Vrijdag, 15 mei, 2020

Geschreven door: Vestdijk, Simon
Recensie door: Lierop, Tea van

De koperen tuin

Muzikale lofzang op de liefde

[Recensie] Deze prachtige, zeer bekende roman van Simon Vestdijk, is niet voor niets een veel gelezen boek. Van het begin tot het eind wordt de aandacht van de lezer vastgehouden, wat kan Vestdijk dat goed! Je leeft mee met de jonge Nol, die als kind danst met meisje Trix in een sprookjesachtige tuin vol muziek, groen en lekkers. Hier wordt de kiem gelegd voor zijn ontwikkeling die in het teken zal staan van die ene gebeurtenis! De titel verwijst dan ook naar deze dag, de dag waarop zijn moeder hem meeneemt naar de Tuin. Zo mooi hoe het tafereel beschreven wordt door de ogen van een kleine jongen in een matrozenpakje.

“Van de plaats waar ik stond liet zich de muziektent overzien tot in zijn diepste binnenste: de ernstige blazers, de rode nekken waardoor de muziek naar buiten werd geperst, het koper en de Turkse trom, de door beteuterde ventjes bediende fluiten en klarinetten, en dit alles aangevoerd, aangevuurd, tot bezetenheid opgezweept door de energieke gebaren van de man in de geklede jas. Hij stond, wipte en zwenkte op een omgekeerde kist, gedrapeerd met een dofgroen kleed.”

Trix is de dochter van Henri Cuperus, zij zijn pas in W. (de plaatsnaam wordt niet genoemd), komen wonen. Deze Cuperus is een bevlogen dirigent en houdt wel van een glaasje. Die drank gaat hem nog parten spelen, destructie ligt op de loer. Niet alleen hijzelf maar ook zijn directe omgeving raakt uit balans. Dit gegeven – Trix met haar muzikaal begaafde vader en de jeugdherinnering van Nol – vormt met de liefde het centrale thema in het boek. Dat daarbij de muziek onlosmakelijk verbonden is met dit thema maakt het een mooie compositie. Liefde en muziek gaan prima samen.
Dat hierbij en passant flink wat drama toegevoegd wordt maakt deze ontwikkelingsroman levensecht en worden karakters behoorlijk uitgediept. Want behalve muziek en liefde is er nog een belangrijk thema, de klassenverschillen.
Nol Rieske komt uit een totaal ander milieu dan Trix. Zijn vader is rechter en heeft een bevoorrechte positie. Het gezin Cuperus daarentegen kampt met geldgebrek, een zieke echtgenote en dan dat drankmisbruik natuurlijk. Dit verschil zorgt voor spanningen tussen Trix en Nol, het loopt allemaal niet op rolletjes hoewel er wel aantrekkingskracht is. De situatie doet een beetje denken aan het romanpersonage Ina Damman van dezelfde auteur, waarin Anton ook zo hopeloos verliefd is en de lezer helemaal mee lijdt met het hoofdpersonage. Wat een drama, een jongeman die zich zo verliest in een onbereikbaar meisje, wel heel mooi voor het verhaal en zeker met de muziek erbij. Wat kan er nu beter gebruikt worden ter illustratie van gevoel?
Over drama gesproken, een passage waar al het drama bij elkaar komt is de spectaculaire opvoering van de opera Carmen, met Trix als Frasquita. De hectiek en rivaliteit tijdens de voorbereidingen en rolverdeling zorgen op zich al voor theater en tijdens de uitvoering wordt daar nog eens een flinke schep bovenop gedaan. Het is duidelijk dat Vestdijk zeer beeldend schrijft, let ook op de beschrijvingen van personages, zo mooi, karakteristiek en met humor!
“Uiteraard kon ik mij niet verzetten: dat had zĂ­j moeten doen. Met een schamper glimlachje vatte zij de handen van de gezette zakenman, wiens scherpe, zwaar omwalde oogjes over haar gestalte gleden. Hij was klefbleek; Chris en ik plachten tegen elkaar te zeggen, dat hij nog altijd aan het rijzen was. Alleen zijn platte neus, jongensachtig innemend, wijzigde iets aan het grove en zinnelijke van zijn gezicht. Dank zij een pastoraal gevormd voorhoofd zag hij er zonder pet veel vertrouwenwekkender uit.”
Cuperus komt pianoles geven aan de jonge Nol, maar komt niet alleen voor Nol. Er volgt een schandaal wanneer de dirigent arriveert met een mooie bos bloemen voor de moeder van Nol. Ook hier weer de liefde en de muziek.
Er wordt veel gesproken over muziek in deze roman, over componisten:
“Zijn (Cuperus, tvl) eigenlijke lieveling, niet als mens, maar als componist, was Wagner. Maar hier kwam hij niet rond voor uit, – in W… gold Wagner nog voor een schetterend nieuwlichter, toen sommige voorlijke geesten de jonge Richard Strauss reeds zeiden te bewonderen, – en het heeft maanden geduurd voor hij zijn ironische glimlach aflegde bij het doorspelen van klavieruittreksels, dat de suggestie moest wekken van orkestmuziek. Hij zong er zelf bij, alle stemmen, vertelde onderwijl over de chromatische liefdesextase van de Tristan, de patricische klankenzee, de contrapuntiek en de none-akkoorden van de Meistersinger, de Leitmotive van de Ring, en nog een en ander over de toneel handeling ook.”
En dan zijn er bijzonder mooie passages waarin Nol probeert Trix voor zich te winnen, de strijd die hij met zichzelf en met haar voert. Beschouwen, reflecteren, strategie bepalen zijn een paar wapens die Nol aanwendt om zichzelf te rechtvaardigen en zijn hart te volgen. Bijzonder pijnlijk zijn de roddels die de ronde doen over Trix. Wanneer die praatjes hem bereiken via zijn moeder, breekt er iets in hem en aan haar sterfbed krijgt hij het er erg moeilijk mee. Hoe ongevoelig kunnen sommige opmerkingen gemaakt worden en daarmee iemand diep kwetsen.
Maar dit schijnt allemaal bij het leven te horen en Vestdijk weet dit prachtig te verwoorden in dit verhaal, het is totaal niet moeilijk je te identificeren met het hoofdpersonage. In een schitterend decor van begin 1900 met een licht gedateerd, maar daardoor uiterst charmant taalgebruik, is dit boek nog lang niet uitgelezen, het kan nog vele jaren mee en mag de titel klassieker met grote trots dragen. Hulde aan de schrijver!
Eerder verschenen op Met de Neus in de Boeken