Vrijdag, 21 februari, 2020

Geschreven door: ,
Gemeren, Rémon van
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

De kleine Couperus

Schrijven tegen de weemoed

[Recensie] Docent en Biograaf Rémon van Gemeren bracht een klein gedenkboek uit over zijn literaire held Louis Couperus (1863-1923): De kleine Couperus, Levenskunst volgens de excentrieke schrijver. Van Gemeren had blijkbaar nog wat restmateriaal liggen na het schrijven van zijn ‘grote’ biografie over Couperus uit 2016. In De Kleine Couperus, 86 pagina’s, formaat boekenweekgeschenk, reist Van Gemeren Couperus na en bezoekt hij twaalf steden die Couperus ook bezocht of waar de schrijver een tijdlang woonde. Over elke van deze steden vertelt Van Gemeren aan welke boeken Couperus er werkte en wat Couperus aan de stad waardeerde of er niet aan waardeerde. Nice was een van de favoriete steden van de schrijver van Eline Vere en Van oude menschen, de dingen die voorbij gaan. “De eerste keer dat ik hier kwam, was het weer iedere dag van een paradijselijke zaligheid en zei ik tot wie mij vergezelde: ik wil hier wonen […]” Couperus roemde het weer, maar “Nice had meer te bieden dan een aangenaam klimaat,’ stelt Van Gemeren. “Het was een mondaine, levendige stad en men sprak er Frans,” en er was altijd wat te doen. Couperus hield wel van een beetje drukte, weliswaar op afstand, hij had smetvrees, maar een stad moest leven. Met Den Haag had hij dan ook meer moeite. “Couperus hield van vertier, levendigheid, grandeur, en daar was in Den Haag, voor hem, veel te weinig van.” Parijs was in de tijd van Couperus te vies voor zijn smaak.

De kleine Couperus is meer dan een reisverslag over de door Couperus bezochte steden. Tussen de stadsbeschrijvingen door schets Van Gemeren een boeiend beeld van Couperus als mens en schrijver. En vooral dit geeft mooie inkijkjes in de beweegredenen van de schrijver en diens schrijverschap. Volgens Van Gemeren was Couperus in alles een levenskunstenaar, iemand die een leven in de kunsten combineerde met goede smaak en een leven op niveau. “Minder bekend is dat Couperus ook oog had voor mooie dingen: beeldhouwkunst, knappe mannen en vrouwen, eten en drinken, oude steden, ruïnes, landschappen. Hij waardeerde liefde, vriendschap, het contact met vreemden.” Dit zocht hij op tijdens zijn reizen en verblijf in het buitenland. Toch wordt Couperus volgens Van Gemeren altijd geassocieerd met het noodlot. Zijn werk zit er vol mee. “Zijn helden gaan reddeloos ten onder,” schrijft Van Gemeren. En somberte en neerslachtigheid waren Couperus niet bepaald vreemd, zeker als het succes uitbleef. Het duurde lang voordat de schrijver grip kreeg op het leven en op zijn schrijverschap. Maar niet het noodlot is de essentie van zijn schrijverschap, dat is eerder weemoed schrijft Van Gemeren. “Voor mij is Couperus onlosmakelijk verbonden met weemoed. Hij was vatbaar voor alles wat vergaat, zal vergaan of nooit gebloeid heeft. Niets greep hem meer aan dan vergankelijkheid, het verval van het mooie, sterke en zuivere. Schrijven was voor hem, neem ik aan, de enige manier om hiermee om te gaan.”

De Kleine Couperus is een prachtige ode aan het grote schrijverschap van Couperus. Zeer de moeite waard.

Boekenkrant

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles