk niet eens interesseren óók.”

Nadat zij een depressie langzaam te boven is gekomen, mede met de hulp van medicijnen is zij nog wat wankel en bang om terug te vallen. Daarom doet zij wat rustiger aan en slaat uitnodigingen voor sociale uitjes het liefst af. “En daarbij, Koninginnedag in Haarlem zou de meest geharde levensgenieter nog naar de fles grijpen. Ik hou van de kermis, maar waarom lopen er zoveel mismaakte mensen rond? Waar zitten die de rest van het jaar? In holen?”

De definitieve afkeuring geeft haar rust, maar ze voelt ook een leegte. “Mijn leven lang ben ik bezig geweest een houding te bepalen ten aanzien van al die eisen waar ik niet aan kon voldoen. Nu dat wegvalt, sta ik ineens een beetje met lege handen.” Haar manier van denken is anders dan bij andere mensen. Als kind en ook later kon zij bijvoorbeeld niet begrijpen dat een spoorboekje echt werkt. Zij dacht dat mensen gewoon wisten dat er een trein reed op een bepaald tijdstip. Het spoorboekje is een soort afleidingsmanoeuvre. De werkelijke kennis werd niet met haar gedeeld. Door stom toeval haalde zij dan de trein. Instructies komen niet bij haar binnen. Op dansles bij het C.O.C. gebeurt hetzelfde. Wanneer de dansleraar uitlegt hoe de passen gaan is zij afwezig. Wanneer hij het voordoet kan zij het gewoon nadoen. Zo ook met het schrijven van scenario’s. Zij moet zich voornemen dat zij iemand speelt die scenario’s schrijft, dan werkt het. 

Dit klink misschien wat zwaar, maar Nicolien Mizee schrijft bijzonder goed. Zij verwoordt haar belevenissen en gedachten op zo’n inzichtelijke en grappige manier dat ik helemaal in haar denkwereld kan meegaan. De dwangneuroses en het Messiascomplex waar ze aan leed volg ik wat minder, maar haar manier om bij alles waarmee zij in aanraking komt een verhaal te verzinnen herken ik des te meer. Vaak heeft zij al voorzien hoe iemand ergens op reageert omdat zij alle scenario’s in haar hoofd heeft doorlopen. Fascinerend om te lezen. Uiteraard ben ik al begonnen in De porceleinkast, deel twee van de Faxen aan Ger. Ik hoop de komende jaren nog veel van Nicolien Mizee te mogen lezen.

Eerder verschenen op Uitgelezen Boeken