Donderdag, 20 februari, 2020

Geschreven door: Beltman, Josien
Gaude, Alexander
Artikel door: Stoel, Jan

Beauty is a line

De kracht en schoonheid van de lijn

Herinnert u zich nog de serie humoristische tekenfilms La Linea (De Lijn)? Deze serie, getekend door de Italiaanse tekenaar Osvaldo Cavandoli werd in de jaren zeventig en tachtig in Nederland uitgezonden. Alles in die filmpjes bestaat uit een lijn: het figuurtje en alles wat hij meemaakte. De filmpjes toonden hoe sterk een enkele lijn kan zijn.

[Recensie] Het Kunstmuseum Pablo Picasso te Münster en het Rijksmuseum Twenthe (de musea liggen zo’n zestig kilometer van elkaar verwijderd)  hebben van 1 februari tot en met 24 mei 2020 een dubbeltentoonstelling gewijd aan de lijn in de moderne kunst. Men toont werk uit de 20e en de 21e eeuw. Lijnen verdelen, overbruggen, versnijden en verbinden. Lijnen geven betekenis aan een vorm, een lijn kan zo krachtig zijn dat met een simpele pennenstreek een herkenbaar portret op papier kan worden gezet.

Aan de hand van werken van onder meer Picasso en Matisse (in Enschede zijn veertig werken op papier van Picasso en Matisse te zien), maar ook van Toorop, Krichner, Van Heemskerck, Sluijters, Ouborg, Sol LeWitt, Judd en Van der Leck, ‘viert’ men als het ware de lijn. Bij de dubbeltentoonstelling Beauty is a line hoort een schitterend boek dat aandacht besteed aan allerlei aspecten van ‘de lijn’.

De fotografie kwam aan het eind van de 19e begin van de 20e eeuw sterk op. Daardoor moesten kunstenaars niet langer de werkelijkheid weergeven, maar konden ze hun verbeelding aan het werk zetten, vrijer worden of zoals Odding het in de inleiding noemt ‘aan de binnenkant van hun hoofd kijken.’ Picasso en Matisse waren sleutelfiguren.

Archeologie Magazine

Pablo Picasso maakte in 1945 een prachtige serie van elf litho’s met als onderwerp de stier. Hij brengt in die litho’s stap voor stap in beeld hoe hij vanuit een realistische afbeelding van een stier komt tot een contourlijn. Het laat de kracht en de schoonheid van de lijn zien. Die contourlijn geeft de essentie van de stier weer. Picasso zei ooit dat een vorm altijd refereert aan de werkelijkheid. Arnoud Odding schrijft in zijn bijdrage in het boek dat kunstenaars in de moderne kunst steeds meer de waarneembare realiteit vervangen door een gevoelde of bedachte realiteit. “De lijn biedt een visuele leidraad om ideeën te verbeelden: hij zoekt, beschrijft, suggereert en definieert.” Hij noemt Matisse de grootmeester van de lijn.

Markus Müller heeft een artikel bijgedragen met als titel ‘De club van de hash-eters of de schoonheid is een lijn.’ Het gaat om een bijeenkomst van Le Club des Hachichins die halverwege de 19e eeuw daadwerkelijk bij elkaar kwam en waarin geëxperimenteerd werd met geestverruimende middelen. Leden waren onder meer Victor Hugo, Alexandre Dumas, Théophile Gautier, Charles Baudelaire, Honoré de Balzac. Zij spraken ook over de schoonheid van de lijn in dit sfeervolle fictieve verhaal.   

Diverse auteurs zoomen in op de verschillende soorten lijnen: decoratieve lijnen, expressieve lijnen, contourlijnen, spontane en tot slot constructieve lijnen. De lezer krijgt inzicht in de verschillen, maakt kennis met kunstenaars, hun manier van denken en werken en hun ontwikkeling. Thijs de Raedt noemt het moment dat Matisse op zijn zeventigste levensjaar de schaar gaat gebruiken in plaats van het penseel een markant moment. Matisse kan dan niet meer schilderen en knipt uit beschilderde vellen papier spontane vormen, figuren, bladeren, bloemen die hij herschikt tot een compositie: zijn papiers découpés worden beschouwd aks de meest iconische en originele kunstwerken van de 20e eeuw. Kunst is voor Matisse sierlijke expressie, het op decoratieve wijze uitdrukking geven aan zijn gevoel en emotie. Dat decoratieve van de lijnen zie je ook bij andere kunstenaars terug. Het meest bekend is wel de zogenaamde ‘slaoliestijl’ van Jan Toorop , bijvoorbeeld in het ontwerp voor het affiche voor de Delftsche slaolie. De Jugendstil en Art Nouveau zijn de stromingen waarin die decoratieve lijnen zwieren.

De expressieve lijnen worden uitgelegd aan de hand van ‘Opkomende bui’ van Jan Sluijters, waarbij de lijnvoering het hele schilderij, inclusief de boerderij waar de wind omheen waait, doet bewegen. Het gevoel van dreiging is onmiskenbaar. Daartegenover staat een werk van Kirchner waar hij de energie van een danseres in wervelende lijnen vastlegt.

Paul Knolle beschouwt het gebruik van contourlijnen. Die lijnen gaven het kunstwerk structuur en de kleuren werden als decoratie toegevoegd. Hij betrekt hierin de ‘line of beauty’, een spiralende lijn (bedacht door William Hogarth in 1753) die altijd in een kunstwerk aanwezig moest zijn om het schoonheid te geven. Picasso en Matisse gaan met lijnen en contouren steeds vrijer om. De lijnen zelf werden het kunstwerk. In het boek staan daar prachtige voorbeelden van, portretten in één lijn getekend, die de essentie van de geportretteerde weergeven.

Via de spontane lijnen, denk aan de krachtige dripping schilderijen van Pollock (een onontwarbare wirwar van lijnen) en de subtiele beeldtaal van Cy Twombly, die in 1967 met zijn blackboards komt (schijnbaar met bordkrijt in grote krullen beschreven schilderijen; het lijkt wel op schrijfmotorische oefeningen) wordt de ontwikkeling afgesloten met de constructieve lijnen van onder meer de minimal art met zijn herhalende structuren, zoals de Cubes van Sol Le Witt en de enkele lijnen van Dan Flavin. Ook de lijnen toegepast in het driedimensionale komen aan bod, zoals het beeldhouwwerk van Carel Visser.

Beauty is a line  is een rijk boek, benadert de kunst eens vanuit een ander perspectief. Vormgever Harald Slaterus weet steeds weer een ontwerp te maken dat inspireert en subtiel met lijnen speelt: de namen van Picasso en Matisse staan verticaal op iedere linker- of rechterpagina van het boek en in roze staat klein op iedere bladzijde ‘beauty is a line.’ Inhoud, vormgeving, afbeelding maken het boek tot een beauty.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles