Zondag, 17 januari, 2021

Geschreven door: Jong, Stephan de
Artikel door: Veen, Evert van der

De lezende analfabeet

Wonderverhalen

Het volksgebruik dat er bij de komst van Sint Nicolaas pepernoten worden gestrooid, heeft een oud wonderverhaal als oorsprong.

[Recensie] In Myra woonde een koopman met drie dochters. Die hadden allemaal wel met een goede man willen trouwen maar hun vader had daar geen geld voor. Hij kwam op de slechte gedachte om zijn jongste dochter op de slavenmarkt te verkopen en met de opbrengst de twee oudste dochters uit te huwelijken.

Dat kwam de bisschop van Myra ter ore. Hij ging naar zijn vrienden om geld in te zamelen en ā€˜s avonds had hij een hele zak vol. Hij sloop stiekem naar de tuin achter het huis van de koopman en gooide de zak door het open raam in de kamer van de meisjes. De koopman dankte de hemel voor dat geschenk.

Zo zijn er rond Nicolaas van Myra vele legendarische wonderverhalen ontstaan. Ze zullen een kern van waarheid in zich hebben omdat Nicolaas bekend stond om zijn grote menslievenheid en altijd bereid was om mensen in nood te helpen. De verhalen zijn een eigen leven gaan leiden en mooier gemaakt dan de oorspronkelijke werkelijkheid. Ze dienden om de naam en faam van de heilige door te vertellen. De vraag naar de historische werkelijkheid is daarbij niet zo belangrijk; het wonderverhaal dient om de betekenis van de heilige duidelijk te maken. Franciscus van Assisi is bekend vanwege zijn liefde voor dieren en respect voor de schepping. Van hem wordt verteld dat hij preekte voor de vogels. Martinus gaf zijn mantel weg aan een bedelaar en George (St. Joris) redt de koningsdochter door de draak die elke dag een kinderoffer eist, te verslaan.

Boekenkrant

Zo zijn er rond onnoemelijk veel heiligen allerlei legenden ontstaan die in de kern een historische oorsprong zullen hebben maar die niet meer valt te achterhalen. Veel van die verhalen kennen we vandaag niet meer en daarom is het goed dat Stephan de Jong de moeite heeft genomen om een aantal van deze wonderverhalen uit de christelijke traditie in dit boek te bundelen. Ze worden “herschreven met het oog op onze tijd” en eindigen vaak een actueel getinte boodschap of moraal. Het boek opent met een historische inleiding waaruit blijkt dat wonderverhalen vooral uit de periode van de woestijnvaders en de middeleeuwen stammen. Het gaat volgens de auteur niet om de vraag of het echt is gebeurd maar om de betekenis die deze verhalen kunnen hebben.

De eerste vertelling is een mooi verhaal over de vlucht van Jozef en Maria naar Egypte; zij worden steeds op wonderlijke wijze beschermd. Na verhalen over Jezus en enkele apostelen zijn er onder andere verhalen over Nicolaas, Benedictus, Willibrord en Franciscus. Het verhaal over aartsengel Michael vertelt over het ontstaan van de abdij Mont Saint Michel in Frankrijk. Opvallend is het verhaal over de beschermengelen van Smijtegelt, Ć©Ć©n van de oude schrijvers die in bevindelijke kringen nog altijd wordt gelezen en daar toonaangevend. De laatste twee wonderverhalen zijn niet aan een persoon verbonden. Voor wie er in geĆÆnteresseerd is, vormt dit boek een mooie verkenning van deze legendarische verhalen die op een of andere manier vanuit het leven zijn ontstaan.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles