Zondag, 3 oktober, 2010

Geschreven door: Royen, Heleen van
Artikel door: Hopman, Bob

De mannentester

Over de top van bil gaan

De 27-jarige Victoria is dochter van een geliquideerde onderwereldadvocaat en een eenzame, relatieverslaafde moeder. Ze is bloedmooi en weet, belangrijker, precies hoe ze zich onweerstaanbaar moet maken. Dit komt van pas in haar werk als ‘zelfstandig ondernemer,’ zoals zij het zelf noemt: in opdracht van jaloerse vrouwen test zij relaties, door mannen aan haar verleidingskunsten te onderwerpen. Ze trekt haar opdracht door tot in de slaapkamer, wat een verhaal oplevert waarin wilde vrijages elkaar in hoog tempo opvolgen.

Een roman van Heleen van Royen (1965) is heden ten dage moeilijk te lezen zonder een sterk verwachtingspatroon: seksueel geladen boeken die balanceren op de rand van literatuur en lectuur, sterk overhellend naar dat laatste. De mannentester beantwoordt volledig aan het vooroordeel. Zo mag Victoria niet alleen de nodige echtgenoten testen, ook mag ze zich op een lesbische (en ook nog eens beeldschone) diskjockey werpen, en mag ze het bed delen met Barbara en haar stiefzoon (Barbara betaalt per uur). Het zijn vergezochte, haast krankzinnige scenario’s, die men normaal alleen in pornofilms zal zien en die wel degelijk geschreven lijken met het oog op erotische spanning.

Dat De mannentester nergens echt opwindend wordt, ligt aan de afstandelijkheid van Victoria. Zij veinst zich tot haar slachtoffers aangetrokken te voelen, maar walgt eigenlijk van alle mannen. ‘Voor je het weet, ligt er een hevig zwetende vleeshomp van negentig kilo op je te pompen.’ Zelfs in bed met moeder en zoon behoudt ze haar cynische houding en gaat ze slechts uiterlijk in de situatie op.

‘Met een half oog op zijn stiefmoeder dringt Chuck bij me naar binnen en begint stotende bewegingen te maken.
“Oh mijn god, jullie zijn aan het neuken! Oh wat Geil! Oh god, ik houd het niet meer!” Barbara begint de kamer rond te rennen, af en toe pauzerend om te kreunen en zichzelf hier en daar te strelen. Ik vraag me af of ze altijd zo over de top van bil gaat.’

Bazarow

De scène heeft iets kluchtigs, door de kolderieke uitlatingen en bewegingen van Barbara. Maar zelfs voor een klucht is het taalgebruik plat, simpel en kleurloos, waardoor de roman stilistisch als literair werk direct door het ijs zakt. Victoria’s droge, ontnuchterende commentaar weet het weliswaar nog van een knipoog te voorzien, maar dit pakt vooral nadelig uit: het is niet meer dan platte seks die de lezer voorgeschoteld krijgt en het wordt nergens spannend. De warmte en inleving van de hoofdpersoon ontbreken daarvoor eenvoudig.

De kilheid van de hoofdpersoon, haar structurele en krampachtige weigering in elke vorm van liefde of relatie mee te gaan, ontdoet de roman van erotiek, maar is wel het belangrijkste ‘literaire’ motief. Victoria’s handelingen zijn obsessief: hoewel zij zichzelf ondernemer blijft noemen, wordt steeds meer duidelijk dat zij geen financiële motieven heeft voor haar beroep, maar eerder negatief idealistische. Zo test ze af en toe gratis (en ongevraagd) haar moeders kortstondige liefdes, en laat ze op al haar bedriegers’ achterwerken getatoeëerde vuilspuiterij achter, waarmee de mannen (en vrouwen) die zakken voor de test, levenslang verminkt zijn.

Victoria draait definitief door, als ze verliefd wordt op een robot en deze liefde besluit te gaan consumeren. Ze komt op het idee door een sciencefictionroman van Isaac Asimov, de totale robot en bekijkt hele nachten lang Youtube-filmpjes van het robotje Jules, een project van een zekere professor Fleidermaus. Ze gaat op zoek naar Fleidermaus, om Jules te schaken, een even waanzinnig als potentieel boeiend motief. De robot bestaat immers slechts uit een gezicht en een aangesloten laptop, geen speeksel of geslachtsdelen.

Victoria’s liefde voor hem sluit perfect aan bij haar beeld van seksualiteit en relaties: ‘Ik bedank voor de eer om uit vrije wil met een wildvreemde te moeten rampetampen. […] het kan zo veel beter en zoveel schoner. […] Ik heb tegenwoordig een douchekop die me in een mum van tijd een heel behoorlijk orgasme bezorgt, zonder rompslomp, zonder gedoe.’ Alles draait bij Victoria om hygiëne, waar het waanbeeld van de ‘robot als ideale partner’ perfect in past.

Helaas wordt de lezer de diepere psychologie van Victoria grotendeels onthouden. Alle elementen voor een psychologisch, literair plot zijn aanwezig, maar ze worden niet uitgediept. Victoria’s jeugd, de liquidatie van haar vader, het ongelukkige huwelijk van haar ouders, en andere mogelijke oorzaken van haar obsessie voor robotliefde en angst door mannen te worden verlaten en belazerd, zijn niet meer dan bijzaak in een verhaal over enkele manipulatieve veroveringen en verleidingen.

Wat dan overblijft, is lichtvoetigheid en, in het geval van de waanzinnige seksscènes, vooral prikkelende kolder. De mannentester is een zeker niet van snelheid, humor of leesbaarheid verstoken, maar wel volstrekt onliteraire, seksuele schelmenroman.