Woensdag, 4 november, 2020

Geschreven door: Asscher, Maarten
Recensie door: Weterings, Vera

De ontdekking van Rome

Wat valt er te leren van Rome?

[Recensie] Wie op het gymnasium heeft gezeten, zal ongetwijfeld in de bovenbouw met de klas op Romereis zijn gegaan. Een bijzondere belevenis naar een stad die een en al oudheid ademt. Het is een vormende traditie die nog steeds door alle Nederlandse gymnasia in ere wordt gehouden In De ontdekking van Rome volgt Maarten Asscher drie beroemde Romereizigers, te weten Sigmund Freud, Johan Wolfgang von Goethe en Michel de Montaigne. Het boekje is de uitgebreide versie van de op 14 april 2018 in het kader van de Week van de Klassieken uitgesproken Homeruslezing. Deze eerste Homeruslezing was een initiatief van het Nederlands Klassiek Verbond, het Rijksmuseum van Oudheden en Uitgeverij Athenaeum.

Wat heeft de stad hen geleerd? Wat valt er in Rome te ontdekken dat je alleen daar kunt vinden en hoe gaat die ontdekking in zijn werk? In De ontdekking van Rome schetst Asscher wat de betekenis is van de kennismaking met deze Italiaanse hoofdstad. Hierin heeft hij zowel aandacht voor de overdrachtelijke lessen als de (kunst)historische en godsdienstige. Asscher laat in De ontdekking van Rome goed naar voren komen dat er weinig steden op de wereld zijn waar de ervaringen van eerdere reizigers zo’n markante rol spelen bij het opdoen en verwerken van eigen indrukken en belevenissen, dan Rome.

Allereerst staat hij stil bij de psychische Rome-ervaring van Freud. Die zijn Romedromen interpreteerde als een letterlijke wens om de stad te bezoeken en een dekmantel en symbool voor andere vurig gekoesterde verlangens. De psycholoog bezocht de eeuwige stad pas op 45-jarige leeftijd.

De tweede Romereiziger in zijn werk is Goethe die op 29 oktober 1786 zijn eerste schreden in Rome zette. Hij beschouwde de dag dat hij Rome betrad als een tweede geboorte. In het autobiografische Italienische Reise doet hij verslag van zijn Romereis aan de hand van brieven, verslagen en dagboekaantekeningen. Dit werk toont hoe Goethe als een overijverige student alle oudheden, paleizen, kunstverzamelingen, tuinen, schilderijen en beeldhouwwerken uitvoerig inspecteert en gedetailleerd beschrijft. Zich Rome werkelijk toe-eigenen vergt een mensenleven- verzucht hij enkele maanden later.

Pf

Tot slot gaat Asscher in op de ervaring van Montainge die op 30 november 1580 voor het eerst de stad bezocht en zijn intrek deed in hetzelfde hotel als waar Goethe twee eeuwen later ook zijn eerste nachten in Rome doorbracht. In zijn reisverslag kijkt Montaigne ls een tijdloze, aandachtige toerist als het ware over de verborgen geschiedenis van de stad heen en observeert hij als een voorbijganger het dagelijks leven; de straten, de gebouwen, de voorbijgangers, de geestelijken, de courtisanes en de ambassadeurs. Wat er onder de grond aan verloren roem en verleden ligt, houdt hem minder bezig.

Asscher laat zien hoe een bezoek aan de eeuwige stad voor een ieder een totaal andere ervaring kan zijn, maar tegelijkertijd wel bij iedereen een bijzondere indruk achterlaat. Naast de drie behandelde Romereizigers zijn er nog honderden andere kunstenaars, archeologen, theologen, historici en journalisten die hun Romereis op unieke wijze hebben ervaren wat hun blik of die van een andere weer heeft beïnvloed. In zijn conclusie maakt Asscher dan ook een mooie knipoog naar de uitdrukking ‘Vedere Napoli e poi muori’, oftewel ‘eerst Napels zien en dan sterven’ met zijn motto ‘eerst Rome zien en dan leven.’

Eerder verschenen op Hereditas Nexus