Maandag, 27 juli, 2020

Geschreven door: Diverse Auteurs
Korteweg, Niki
Artikel door: Lansink, Cyril

De oorsprong

Over het ontstaan van het leven en alles eromheen

[Recensie] De vraag naar de oorsprong van alles heeft de mens van oudsher geïntrigeerd. Wat ligt er aan ons bestaan op aarde ten grondslag? Wat verklaart de aarde zelf? Waarom is er eigenlijk leven? En waar komen al die sterren vandaan die zo ver van ons afstaan dat we ze als het ware alleen maar in de verleden tijd kunnen zien? En ten slotte, de meest omvattende vraag: wat is de bron van het heelal, van die hele ruimte(tijd) die sterren, aarde, leven en mens (inclusief het bewustzijn van dit alles) heeft mogelijk gemaakt?

De moderne mens neemt geen genoegen meer met een religieus antwoord – God zei: “Er moet licht komen” en er was licht – op deze duizelingwekkende vragen. Fysica in plaats van metafysica, evolutiebiologie en archeologie in plaats van theologie zijn nu de gidsen bij de zoektocht naar het begin. In het gebouw van de menselijke kennis dat telkens opnieuw nog nieuwe kamers blijkt te bevatten, heeft God als ‘verklaring’ plaats moeten maken voor de Big Bang en de oersoep, voor quarks, RNA en DNA. Een bundel artikelen (gebaseerd op een reeks Paradiso-lezingen) van een aantal gerenommeerde Nederlandse wetenschappers (onder wie Spinozalaureaat Robbert Dijkgraaf en Nobelprijswinnaar Martinus Veltman) getuigt hiervan op aansprekende wijze.

Hoewel de bijdragen los van elkaar te lezen zijn en de hooggeleerde heren (nee, er zitten geen dames bij) niet op elkaars wetenschappelijke bevindingen reageren, zorgt het thema van de oorsprong voor de samenhang die een bundeling rechtvaardigt. In feite voert namelijk elke oorsprongsvraag terug naar een ‘eerdere’ oorsprongsvraag, die in een eerdere lezing was behandeld. Het is een logische maar toch verbluffende constatering: de kwestie van de oorsprong van de taal veronderstelt het ontstaan van het bewustzijn, veronderstelt het ontstaan van de mens als homo sapiens, veronderstelt een planeet waarop leven zich kan ontwikkelen tot menselijk leven, veronderstelt een zonnestelsel dat miljarden jaren kan gedijen, veronderstelt de gewelddadige doodsstrijd van een zware ster (supernova), veronderstelt een universum waarin sterrenstelsels kunnen ontstaan. “Wij zijn, met recht, sterrenkinderen”, zo vat emeritus-hoogleraar isotopengeologie Harry Priem het poëtisch samen. En het moet gezegd, dat is toch wat anders dan schepselen Gods.

De Oorsprong is een mooie bundel. Niet in de laatste plaats vanwege de liefde voor de zuivere wetenschap die eruit spreekt. In een tijd waarin kennis voornamelijk in de samenstelling kenniseconomie als waardevol wordt gezien, is het een verademing om je oor te luister te leggen bij hoogleraren voor wie kennis een doel op zich is, en een niet-aflatende nieuwsgierigheid hun drijfveer om die kennis te verkrijgen. En anders dan God (die na elke scheppingsdaad zag dat het goed was) kunnen, zo blijkt uit de vele vragen waarop ze nog geen afdoend antwoord hebben, deze wetenschappers nooit op hun lauweren rusten. Precies honderd jaar na Einsteins geniale E=mc² die een geheel nieuw hoofdstuk in het denken over de kosmos inluidde, staat het raadsel van het bestaan nog steeds overeind. Elk weten schept immers nieuwe onwetendheid – het zijn de goede professoren die dat durven beamen.

Schrijven Magazine

Eerder verschenen in Intermediair