Dinsdag, 17 februari, 2009

Geschreven door: Dam, Chantal van
Artikel door: Hopman, Bob

De lucht van zout en teer

Kleurloos als de Helderse zeelucht

Havens in Urk, Den Helder, Zeeland, de viskotters aan de ene kant, de Marine en controleschepen aan de andere, daar verwijst de titel van Chantal van Dams nieuwste roman in de eerste plaats naar. Maar tegelijk slaat het op de geur van de kruitdamp tussen de bureaucraten van de EEG en ongehoorzame vissers, de zich voortslepende oorlog om visquota: alles doet in dit boek denken aan die zilte geuren en asgrauwe lucht.

Het verhaal is dat van hoofdpersoon Ilse Versluijs, die een middelhoge positie inneemt bij de Nederlandse visserijinspectiedienst cdlv. Het hoofdkantoor bevindt zich in Limburg, naar normen van het Nederland van de jonge Europese gemeenschap misschien dichter bij ‘Europa’, voor Ilse ligt het ver van alles wat van enig belang is. Ver van Amsterdam waar haar vriend en stiefdochter wonen, ver van Urk, en heel ver van Den Helder waarvandaan de Noordzeecontroles plaatsvinden. Die afstanden, en de (symbolische) afstand tot Brussel waar enige medewerking vandaan zou moeten komen om het visbestand in de Noordzee te redden leveren sterke vertragingen op, een praktisch onhanteerbaar beleid.

Het hanteren van dit onhanteerbare beleid is een gevecht van een goede driehonderd pagina’s, en het moet gezegd worden, voor een verhaal over niet meer dan bureaucratie is dat nogal veel. Er bestaat een tweede verhaallijn, die van de ondergaande relatie tussen Ilse en vriend Sicco. De ondergang daarvan heeft weinig te maken met de afstand tot Ilses werkplaats en des te meer met de academische ambities van haar vriend, waardoor het als verhaallijn volledig losstaat van het ‘visserijverhaal’ en halverwege de roman doodbloedt. Hoofdlijn is dus het gevecht uit naam van de cdlv, en het is de vraag hoe een schrijver zo’n verhaal boeiend kan houden.

Van Dam probeert dit door een uiterst verzorgde, gek genoeg eigenlijk heel droge vertelstijl aan te houden. Ze gebruikt korte zinnen, eenvoudige taal, zo nu en dan wat lichte ironie, en om de zoveel pagina’s een intermezzo over familieleven. Het is de grijze middenweg in de schrijfstijl die wonderbaarlijk genoeg werkt en deze feitelijk gortdroge stof leesbaar maakt. Maar, om de woorden van Bernlef te gebruiken: ‘juist die gemiddelde toon, dat gemiddelde gevoel gaven mij vaak te weinig het besef dat ik iets bijzonders las.’ Beter dan dat kan ik het niet uitdrukken: Van Dam maakt haar boek leesbaar, maar nooit bijzonder. De pogingen tot ‘uitwas’ die de schrijfster af en toe onderneemt mislukken vervolgens faliekant. Het gebruik van bloemrijk taalgebruik bijvoorbeeld, resulteert in:

Technisch Weekblad

‘Zijn proza zat bekneld in het stramien van het proces-verbaal en was voorgoed verminkt, als de afgebonden voetjes van Chinese schonen.’

Of:

‘Ik woonde een dag over emancipatie voor vrouwen in dienst van de overheid bij. Het ochtendprogramma bood cijfers, intenties en doorkijkjes naar de toekomst. Over vijf jaar moest maar liefst 20 procent van het overheidspersoneel uit vrouwen bestaan. Begrijpelijk dat de deelneemsters na de lunch massaal op de training ‘positief denken’ intekenden.

Het is, alle goede bedoelingen van de schrijver ten spijt, simpelweg niet grappig. De spaarzame beschrijvingen van het seksuele leven van Ilse en Sicco komen evenmin erg goed uit de verf: ‘Hij legde een hand op mijn heup en drukte zich tegen mij aan. “Ik ga iets heel anders met je doen. Ik ga je likken tot je zo nat bent dat ik in je glijd en dan ga ik je heel langzaam neuken.”’ Op een passage als deze blikt Ilse later terug als een prachtig moment van liefde, waarvan ze had moeten inslaan voor magere tijden. Het is in mijn ogen noch liefdevol, noch overtuigend en door het plotselinge opduiken van ‘dirty talk’ in een verder op en top degelijke roman valt het volledig uit de toon.

De lezer zal zich tevreden moeten stellen met het verhaal van een vrouw te midden van vissers die haar tegenwerken, en een Europa dat nauwelijks medewerking levert door middel van krachtdadige wetgeving. In die zin is De lucht van zout en teer een stevige aanklacht tegen de EEG, een krachteloos en functieloos instituut, en het is een aanklacht die aankomt. Maar als roman? Zonder spanning, zonder humor, stilistisch vlak, is dit boek maar al te zeer als die grauwe lucht in Urk en Den Helder: saai.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *