Zondag, 3 januari, 2021

Geschreven door: Wijssen, Frans
Artikel door: Altena, Bert

De multiculturele uitdaging

Over het management van diversiteit

[Recensie] Frans Wijssen is hoogleraar Praktische Religiewetenschap. In zijn onderzoek richt hij zich op thema’s met betrekking tot religie en managementvraagstukken. In zijn boek De multiculturele uitdaging komt dat beide samen. Twintig jaar nadat publicisten Paul Scheffer (het multiculturele drama) en Paul Schnabel (de multiculturele illusie) het multiculturalismedebat openden, maakt hij de balans op. De titel van zijn boek verraadt al in welke richting hij het zoekt. Volgens Wijssen is het m-debat vooral een kwestie van framing. In plaats van een drama, spreekt hij liever over de multiculturele uitdaging.

In het eerste hoofdstuk verkent hij het terrein. Anders dan lang gedacht, is religie geen verdwijnend fenomeen. Religie is volop aanwezig in het publieke domein, deels door de toegenomen zichtbaarheid van de Islam, maar ook door de terugtredende overheid die ruimte laat “aan religieuze en op geloof gebaseerde instellingen (om) een bijdrage (te) leveren aan de samenleving” (p. 25). Om deze potentie van religieuze instellingen te kunnen waarderen, is het belangrijk om los te komen van het idee dat religie ”een struikelblok (is) op de weg naar integratie, emancipatie en participatie” en te erkennen dat religie juist “een belangrijke bijdrage aan sociale cohesie” kan leveren, concludeert Wijssen (p. 46).

In het vak praktische religiewetenschap staat de praktijkgerichte theorievorming centraal. Steeds koppelt Wijssen in zijn boek dan ook terug naar de praktijk van bestuur en management. Hij constateert “veel onwennigheid en onwetendheid (..) bij religieuze instellingen en overheden over hun onderlinge verhouding” (p. 57) wat zorgt voor bestuurlijk ongemak bij gemeentelijke ambtenaren bijvoorbeeld. Religiewetenschappers kunnen dan behulpzaam zijn om de beleidsontwikkeling te ondersteunen.
Met diverse voorbeelden brengt hij het veld van religie in de zorg en op de werkvloer in kaart. Als het gaat om de meest geschikte beleidsvorming adviseert hij de benadering die ruimte laat voor onzekerheid en ambiguĂŻteit. Er is niet een ‘one size fits all’-benadering mogelijk. Steeds is het belangrijk om open te staan voor verschillende interpretaties van de situatie en rekening te houden met voortdurende verandering.

Een vergelijkbare benadering staat hij voor in het multiculturalismedebat. Hij ziet geen heil in opvattingen die culturen beschouwen als collectief gedeelde gehelen die onderling scherp te onderscheiden zijn. Culturen zijn continu in verandering, zijn diffuus en in een voortdurend proces van wederzijdse beĂŻnvloeding, zodat het spreken over cultuur als een afgebakend en vaststaand iets eigenlijk onmogelijk is. “Er is een pluraliteit van elkaar overlappende culturele oriĂ«ntaties, zodanig dat iedere persoon betrokken is bij een veelheid van zulke oriĂ«ntaties, terwijl geen van die oriĂ«ntaties samenvalt met een groep of een gebied” (p. 98).
Hetzelfde geldt voor religies. Zelfs het begrip is al problematisch, veronderstelt een (westers) rationeel perspectief, dat vaak geen recht doen aan de geleefde religieuze praktijken. Met behulp van de theorie van ‘het dialogische zelf’ verheldert Wijssen zijn positie: culturele of religieuze identiteit is geen vaststaand geheel, maar voortdurend onderwerp van een zoektocht op persoonlijk en collectief vlak, in dialoog en strijd met andere opvattingen en praktijken (vgl. p. 117 e.v.).

Schrijven Magazine

In het laatste hoofdstuk werkt hij de benodigde ‘management van diversiteit’ verder uit. Belangrijke theoretische bouwstenen ontleent hij aan een constructivistische en narratieve benadering. Met het eerste is bedoeld dat er geen problemen zijn maar dat ze gemaakt worden, dat alles dus afhangt van de manier waarop een bepaald verschijnsel wordt waargenomen of beoordeeld. Voor die beoordeling is taal van belang, hoe iets wordt beschreven. Geen enkele omschrijving is neutraal: Is multiculturalisme een drama of een uitdaging? Hoe je het benoemt, maakt een wereld van verschil. Enig relativeringsvermogen en gedoseerd gebruik van humor, wordt aanbevolen. En misschien helpt de haast terloops gemaakte opmerking op p. 148: “Veel problemen lossen zich vanzelf op in de praktijk van alledag”.

Wijssen schrijft zijn boek naar eigen zeggen voor “beginnende religiewetenschappers en geïnteresseerden in religie en openbaar bestuur”. Op beknopte wijze levert hij een goed overzicht van de belangrijkste theoretische concepten op beide terreinen. Soms heeft het daardoor een wat schoolse opzet, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn. Het lijkt mij voor mensen die werkzaam zijn in de genoemde domeinen een leerrijk, maar vooral een bemoedigend boek te zijn. “Diversiteit is niet alleen een kenmerk van de samenleving, maar ook van ieder van ons” (p. 176).

Eerder verschenen op Nieuwwij en Bert Altena