Dinsdag, 16 maart, 2021

Geschreven door: Rijneveld, Marieke Lucas
Artikel door: Wierper, Annette

Mijn lieve gunsteling

De leugen als een loszittende gordijnroede klapperend in de wind

De macht van de metaforen in De avond is ongemak en Mijn lieve gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld.

[Essay] Het blijft steeds weer opnieuw verbazen hoe een idee of een formulering van een filosoof, in het verre verleden uitgesproken, in het heden de dingen op zijn plaats doet vallen. Zo vind ik in Aristoteles’ Over poëzie antwoord op de vraag wat de relevantie is van het gebruik van metaforen in een tekst. Hoewel Over poëzie vooral gaat over de structuur van de tragedie concentreert Aristoteles zich hierin op de ‘middelen’ die de kunstenaar hanteert om zijn boodschap ‘uit te beelden.’ Metaforen zijn zulke middelen. “Metaforisch taalgebruik is een teken van talent, want dat valt niet te leren,” zegt Aristoteles. “Het bedenken van goede metaforen komt neer op het ontdekken van gelijkenissen.” Van woordgebruik dat tegen het alledaagse ingaat, is de metafoor het ‘allermooist,‘ zegt Aristoteles. Het is over het bijzondere woordgebruik in het werk van Marieke Lucas Rijneveld dat deze bespreking gaat. Geen literaire kritiek, maar een beschouwing vanuit bewondering voor een groot talent.

Onalledaags

Het minste wat je kunt zeggen van De avond is ongemak is dat het een bijzonder boek is, qua thematiek maar ook qua retoriek. Het rekent definitief af met het antieke idee dat een roman voor de eeuwigheid is en zijn lezers moet behagen. De handeling – gelovig boerengezin implodeert na de dood van de oudste zoon – en het onalledaagse taalgebruik daagt de lezer uit het oneens te zijn met de schrijver. Het prikkelt hem om er iets van te vinden, om zich te ergeren zelfs. Wat wil de schrijver? Wil Rijneveld mij afleiden van het ademstokkende coming of age-verhaal of wil zij mij met voorrang wijzen op de vorm, de vindingrijkheid van haar woordgebruik? Misschien is het wel allebei. Door de dingen die werkelijk bestaan te beschrijven door middel van het leggen van onmogelijke verbindingen, creëert de schrijver een ongewoon en volstrekt eigen stijl en schept een creatieve flow die de lezer bij de strot grijpt en meesleurt in een verhaal dat hij achteraf bezien misschien liever niet eens had willen lezen.

Trouw

Urgentie

Haar tweede roman, Mijn lieve gunsteling, heeft dezelfde haast en urgentie en laat de lezer niet makkelijk los. Hier geen overdaad aan – soms – vergezochte vergelijkingen die de cadans van de stream of consciousness verstoren maar met mate gedoseerde metaforen in een adembenemend gruwelijk verhaal waar de leugen als “een loszittende gordijnroede klapperend in de wind hangt.” De 49-jarige veearts die we al tegenkwamen in Rijnevelds debuut is gekmakend verliefd op zijn ‘lieve gunsteling’, een veertienjarig boerenmeisje waarop hij zijn abjecte neurotische en seksuele fantasieën projecteert en uitprobeert. Het meisje lijkt de iets oudere versie van de ‘Jas’ uit De avond is ongemak en deelt met haar de fascinatie voor Hitler en Freud waarmee zij lange gesprekken voert. Daarnaast meent zij te kunnen vliegen – met alle desastreuze gevolgen van dien – en persoonlijk 9/11 te hebben veroorzaakt. Het zijn alle aspecten van haar bizarre gedrag enerzijds dat anderzijds weer wel strookt met de ‘normale’ seksuele nieuwsgierigheid en dweperigheid met popsterren en films van haar generatie. Door de nadrukkelijkheid waarmee Rijneveld de tekst doorspekt met tijdsgebonden culturele elementen zoals filmtitels, literatuur, artiesten, muziekteksten krijgt Mijn lieve gunsteling iets gekunstelds dat – opnieuw – een beetje irriteert. Het belang hiervan wordt niet echt duidelijk; het accentueert eerder het grote leeftijdsverschil tussen de personages dan dat het hen verbindt. Die ongelijkheid is overigens levensgroot; de verteller spreekt zijn gunsteling toe in de tweede persoon in een lange, meelijwekkende litanie waarin hij probeert de rekening voor zijn aberraties aan zijn moeder te presenteren. Hierdoor positioneert hij zich per definitie als een onbetrouwbare verteller die de lezer “de berging van de twijfels uit sust” terwijl hij zijn prooi, de lieve gunsteling, “als een kalf in stuitligging” in de houdgreep van zijn verziekte verlangens houdt.

Aristoteles liet me inzien dat Rijnevelds talent onweerlegbaar en onontkoombaar is. Maar tegelijkertijd hoop je – ondanks de disclaimer aan het eind van het boek – dat wat ze schrijft pure fictie is, omdat het zo onaards schrijnend en wreed is en omdat je er niet aan wil dat de werkelijkheid zo gitzwart, leugenachtig, beschamend en angstaanjagend kan zijn.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles