Vrijdag, 17 december, 2021

Geschreven door: Hugo, Victor
Recensie door: Quis leget haec?

De klokkenluider van de Notre-Dame

De klokkenluider Quasimodo

[Recensie] De titels van veel werken of boeken zitten goed in het collectieve geheugen, maar dat wil niet zeggen dat de originelen dan ook even bekend zijn. De werken van Victor Hugo ‘lijden’ hier ook onder. Les Misérables is uiterst bekend door de musical, maar ik ben benieuwd hoeveel bezoekers het uitgebreide originele werk kennen. De klokkenluider van de Notre-Dame is bekend door een Disneyfilm (één van de weinigen die ik overigens niet met mijn dochter heb bekeken), maar laten wij vooral het origineel niet vergeten. Dat was ik wel, tot ik mij een beetje tegen de Franse literatuur ging aanbemoeien.

Volgens de overlevering kreeg Victor Hugo inspiratie voor de roman toen hij werd rondgeleid door de Notre-Dame. In één van de klokkentorens ontdekte hij het Griekse woord ANAΓKH, geschreven in een muur. Dat betekent ‘noodlot’ en hij verzon er een verhaal omheen over een gebochelde klokkenluider.

We zitten in Parijs in het jaar 1482 en er wordt een mysteriespel opgevoerd ter gelegenheid van Driekoningen. Dat spel, geschreven door Pierre Gringoire, wordt onderbroken door een Narrenfeest, waarbij de persoon met de gekste grimas wordt verkozen tot Narrenkoning. Quasimodo, de aartslelijke klokkenluider van de Notre-Dame, wint. Tot ieders verbazing is zijn grimas zijn vaste gelaatsuitdrukking.

Het mysteriespel heeft al helemaal geen kans meer als er een zigeunermeisje komt optreden. Het is Esmeralda, die met haar geitje Djali de menigte weet te vermaken.

TijdvoorTijdschriften

Nu zag Parijs er in de Middeleeuwen behoorlijk anders uit dan nu en Hugo neemt de tijd om de stad te beschrijven. Dat is meteen één van de meest aantrekkelijke kanten van dit boek. Het zorgt ervoor dat je je prima kan verplaatsen in een heel andere wereld. Zo zijn er aparte hoofdstukken gewijd aan de Place de Grève, aan de Notre-Dame zelf en aan het uitzicht over Parijs vanaf de kathedraal;

“Hiervoor hebben wij getracht die bewonderenswaardige kerk, de Notre-Dame van Parijs, voor de lezer te laten herrijzen. In het kort hebben wij een aantal van de rijkdommen beschreven die in de vijftiende eeuw nog aanwezig waren en tegenwoordig ontbreken. Maar de belangrijkste zijn wij vergeten: het uitzicht over Parijs waarvan men toen vanaf de torens kon genieten.”

Dit zegt meteen iets over de schrijstijl van Hugo, die leest erg prettig en er zit nog een hoop humor in ook, daar kom ik op terug.

Gringoire gaat zwerven na zijn mislukte mysteriespel en komt terecht op de Cour des Miracles, waar hij zich aansluit bij de vagebonden van Parijs. Hij wordt overigens door Esmeralda van de strop gered omdat het geboefte andere plannen met hem had. Esmeralda trouwt met hem, maar is in de ban van kapitein Phoebus, die haar heeft gered van een ontvoering door nota bene Quasimodo en zijn pleegvader, de aartsdiaken van de Notre Dame, Claude Frollo. De reden voor die ontvoering wordt vanzelf duidelijk.

Ik hoef niet alle verwikkelingen te vertellen, maar Esmeralda en Quasimodo hebben meer met elkaar te maken dan ze zelf denken. Esmeralda komt in een lastig parket als zij wordt beschuldigd van moord, maar Quasimodo redt haar en geeft haar onderdak in de kathedraal. In die tijd gold dat als asiel, ze was daar veilig voor de arm der wet.

Uiteindelijk wordt ze toch opgejaagd en hoe dat afloopt, leest u het vooral zelf. Nog even over de schrijfstijl van Hugo. Hij zorgt ervoor dat je veel mee krijgt van de sfeer. Van de stad, van de kathedraal maar vooral van de tijd waarin het speelde. Ook gebruikt hij de nodige humor, zoals in het hilarische tafereel waarin een dove rechter de eveneens dove Quasimodo moet verhoren;

“‘Je naam?’
Dit nu, dat een dove een dove moest verhoren, was een geval waarin niet werd ‘voorzien bij de wet’.
Quasimodo, zich onbewust van de tot hem gerichte vraag, bleef de rechter strak aankijken en antwoordde niet. De dove rechter, zich onbewust van de doofheid van de beklaagde, meende dat hij had geantwoord zoals alle aangeklaagden gewoonlijk deden en ging met zijn mechanische en stompzinnige zelfverzekerdheid voort…”

Soms zit de humor in een zin, als aan koning Lodwijk XI voorgesteld wordt om Gringoire weer eens tot de strop te veroordelen:

“‘Och,’ antwoordde de koning achteloos, ‘ik zie daar geen bezwaar in.’
‘Ik een heleboel!’ zei Gringoire.”

Humor dus in wat verder best een hoogromantisch verhaal is in een schilderachtig decor. De voorspelbaarheid is groot, je ziet de ontknoping van ver aankomen, maar laat dit alles u niet weerhouden om het te gaan lezen. Een portie onvoorwaardelijke trouw, verraad, geweld, ontroering en uitgesproken domheid zijn de ingrediënten voor een prachtig verhaal. De enorme populariteit van het boek heeft ook een impuls gegeven aan de restauratie van de Notre-Dame door de architect Viollet-le-Duc, zo leerde mij het boek van Bart van Loo.

Eerder verschenen op Quis leget haec?