Donderdag, 24 november, 2016

Geschreven door: Ibelings, Hans
Recensie door: Kester, Peter van

De nieuwe traditie

Bouwen of voortbouwen?

[Recensie] Er is al veel geschreven over de nieuwe, traditionalistische architectuur die ons land al enkele decennia overspoelt. Vaak negatief, badinerend dan wel spottend. Vooral het failliet van het idee├źngoed van de Moderne Beweging wordt betreurd. Architecten en critici verwijten hun collegaÔÇÖs ├Ęn hun klanten dat zij schaamteloos zwelgen in nostalgie en kitsch. Maar is dat wel zo? Uit een in 2009 verschenen, maar nog altijd actuele publicatie, blijkt dat de werkelijkheid veel genuanceerder is De nieuwe traditie – continu├»teit en vernieuwing in de Nederlandse architectuur geeft een overtuigend beeld van deze stroming, met voorbeelden uit heel Nederland.

Bladerend in het boek zie je huizen waarvan de vormen meer dan bekend zijn. Niet direct opwindend. Ze roepen associaties op met de jaren dertig en vooral de jaren vijftig van de vorige eeuw. Soms herken je regelrechte citaten. Maar… snel valt ook op hoe mooi er wordt gedetailleerd, hoe ambachtelijk de bouwers te werk gaan en welke fraaie materialen zij doorgaans kiezen.

Bovendien zijn de gebouwen goed geproportioneerd en prettig gevarieerd. Dat wil zeggen niet meer zo uniform als in vroegere woonwijken. Behalve woningen toont het boek ook voorbeelden van nieuwe wijken, waarin het prettig toeven is omdat er een samenhang voelbaar is die het gemeenschapsleven bevordert. De architecten die op deze manier ontwerpen, hebben veel oog voor de traditie en historische stedenbouw, zaken die de Moderne Beweging verketterde dan wel onbelangrijk vond. Zij kiezen vormen die hun bruikbaarheid hebben bewezen en brengen deze in overeenstemming met de nieuwe tijd en technieken. Wat is daar mis mee?

De opzet van De nieuwe traditie – continu├»teit en vernieuwing in de Nederlandse architectuur is even interessant als doeltreffend. De publicatie bestaat grofweg uit twee delen. Het grootste deel, getiteld De nieuwe traditie, is geschreven door Hans Ibelings. Hij vertrekt vanuit het huis dat hij veelbetekenend ÔÇśthuisÔÇÖ noemt en beschrijft in achtereenvolgende hoofdstukken de buurt, het dorp en de stad en eindigt met het landschap. Van klein naar groot en iedere sectie ruim ge├»llustreerd met een foto-essay van sprekende voorbeelden. Eerst fotoÔÇÖs van losse huizen, dan buurten en pleinen, vervolgens dorpslandschappen en tot slot nieuwe stedelijke landschappen zoals de recente grachten in Amsterdam of het nieuwe centrum van Zaandam. Doorgaans overtuigende architectuur. Om slechts enkele bureaus te noemen: Scala, Mulleners + Mulleners Architecten, LSW Architecten of┬á Molenaar & Van Winden. Al deze architecten keerden zich af van de amechtige vernieuwingsdrift van de Moderne Beweging. Aanvankelijk werkten zij vaak in een isolement, maar het historiserende werk van buitenlandse architecten als Adolfo Natalini, Charles Vandenhove en Rob Krier die vanaf het einde van de jaren tachtig regelmatig in Nederland bouwden, schiep een context die werkte als een steun in de rug.

Schrijven Magazine

De vergeten, vooroorlogse hoofdstroom

Het tweede deel van deze publicatie heet Van alle tijden. Historicus Vincent van Rossem beschrijft in deze diepgravende, historische analyse hoe enkele smaakmakers van de Moderne Beweging in hun boeken de architectuurgeschiedenis vervormden. Theoretici als Sigfried Giedeon, Henry-Russell Hitchcock en Leonardo Benevolo schreven opmerkelijk selectief en negeerden bijvoorbeeld de rijke, stedenbouwkundige vakliteratuur die verscheen tussen 1900-1940. De rigoureuze sloop van historische binnensteden na 1945 is deels terug te voeren tot de idee├źn en invloed van deze theoretici die voor veel architecten als toonaangevend golden. Van Rossem laat ook zien hoe de tuinsteden uit het begin van de 20e eeuw weer als inspiratiebron dienen voor hedendaagse architecten. En hoe vergeten stedenbouwkundigen in ere worden hersteld of eindelijk op hun juiste merites worden┬á gewaardeerd. Zoals de Oostenrijkse architect Camillo Sitte die in 1889 Der St├Ądtebau nach seinen k├╝nstlerischen Grunds├Ątzen publiceerde. Hierin reageerde hij op de functionele, maar monotone stadsuitbreidingen van de 19e eeuw en hield hij een pleidooi voor het belang van esthetiek. Auke van der Woud publiceerde in 1991 een vertaling.

De nieuwe traditie – continu├»teit en vernieuwing in de Nederlandse architectuur eindigt met een historisch beeld-essay van architecten die steeds teruggrepen op de bestaande tradities. Dit essay begint in 1911 en eindigt in 2005 met een voorlopig hoogtepunt: het gebouw van H. Kollhoff aan het stationsplein in Maastricht.

De uitvoering van het boek is helder, uitgebalanceerd en bijna traditioneel klassiek. Bijzonder is dat de gebouwen werden gefotografeerd door verschillende fotografen die steeds eenzelfde standpunt kozen. Dat wekt de indruk dat er slechts ├ę├ęn fotograaf aan het werk was en verhoogt het kijkplezier aanzienlijk.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.