Dinsdag, 7 september, 2021

Geschreven door: Meijen, Jens
Artikel door: Verplancke, Marnix

De lichtjaren

Een heremietkreeft

De eerste zin

“Twee voeten zinken in het zand”

Recensie

Een koppel late twintigers krijgt een pakje. Geen idee wat erin zou kunnen zitten of van wie het zou kunnen zijn, en wanneer ze het openmaken is de verrassing compleet: een heremietkreeft. Interessant beest, maar je moet er natuurlijk wel voor zorgen en dus kopen ze een aquarium, wordt er voeding aangeschaft en blijkt het beest bij thuiskomst zoek. Het is in de verluchtingskoker gekropen van het oude hotel waar het koppel woont, waar het met zijn scharen tegen de wand tikt en iets lijkt te willen vertellen.

Wordt Vervolgd

De lichtjaren, de debuutroman van Jens Meijen, die we kennen van de met de C. Buddingh’-prijs bekroonde dichtbundel Xenomorf, speelt in de nabije toekomst. De temperatuur loopt op, wie kan is naar het noorden verhuisd en de rest verkommert in steden die steeds meer in verval geraken. Meijens wereld is de huidige op speed, waarin de rare trekjes van vandaag een neurotisch karakter hebben aangenomen. Fantastisch is bijvoorbeeld het cafétafelte met uitzicht op een oud kasteel dat gereserveerd is voor klanten met meer dan duizend volgers op Instagram en waar een kleine luidspreker op staat waar muziek van Ed Sheeran uitkomt. Je wil niet geloven hoeveel mensen een foto posten met de commentaar ‘magic moment’.

Maar Meijens roman gaat niet over de naar de knoppen draaiende aarde. Nee, hoe zijn generatie daar mee omgaat, de late twintigers, dat is het eigenlijke onderwerp van het boek. Het contrast tussen de drugs dealende Dimitri die een foto van een brandende Jan Palach aan zijn muur heeft hangen en Marco, de beleggingsadviseur die bekent bloedgeil te worden van een mooi opgestelde portfolio en alleen voor de happy few werkt, zou niet groter kunnen zijn. Is dit een plek om kinderen in groot te brengen, vragen de hoofdpersonages van de roman zich af, als ze überhaupt nog in staat zijn om er te krijgen natuurlijk.

Maar waar komt die kreeft vandaan, dat is dus de vraag die de roman drijft en die Meijen de kans geeft ons mee te tronen naar een parallelle wereld, verbonden met de onze door een fistelachtige tunnel. Lars von Triers Melancholia, daar doet De Lichtjaren aan denken, maar dan zonder die van buitenaf aanstormende vernietiging. Meijen zet liever in op een van binnenuit ontspruitende redding.

Drie vragen aan Jens Meijen

Waarom speelt een heremietkreeft een van de hoofdrollen in je boek?

Meijen: “Omdat ik de relatie tussen de kreeft en zijn schelp symbolisch vind voor de relatie tussen mens en aarde. De kreeft woont erin en is ervan afhankelijk. Voor mij straalt zo’n kreeft geborgenheid uit. Dat een dier zo kan evolueren vind ik bizar, dat het in een lege schelp gaat wonen en verhuist wanneer die schelp te klein is geworden. In feite toont die kreeft hoe tragisch de mens is, want wij hebben maar één schelp, de aarde. Wij kunnen niet wisselen. Elon Musk denkt misschien dat we op Mars kunnen gaan wonen, maar dat blijft toch een verre fantasie.”

Geleidelijk aan verschuift de aandacht van de kreeft naar de kindervraag. Willen we vandaag nog wel kinderen op de wereld zetten?

Meijen: “De kreeft staat ook symbool voor zorg, voor de aarde, maar ook voor kinderen. Mijn hoofdpersonages krijgen opeens die kreeft en ze moeten ervoor zorgen, willen of niet. Wij krijgen de aarde en het leven in onze schoot geworpen, en we moeten er iets mee doen. Het idee om kinderen te krijgen leeft heel erg in mijn generatie, maar concreet is die kindervraag bij mij niet. Het is eerder een filosofische interesse. Heel pessimistisch ben ik daar trouwens niet over. Er is nog hoop, denk ik, en het is dus zeker nog gerechtvaardigd om kinderen te krijgen.”

U noemde net uw generatie. Daar gaat uw boek toch ook over, over de bijna-dertigers, ‘de mensen in het vagevuur’, zoals u hen noemt?

Meijen: “Wij hebben het gevoel dat ons iets beloofd werd dat uiteindelijk niet waar te maken is. Mijn generatie is de eerste sinds lange tijd die het slechter heeft dan de vorige. Ik merk bij veel van mijn vrienden dat er misschien geen negativiteit ingeslopen is, maar toch minstens een verlies van naïviteit. Wij gaan het slechter hebben, zeggen zij, maar ze proberen er wel iets van te maken. Mensen zijn inventief, en die inventiviteit heb ik proberen vastleggen in het boek. Er is altijd wel iets om hoop en plezier uit te halen. De wereld zal er anders uitzien, maar we maken er wel iets van. Dat is nieuw voor mij. Toen ik Xenomorf schreef, zat ik nog vol woede over de onrechtvaardigheid in de wereld. Nu kan ik voorbij die woede kijken, naar de hoop, want uitzichtloosheid is een doodlopend straatje.”

Eerder verschenen op Knack