Zaterdag, 12 oktober, 2019

Geschreven door: Mathieu, Marc-Antoine
Artikel door: Voskamp, Nico

De oorsprong

Het Droste-effect of: waar de fok ben ik?

[Recensie] Vervreemding is een sleutelwoord in dit stripboek van de Franse Marc-Antoine Mathieu. Ho, stripboek? Beeldverhaal bedoelen we. Zo omschrijft het keurige persbericht het tenminste, van uitgeverij Sherpa die het boek op de markt brengt. Hoe dan ook, een bijzonder boek is het wel.

De hoofdpersoon geeft een kort resumé van zichzelf op pagina 4: “Mijn naam is Maurits Cornelis van Ek. Ik woon op een kamer in het noorden van de stad (vlak bij het ministerie). Elke ochtend sta ik op, ik ontbijt, was mezelf en kleed mezelf aan. Alleen. Want ik ben vrijgezel. Of zoals mijn buurman graag zegt: een vrouw, dat kost je zo drie eenheden leefruimte.”

Maurits Cornelis werkt hij het Ministerie van Humor, lezen we later, waardoor we beter begrijpen waarom de buurman van Maurits voortdurend tenenkrommend flauwe grappen debiteert. Grappen uithalen, dat is de taak van het ministerie, waarom wordt niet duidelijk, maar vermoedelijk is het doel het doodsaaie leven van de mensen in deze vreugdeloze zwart/wit-wereld op te leuken.

Geschiedenis Magazine

Zo is ernstige woningnood aan de orde van de dag. Iedereen leeft in ‘eenheden leefruimte’, die niet alleen krap zijn, maar ook alertheid vereisen. Dat wordt duidelijk wanneer een rommelend geluid in het appartement de dalende lift aankondigt. In krap 20 seconden moeten de bewoners hun eenheid leeghalen, en dat betekent tot en met de vloerplanken alles aan de kant schuiven omdat de lift dwars middendoor de eenheid doordendert. Mooie vondst.

Behalve vervreemding krijgt het verhaal ook paranoïde trekjes: Maurits gaat op zoek naar een boekhandel of een bibliotheek: ‘misschien ben je wel op zoek naar een boek … of … naar DIT boek!!” Maurits daalt af in een Kafkaëske ruimte barstensvol met boeken en … ? En helaas verhaaltechnisch niet zo heel veel meer. De scenarist verliest het hier van de experimentele tekenaar. Het verhaal blijft steken in filosofische beschouwingen zoals “Het is niet te geloven, meneer van Esk, maar toch is het zo: alle begin heeft een eind.” Waarna verhandelingen volgen over twee- en driedimensionale werelden, en de vraag waar we vandaan komen.

Verhaaltechnisch mag dat niet bijster boeiend zijn, maar experimenteel begint het juist. Mathieu leeft zich uit in verwijzingen, circulaire tekeningen (hij hergebruikt het Droste-effect van plaatje-in een plaatje een nieuwe dimensie) en het doorbreken van de traditionele vorm van het boek, letterlijk. Dat samen met de (bewust, nemen we aan) hoekig en onaantrekkelijk weergegeven figuren, die in hun zwart/wit wereld leven, is dit best een baandoorbrekende beeldroman. Een voorproefje is te vinden op de-oorsprong.nu.

Voor het eerst verschenen bij De Leesclub van Alles